Berlusconiwatch

Italiaanse short cuts

Rome – Niet ieders bovenmenselijke inspanning wordt met resultaten beloond. Niet ieders zoon of dochter krijgt een vaste aanstelling bij de staat als postbeambte, carabiniere, chauffeur van de schoolbus of straatveger. In een land van zestig miljoen inwoners kan niet iedereen door de veilige armen van de staat worden omarmd, verzorgd van de wieg tot het graf. Het kan zijn dat je aanbevelingen, het nederig jarenlang met de pet in de hand wachten in de anticamera (de wachtkamer) van de macht, uiteindelijk tot niets leidt.
De steile weg omhoog van de Italiaanse luiheid is lang, kronkelig, stoffig en aan beide kanten omgeven door hoog struikgewas met akelige doornen. Als je na jaren klimmen boven bent, zit je onder de schrammen, het stof plakt op je kleffe, zoute huid, je tong hangt als een leren lap in je mond en je bent een vernederd mens.
Wie zeurt krijgt vaak geen beurt, maar wie niet zeurt krijgt hem zeker niet, in Italië. Je kunt beter alvast een betonnen monster bouwen op een plek die niet voor bebouwing is bestemd en hopen op een algemene condono (kwijtschelding) van de staat, dan een legale bouwvergunning aanvragen. Je riskeert dat je huis naar beneden wordt gehaald, maar je maakt kans op een condono, en dat is de inzet van al je spaarcenten waard. De short cut loont volgens Italianen altijd meer dan de lange, officiële weg van de legaliteit en van de prestatie. Als je een diploma kunt kopen moet je het zeker niet laten, als je ‘iemand’ kent moet je er zeker gebruik van maken, als je jezelf in een invalidenpensioen kunt manoeuvreren ben je een held, die iedere dag kiplekker op zijn land aan de slag gaat. Knap, vinden de anderen, die zich eenzelfde positie proberen toe te eigenen.
Wat de Italianen niet zien, is dat hun ‘short cut’ lijkt op de boven omschreven stoffige weg vol doornen, en dat het uiteindelijke magere resultaat ten koste gaat van iedereen. Ze zien het niet omdat ze zich geen algemeen belang kunnen voorstellen.
En dat is de ware sleutel van het succes van Berlusconi. Hij garandeert de Italianen hun luiheid, hun ‘short cuts’, hij laat ze met rust. Rommel maar lekker raak, dat doe ik ook. In zijn regering zitten mensen die volgens de Italiaanse justitie directe vertegenwoordigers van de maffia zijn (senator Dell’Utri, vermeend afgevaardigde van de Siciliaanse Cosa Nostra, staatssecretaris Cosentino, vermeend vertegenwoordiger van de Napolitaanse Camorra) maar volgens Berlusconi niet. Het zijn ‘gentlemans’, zoals hij zegt, die vanwege hun parlementaire status uit de grijpgrage klauwen van de ‘communistische rechtspraak’ kunnen blijven.
De met illegaal beton overgoten kusten van het ‘land waar de citroenen bloeien’ (Goethe) zijn het resultaat van zestig miljoen individuen die het handig voor zichzelf hebben weten te regelen, met aan het hoofd Berlusconi.