Italiaanse wansmaak

Rome - Italië heeft, ondanks Berlusconi, nog altijd ‘s werelds primaat op het gebied van goede smaak. Daar heeft de hedendaagse Italiaan weinig voor hoeven doen. Maar al die geschiedenis, die cultuur, die fantastische culinaire producten - de doorsnee Italiaan heeft er eigenlijk een beetje een hekel aan.

Hun prachtige oude huizen bouwen ze het liefst om tot vliegveld-wc’s, met lekker blinkende tegelvloeren. Ook op culinair gebied heeft het misverstand van de moderniteit genadeloos toegeslagen. Enthousiast buigen Italiaanse huisvrouwen zich in maart al over de in piepschuim verpakte vleestomaten uit Nederlandse kassen, ‘allemaal zo mooi rond en zonder plekjes’.
Ja, heus wel, als hun eigen kaviaar in juli de markt op komt - twee handpalmen vullende zongerijpte vleestomaten barstend van smaak - nemen ze die ook. Maar noodzakelijk vinden ze het niet, de doorsnee-Italianen. Wie eeuwenlang in echt, authentiek en schoonheid heeft gebaad, hunkert naar plastic en Ikea.
Natuurlijk heb je ook nog altijd de andere Italianen, die wel weten hoe het moet. Renzo Piano, Giorgio Armani en Carlo Petrini. Wereldtop op het gebied van architectuur, mode en culinair raffinement. Elite, wat betreft de Italianen, waar ze weinig mee te maken hebben. Piano en Armani hebben hun eigen internationale markt en berusten in de wansmaak van hun landgenoten. Maar Carlo Petrini, de oprichter van Slow Food, heeft de lucratieve business van de internationale fijnproevers ingeruild voor de bekering van de Italianen.
Geen gemurmel over authentieke schapenkaasjes uit midden-Sardinië en lekkere wijntjes van Friuli meer voor Petrini. Als een verschrikkelijke god der wrake hamert hij er bij zijn landgenoten de systematische vernieling van hun land, hun agrarische traditie en de toekomst van hun kinderen in. Het zijn vlijmscherpe artikelen die goed pijn doen, de grote dubbelpagina’s van Petrini in La Repubblica, de op een na grootste krant van Italië voor weldenkend links. Ze zijn politieker dan al het andere gebekvecht tussen machtswellustelingen. In z'n eentje trekt Petrini ten strijde en toont aan de hand van onomstotelijke cijfers en persoonlijke bevindingen de stand van het land aan. De ramp van Italië zijn de Italianen, zegt hij eigenlijk, maar altijd weet hij nog de laatste der Mohikanen te vinden die dwars tegen de tijdgeest in duurzaam blijft produceren in onherbergzame gebieden. Er rest altijd nog een sprankje hoop. Petrini zou eigenlijk de nieuwe premier van Italië moeten worden.