De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk vanavond om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

De publieke moraal staat voor de rechter

Italië tegen Italië

Op 11 juni begint het proces tegen de voormalige burgemeester van het beroemde vluchtelingendorpje Riace in Calabrië, waar alle vluchtelingen inmiddels zijn verjaagd. Een typisch voorbeeld van een Italië-tegen-Italië-proces waarin het land zichzelf via de rechtbank in de spiegel ziet.

Een van de verlaten huizen in Riace die werden opgeknapt voor migranten, 2018 © Nicola Zolin / Redux / HH

Er valt geen touw aan vast te knopen. Domenico Lucano, de (ex-)burgemeester voor wiens voorbeeldige model van vluchtelingenopvang de hele wereldpers de afgelopen jaren naar de teenpunt van de Italiaanse laars afreisde, moet voor de rechter verschijnen. Riace werd in 2015, toen de bootvluchtelingenstroom uit Afrika via Libië richting Zuid-Italië serieus op gang was gekomen, hét verhaal in de media van hoe het ook kan. In dit kleine, half verlaten Italiaanse bergdorpje in een van de armste streken van Europa verwelkomde men de vluchtelingen met open armen en was een heel nieuw leven begonnen dankzij de nieuwe bewoners van overzee.

Riace werd gefilmd, gefotografeerd en geïnterviewd. Lucano was het lichtend voorbeeld van Europa, hij was de held van Wim Wenders, die de merkwaardige fantasie-documentaire Il Volo over hem draaide; de Italiaanse publieke omroep maakte een tv-serie over hem; Amerika zette Lucano in 2010 op het lijstje van ‘World’s Best Mayors’, en in 2016 was hij volgens het Amerikaanse blad Fortune een van de vijftig meest invloedrijke personen ter wereld. Het ‘model Riace’, zoals Lucano’s aanpak ging heten, was een eremedaille op de borst van Italië.

Het lijkt veel langer geleden dan drie, vier jaar. De wind is gedraaid, en voor zover er nog behoefte bestaat aan positieve vluchtelingenverhalen, dan zeker niet meer in Italië. Het voorspelbare succes dat Lega-leider Matteo Salvini boekte bij de Europese verkiezingen (ruim 34 procent) is de bevestiging van een U-bocht in de Italiaanse perceptie van de vluchtelingenkwestie die al lang voelbaar was. Salvini’s succes is bijna volledig te danken aan zijn aanpak van het vluchtelingenprobleem, zoals het nu heet.

Europese buurlanden van Italië gooiden hun grenzen hermetisch dicht; er komt bij Oostenrijk, Zwitserland en Frankrijk niemand meer over de grens. In Italië dwaalt een volk van zeshonderdduizend statusloze Afrikanen over straat en niemand weet wat ermee moet gebeuren. Het laatste waar Italië op dit moment op zit te wachten is een nationale held als Lucano, en zijn ‘aanzuigende werking’. De positieve tv-serie die al opgenomen was over het leven en de heldendaden van ‘Mimì’ Lucano ligt voor onbepaalde tijd bevroren op de plank bij de publieke omroep, de Rai. En Domenico Lucano (61) moet op 11 juni voor de rechtbank in de Heart of Darkness Locri verschijnen. Een rechtbank in het hart van het gebied van de ’Ndrangheta, de Calabrese tak van de maffia, die halverwege de jaren negentig de koppositie heeft overgenomen van de Siciliaanse Cosa Nostra.

Sindsdien is de ’Ndrangheta in binnen- en buitenland uitgegroeid tot veruit de rijkste en machtigste tak van de Italiaanse georganiseerde misdaad, de BV Mafia. De zaken van de ’Ndrangheta (drugshandel, witwasoperaties via het massaal opkopen van horecagelegenheden in Noord-Italië en Europese steden, diepe infiltratie in de politiek en de verdeling van de openbare werken) lopen als een trein. En alhoewel het geld natuurlijk niet in het straatarme Calabrië wordt verdiend, zijn kruimelige plaatsjes zoals Locri, of zoals de bakermat San Luca, van strategisch belang. Het is het thuisland, hier regeren wíj, hier geldt onze wet, vanuit hier kunnen we doen en laten wat we willen, verstoppen wie of wat verstopt moet worden, naar het rijke noorden sturen wie of wat die kant op moet. Een staat binnen de staat, nauwelijks voor de voeten gelopen door justitie en politiek, alle grote woorden en spectaculaire arrestaties ten spijt.

Burgemeester Lucano’s zelfbedachte vuilnisophaalsysteem. Op het karretje staat ‘Riace verzamelt en weigert niet’ © Alessio Mamo / Redux / HH

En juist hier, in Locri, zal inmiddels burgemeester-af Domenico Lucano op 11 juni terechtstaan voor min of meer precies deze beschuldiging: dat hij een staat binnen de staat heeft gecreëerd met zijn zelf bedachte vluchtelingenopvangsysteem in het pietepeuterige bergdorpje Riace. Zo is het niet geformuleerd door de hoofdofficier van justie van Locri, maar het komt er wel op neer. Het afgelopen jaar zijn de juridische aanklachten en veroordelingen van Lucano als een jojo op en neer gegaan: schuldig – niet schuldig – schuldig – enzovoort. Steeds als een rechtbank een oordeel uitsprak, deed een ander rechtsorgaan het even later weer teniet.

Begin oktober 2018 werd Lucano gearresteerd en onder huisarrest gesteld wegens onrechtmatigheden in het bestieren van de vluchtelingenopvang in zijn dorp. Het ging om het aanzetten tot clandestiene immigratie en om zijn zelf bedachte vuilnisophaalsysteem, dat met ezeltjes en karretjes handig door de steile en krappe steegjes van Riace werd geleid. Een huis-aan-huis-systeem dat prima werkte, alleen had Lucano een openbare aanbesteding moeten uitschrijven voor het ophalen van het vuilnis, in plaats van zelf ezeltjes te kopen (met het geld dat voor vluchtelingenopvang was bedoeld), zelf stalletjes in de vallei te laten timmeren (idem), zelf houten karretjes te laten maken (idem). Het zag er allemaal schattig en pittoresk uit, het deed het geweldig in de oneindige hoeveelheid journalistieke reportages over Riace, de Afrikaanse bootvluchtelingen hadden zo ook een klusje, het dorp was schoon, maar het mocht niet.

En zo waren er nog veel meer dingen en dingetjes die hem ten laste werden gelegd, waaronder het uit gemeenschapsgeld subsidiëren van de lokale ambachtswinkeltjes waar vluchtelingen onder leiding van mensen uit Riace van alles maakten. Er werden stoffen geweven, er werd geborduurd, er werd gekantklost, genaaid, geknoopt, gedecoreerd, glas geblazen en wat al niet. Domenico Lucano ging er prat op dat het een zelfdraaiend systeem was, dat de vluchtelingen in Riace hun eigen broek ophielden, maar dat was onzin.

Het was een fotogenieke bezigheidstherapie, er werd bijna niets verkocht, maar daar ging het Lucano uiteindelijk ook niet om. Het ging om de vluchtelingen het gevoel geven dat ze ergens thuis waren, dat ze meededen met de lokale economie, dat ze geen overschot waren, maar mensen. Daarom ook had Lucano een eigen betalingssysteem voor Riace verzonnen. Een soort cheques met daarop de hoofden van internationale iconen van de strijd tegen sociaal onrecht en onderdrukking: Gandhi, Martin Luther King, Che Guevara, Nelson Mandela, en natuurlijk Pasolini.

‘Als ik de burgemeester een raad zou mogen geven zou ik hem aanraden om niet alleen van óns, de Afrikanen, maar ook van de mensen hier te houden’

Omdat het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken per ongeluk expres permanent achter liep met het overmaken van de subsidies aan de gemeentes die deel uitmaken van de sprar (het opvangsysteem waar asielzoekers onder vallen) had Lucano dit bedacht. Met cheques ter waarde van twee, vijf of tien euro konden de vluchtelingen hun eigen boodschappen uitkiezen in de paar winkeltjes van het dorp, in plaats van ze een standaard voedselpakket te geven, want ook dat is waardigheid. Een tegoedbon, die de winkeliers bij Lucano konden cashen als er eindelijk iets binnenkwam uit Rome. Maar omdat de kraan meteen radicaal is dichtgedraaid toen Matteo Salvini een jaar geleden de baas (bij hem zeg je baas, niet minister) van Binnenlandse Zaken werd, is er een betalingsachterstand van twee miljoen euro ontstaan. Bij winkeltjes die leven van misschien driehonderd euro per week.

En dit waren dan nog de kleine dingen. Ernstiger beschuldigingen, zoals het onrechtmatig schuilhouden van asielzoekers die uit Riace moesten vertrekken omdat hun aanvraag was afgewezen, het bewust niet registeren van wie er allemaal in de ineens weer volop bewoonde huisjes van het oude Riace zat, het als burgemeester beklinken van schijnhuwelijken om migranten zonder kans op asiel toch een status in Italië te geven, kostten Lucano twee weken later een verblijfsverbod voor Riace en ook de verwijdering uit het landelijke vluchtelingensysteem sprar. Dit was nog steeds in oktober 2018.

Er kwam vanuit ‘Rome’ nu helemaal geen geld meer naar Riace De vluchtelingen die nog een kans wilden maken op het beschermingssysteem, en dus op asiel, moesten vertrekken. Waarheen maakte niets uit, belangrijk was dat het ‘vrijwillig’ was. Het gevolg was dat de meesten belandden in het afschuwelijke, levensgevaarlijke krottenkamp van Reggio Calabria. Daar, in het kamp van San Ferdinando, zitten ze al met duizenden, de meesten ongeregistreerde seizoenarbeiders, en om de haverklap breken er branden uit met altijd dodelijke slachtoffers. ‘Het was de wind’, zeggen ooggetuigen dan. Dat zou inderdaad heel goed kunnen, als je vuurtjes stookt te midden van krotten die zijn bekleed met stukken plastic om niet te vernikkelen. Wat ook zou kunnen is dat de opvallend vaak uitbrekende branden in San Ferdinando als een teken moeten worden geïnterpreteerd. Reggio Calabria is de hoofdstad van Calabrië, met de grote, belangrijke haven Gioia Tauro. Daar moet een hoop spul in en uit, meestal ’s nachts, gek genoeg. Duizenden pottenkijkers in een krottenkamp dat aan de haven ligt zijn niet goed voor o’businesse. We zijn hier wel aan het werk, zouden de steeds uitbrekende branden ook kunnen betekenen, want in Calabrië houden ze niet van pottenkijkers.

In februari 2019 besloot de Hoge Raad in Rome dat het verblijfsverbod van Lucano voor Riace kon worden opgeheven. Er zouden geen onrechtmatigheden zijn geweest, en het systeem van de ezeltjes die het vuil kwamen ophalen was ook niet tegen de wet. De ezeltjes waren inmiddels verkocht, hun houten stalletjes in de vallei staan leeg. Maar in april werd Lucano’s verblijfsverbod voor Riace opnieuw ingevoerd en diende het OM van Locri de hele aanklacht tegen Lucano en 29 anderen opnieuw in. Alles wat het afgelopen jaar al was weggestreept door andere rechtbanken zal op 11 juni opnieuw voor een rechtscollege komen. Los van de twee miljoen openstaande schulden aan winkeliers in Riace zou Lucano met zijn systeem de Italiaanse staat voor vijf miljoen euro hebben opgelicht. Niet dat hij ook maar één cent voor zichzelf heeft gehouden, maar zijn op alle vlakken afwijkende, zelf bedachte systeem voor vluchtelingenopvang is Robin Hood spelen op kosten van de Italiaanse en de Europese belastingbetaler, ter meerdere eer en glorie van zichzelf, aldus het kasteel van de aanklacht.

O ja, en op 21 mei, vlak voor de Europese verkiezingen, besloot het administratieve hof van Calabrië (de tar) dat het buitensluiten van Riace uit het nationale opvangsysteem voor vluchtelingen (de sprar) nergens op gestoeld was. Hiermee wordt het besluit van de minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini dus overruled door de laagste trede in de Italiaanse rechtspraak, het administratieve hof. Dat kan. De vluchtelingen mogen Riace gewoon weer betrekken, vindt de tar. Dat gaat alleen niet gebeuren.

Rome, 13 mei. Domenico Lucano (groen shirt) arriveert voor een lezing bij de universiteit van Sapienza © Christian Minelli / NurPhoto via ZUMA Press / HH

Riace is sinds 26 mei officieel niet meer het dorp van Lucano, maar van de Lega. Van Salvini dus. Gekoppeld aan de Europese verkiezingen stemde Italië ook voor zo’n kleine vierduizend nieuwe burgemeesters in de helft van het totaal van achtduizend gemeenten. En Riace heeft overtuigend voor de kandidaat van de Lega gekozen, ene Antonio Trifoli. Zoals in het hele land betekent voor de Lega stemmen op Salvini stemmen, de lokale kandidaat hoeft zich nauwelijks voor te stellen. Naam, kruisje Lega, klaar. ‘Basta met het delirio di onnipotenza (delirium van almacht) van Mimmo Lucano’, zei een man uit Riace die eruitzag of hij er zwaar onder geleden had, ‘640 immigranten op 1800 inwoners, zijn we nou fris?’

Het getal van de vluchtelingen is wat overdreven, maar over het feit dat het in Riace de afgelopen vijftien jaar (Lucano was drie termijnen achter elkaar burgemeester) maar om één ding draaide is iedereen het wel eens. In de mooie documentaire over Riace But Now Is Perfect van de Nederlandse Carin Goeijers (Idfa 2018) zegt zelfs een Afrikaanse bootvluchteling het, terwijl hij zijn potje staat te koken in een huisje in Riace: ‘Als ik de burgemeester een raad zou mogen geven zou ik hem aanraden om niet alleen van óns, de Afrikanen, maar ook van de mensen hier te houden.’

Boven op de berg in het zo goed als verlaten oude dorpje bouwde Lucano aan zijn utopie, beneden aan zee zaten de oorspronkelijke bewoners van Riace zich te verbijten. Alle antieke dorpjes aan zee van Calabrië hebben een Superiore (‘Boven’) en een Marina (‘Aan zee’). Bijna iedereen verhuist naar beneden, naar de provinciale weg, waaraan de toekomst ligt. ‘Wat ik echt niet kan begrijpen’, aldus een andere Lega-stemmer van Riace Marina, ‘is dat Mimmo Lucano alle aanbiedingen die hij heeft gekregen om zich kandidaat te stellen voor het Europarlement heeft gesnobeerd. Godverdomme lul! Had nou eens een keertje een net pak aangetrokken…’ De presentatie van Lucano is inderdaad dusdanig casual dat het grenst aan een provocatie, zeker in een land als Italië. ‘… was nou eens voor ons gaan kijken, daar in Brussel of Straatsburg. Je krijgt die kans, niemand uit deze streek krijgt die kans. Ik vind het prima dat hij wil strijden voor de rechten van de vluchtelingen, maar moet dat allemaal hier, op dit ene zakdoekje aarde? Het was een logische stap voor hem geweest, wij hadden hem er allemaal enorm om gewaardeerd. In Brussel ligt geld, in Brussel kun je echt dingen bereiken, voor de vluchtelingen en voor ons. Maar nee. Mimmo Lucano kan zich de wereld buiten Riace helemaal niet voorstellen, en trouwens, ze kunnen hem ook niet verstaan, daar in Brussel. Dat kunnen wij al nauwelijks.’

Het is waar dat de Calabrese, binnensmondse dictie van Lucano in combinatie met een onstuitbare drang om zo veel mogelijk dingen tegelijk te zeggen leidt tot onverstaanbare monologen, gedachteflarden eigenlijk meer. De grootste krant van links la Repubblica, die het Riace-verhaal altijd warm heeft omarmd, omschrijft het als volgt: ‘Als Lucano begint te praten stormen er zoveel gedachten tegelijk naar zijn keel dat de ene de andere verdringt. “Willen jullie weten wat de ware reden is waarom ik Nee heb gezegd tegen Brussel? De reden is híj, de officier van justitie van Locri. Hier, in de aanklacht die hij heeft geschreven, beweert hij dat ik uit was op politieke macht, dat ik carrière wilde maken, dat het me om mezelf ging, om een plek op het pluche”, zegt Lucano en de woordenstroom gaat door. “Moeten jullie nagaan dat mijn dochter, om te genezen van de ziekte waaraan ze lijdt, haar gitaar heeft moeten verkopen. Ik heb geen cent, ik leef van wat anderen me geven en ben momenteel te gast in een huis dat niet het mijne is, maar als ik Ja had gezegd op een kandidatuur voor Europa, dan had ik hem, de officier van justitie van Locri, gelijk gegeven.”’

Ook Pier Paolo Pasolini was zo’n ongrijpbare intellectueel die de Italiaanse orde der dingen in de war bracht

Het is duidelijk dat de twee journalisten van la Repubblica ook niet begrijpen waarom Lucano de invitaties van alle linkse partijen, waaronder ook die van de belangrijkste, de Partito Democratico, om hen in Brussel te gaan vertegenwoordigen heeft geweigerd. Hij had er nu al gezeten, want hij had een zekere plaats op de lijst aangeboden gekregen. Naast de zieke dochter die haar gitaar heeft moeten verkopen, komt Lucano ook nog met dit: ‘Ik kan het niet verdragen dat die man (de hoofdofficier van justitie van Locri – ab) zo fanatiek vasthoudt aan mijn schuld, dat hij denkt dat ik mij het geld voor de vluchtelingenopvang heb toegeëigend, dat ik alles wat ik in Riace heb gedaan voor mezelf zou hebben gedaan. Ik zou hem een brief willen schrijven, en dan voor altijd in het niets willen verdwijnen. Ik zou op zijn gemoed willen drukken zoals hij op het mijne drukt.’

Leden van de partij Forza Nuova proberen de lezing onmogelijk te maken © Marco Ravagli / Barcroft Images / HH

In stille verwondering horen de journalisten hem aan, dan ineens gaat het ze dagen. Het proces tegen Lucano is een van de processen waarin Italië Italië voor de rechtbank sleept. Allebei, burgemeester en officier van justitie, zitten gevangen in een oud-Italiaans scenario waar ze niet uit los kunnen breken. Het is de moraal van wie bewust tegen de regels in gaat in dienst van een hoger ideaal versus de moraal van de staat, die voor alles de regels beschermt. Op kantelmomenten van de publieke moraal vlucht Italië de rechtbank in, al is dat niet de plek om verschuivingen in de maatschappelijke gevoeligheid uit te vechten.

Een aantal belangrijke Italiaanse publieke-moraalprocessen wordt gememoreerd. Dat tegen Don Milani, de verguisde priester van de armen die een onderwijssysteem ontwierp dat een van de vlaggen zou worden van de studentenrevolutie van 1968, een jaar na zijn dood. Hij kon het niet goed doen bij de kerk en hij kon het niet goed doen in de rigide christendemocratische maatschappij van de jaren vijftig, Don Milani. Van zijn verbanning maakte hij zijn kracht. In het uiterste uithoekje van de wereld van toen, het berggehuchtje Barbiana (zie Riace) in de Toscaanse Apennijnen, leerde hij de analfabete kinderen van de boeren zo veel dat ze later, na zijn dood, allemaal drie treden op de maatschappelijke ladder konden stijgen. En hij schreef ook brieven naar kranten vanuit Barbiana, tegen de dienstplicht bijvoorbeeld.

Omdat ze hem nergens anders op konden pakken werd zijn aansporing tot dienstplichtweigering de stok om hem in de rechtbank mee te slaan. Het hoger beroep diende op 28 oktober 1967, Don Milani overleed op 26 juni 1967 op zijn 44ste aan de ziekte van Hodgkin. De rechtszaak heeft nooit een uitkomst gekend, maar daar ging het ook niet om. Het ging om de figuur van Don Milani, om de aanval op het gezag van kerk en staat die hij vertegenwoordigde, om de gevaarlijke bres die hij sloeg in de Italiaanse orde der dingen. Italië houdt niet van revolutionairen, van charismatische figuren die aanzetten tot zelf denken, van eenlingen die het bewustzijn van het volk wakker schudden.

Dat was ook de reden van de onvoorstelbare hoeveelheid processen tegen Pier Paolo Pasolini, de denker, schrijver, aanklachtjournalist, regisseur, dichter, alles op topniveau. Wat Italië met deze provocatieve intellectueel aan moest wist het echt niet. Hij werd tussen 1957 tot aan zijn gewelddadige dood in 1975 vijftien keer voor de rechter gedaagd, altijd vanwege belediging van de publieke moraal, dan weer in zijn werk, dan weer vanwege zijn gedrag met adolescente jongens, want Pasolini zocht de randjes op alle gebieden graag op. Hij is altijd vrijgesproken, door rechters die er op den duur ook doodmoe van werden. Maar het OM bleef maar aangifte doen, of het waren burgers, of het waren politici.

Het was een soort voortdurende drijfjacht van de maatschappij op een ongrijpbare, gevaarlijke intellectueel die de Italiaanse orde der dingen in de war bracht. En de drijfjacht had uiteindelijk succes, niet in de rechtbank, maar wel op het strand van Ostia, waar Pasolini in de nacht van 1 op 2 november te grazen werd genomen door een nog altijd niet gedefinieerde knokploeg die een heel duidelijke opdracht had. Van wie, is ook nog altijd niet vastgesteld. Hij was 53 en op het toppunt van zijn intellectuele productie.

Anders lag het bij het proces tegen Enzo Tortora, een nationale beroemdheid, een zeer populaire tv- en radiopresentator, die in 1983 out of the blue door een aantal Napolitaanse Camorra-leden vanuit de gevangenis werd beschuldigd van lidmaatschap van de Camorra en drugshandel. Tortora was zelf een Napolitaan, en waarom ze hem moesten hebben is nooit opgehelderd. Hoewel binnen de kortste keren duidelijk werd dat Tortora niets, maar dan ook echt helemaal niets, met de beschuldigingen te maken had, bleef het OM van Napels maar volhouden, dwars tegen de steeds verontwaardigder publieke opinie in. Hoe onschuldiger Enzo Tortora eruitzag, hoe volhardener het OM van Napels de aanklacht bleef doordrukken, tot aan de Hoge Raad toe.

In dit geval ging het niet om het gevaar van Tortora, een keurige tv-presentator die allesbehalve revolutionaire gedachten had, maar om het feit dat het OM op hem had gemikt als symbool voor een maxi-proces tegen de Camorra. Er waren 856 arrestaties over heel Italië geweest, er was maanden gewerkt aan een rapport van 3800 bladzijden, dat al snel spottend ‘de encyclopedie van de Camorra’ werd genoemd. Ongelijk krijgen kon het OM zich niet veroorloven. Daarmee zou het hele proces in elkaar klappen, wat ook gebeurde, in 1987, toen de Hoge Raad bepaalde dat het allemaal broddelwerk was geweest. Maar Tortora was toen al dusdanig gemangeld dat hij een jaar later, in 1988, op zijn 59ste stierf.

De dwaze volhardendheid van zowel de officier van justitie van Locri als van ‘Mimì’ Lucano heeft alle elementen in zich van dit oude Italiaanse scenario. Alle aanklachten tegen Lucano waren al van tafel, maar de hoofdofficier van justitie van Locri – die overigens Luigi D’Alessio heet – voert ze weer allemaal op. Hij zit in het hart van het gebied van de ’Ndrangheta, waar meer dan genoeg te doen is voor een officier van justitie die de staat wil beschermen. Maar de ’Ndrangheta is een gegeven, terwijl het systeem van Riace geen gegeven mocht worden. De publieke moraal is gekanteld, de wind is gedraaid, het is zaak nu, alsnog, opnieuw, uit te vechten wat inmiddels al niet meer bestaat. De utopie van Riace is verleden tijd, maar er moet nog een punt worden gedrukt.

Burgemeester Lucano, voor wie volgens geruchten Wim Wenders aan het lobbyen is bij het Nobelcomité voor de vrede, had Europarlementariër in Brussel kunnen zijn en daar de zaak van de vluchtelingen op een hoger niveau kunnen bepleiten. Hij was dan ook juridisch onschendbaar geweest en had eindelijk eens een royaal salaris gekregen, waarmee hij zichzelf, zijn zieke dochter, en wie weet ook nog vele anderen had kunnen helpen. Maar ze zitten onlosmakelijk aan elkaar vast, de hoofdofficier van justitie en de oud-burgemeester. Gevangen in het oude Italiaanse scenario waarin de moraal voor de rechter wordt gesleept.