J'accuse

Begin maart 2003 riep minister van Defensie Donald Rumsfeld zijn naaste medewerkers bij elkaar. De troepen hadden hun posities ingenomen, de oorlog was onvermijdelijk. Hoe lang denken jullie dat dit gaat duren? vroeg hij. Een paar weken, zei generaal Franks. Onderminister Paul Wolfowitz schatte het op zeven dagen. De voorzitter van de chefs van staven, generaal Myers, was het meest pessimistisch: een maand. De reconstructie van deze historische bijeenkomst hebben we te danken aan Bob Woodwards Plan of Attack uit 2004. De president heeft zich nooit aan een nauwkeurige voorspelling gewaagd. Hij rekende op weken. ‘Ik had me op het ergste voorbereid’, zei hij later.
Intussen waren meer dan honderd wapeninspecteurs van de Verenigde Naties onder leiding van Hans Blix al een paar maanden naar de massavernietigingswapens aan het zoeken. Twee weken voor de aanval rapporteerde hij dat daarbij goede vorderingen werden gemaakt, dat wil zeggen ze werden niet meer gehinderd, konden onverwacht verschijnen en hadden overal in het land toegang. Geen mvw’s.
Mohamed ElBaradei, hoofd van het International Atomic Energy Agency van de VN verklaarde voor de Veiligheidsraad dat 'er tot dusver geen bewijs of geloofwaardige aanwijzing is gevonden dat Irak opnieuw een kernwapen in ontwikkeling heeft’.
Op 19 maart begon de aanval, ook op de Nederlandse tv was te zien hoe de hemel boven Bagdad rood gekleurd werd. Hebben premier Balkenende en zijn ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie, De Hoop Scheffer en Kamp, ook gekeken? Wat hebben ze toen gedacht? Zo! Dit is in overeenstemming met het volkenrecht? Of: zo heeft de Heer het nu eenmaal gewild, dit is in overeenstemming met de normen en waarden? Of: héhé, zo hadden we het niet bedoeld?
De commissie-Davids heeft buitengewoon nuttig werk gedaan. Er was geen sluitend volkenrechtelijk mandaat voor de oorlog. De premier had in die laatste weken van de vrede belangrijker dingen aan zijn hoofd. Hij heeft praktisch alles aan zijn minister van Buitenlandse Zaken overgelaten. Informatie van de inlichtingendiensten werd ondergeschikt gemaakt aan het doel. En zo hebben we terloops en niet in overeenstemming met het internationale recht onze hand- en spandiensten aan deze nog steeds voortdurende rampzalige onderneming verleend.
Dat zou al een dwingende reden voor de minister-president moeten zijn om nu af te treden. Maar er zijn nog meer argumenten. De commissie-Davids had een typisch Nederlandse opdracht. Ze moest uitzoeken wat er formeel wel en niet in orde was. Het onderzoek naar inhoudelijke politiek hoorde niet tot haar opdracht. Dat valt de commissie niet te verwijten, maar daardoor wordt ons oordeel over het toenmalige kabinet wel beperkt. Regime change in Irak, hoe dan ook, was het doel van Bush c.s. en daarbij was het internationale recht secundair. Washington heeft de oorlog gerechtvaardigd met argumenten die stuk voor stuk al een paar jaar geleden als leugens zijn ontmaskerd. Geen mvw’s, geen geheime contacten met al-Qaeda in Praag, geen pogingen van Saddam om in Niger uranium te kopen. En een buitengewoon gebrekkige kennis van de etnologische, godsdienstige en politieke structuur van het volk dat door Bush bevrijd ging worden.
Ook voor de aanval heerste in een deel van de Amerikaanse media en bij de Democraten al diepe twijfel aan de onderneming en de uiteindelijke door neoconservatieve denkers geformuleerde doelstelling: het bevrijde Irak als lichtend voorbeeld voor de reconstructie van het hele Midden-Oosten. Onze regering had alles van dit intern Amerikaans conflict nauwkeurig kunnen weten. We hebben een zwaar bemande ambassade in Washington, een stevige vertegenwoordiging bij de VN. Onze diplomaten hebben hun rapporten naar Den Haag gestuurd. De ministers hadden nauwkeurig van alle Amerikaanse twijfel en verzet op de hoogte kunnen zijn. Na het onderzoek van de commissie-Davids moet er een parlementaire enquête komen naar de politiek inhoudelijke kant van de Nederlandse betrokkenheid bij de Iraakse catastrofe.
In 2008 is in Amerika het boek The Prosecution of George W. Bush for Murder verschenen van de jurist Vincent Bugliosi. Hij stelt daarin de president verantwoordelijk voor de dood van meer dan vierduizend Amerikanen. Het boek is zeer spaarzaam besproken maar er zijn wel 150.000 exemplaren van verkocht. Na Davids is het de vraag of er ook in Nederland zo'n J'accuse kan worden geschreven. Had de regering zich bewust kunnen zijn van de onoverzienbare risico’s die Bush ging nemen? Of was Den Haag bezeten door zo'n vlaag van dorpse zelfoverschatting, zo'n waan die ons er een halve eeuw geleden toe bracht het vliegdekschip Karel Doorman naar de Pacific te sturen om de Papoea’s de democratie te brengen? Dankzij de commissie-Davids weten we alles van de volkenrechtelijke vergissingen. Nu gaat het erom vast te stellen hoe Den Haag zich politiek inhoudelijk tot medeplichtigheid aan Bush heeft laten verleiden. Door een parlementaire enquête.