Van mishandelen tot martelen

Ja! Amerika kan het!

De soldaten die in de Abu Ghraib-gevangenis Irakezen martelden, zijn de kinderen van George Bush: ze ontvluchten een uitzichtloos bestaan en gaan in het leger. Het verband tussen de Amerikaanse economie en de misstanden in Irak.

In 1968 begon de legendarische Amerikaanse vakbondsman Cesar Chavez een hongerstaking van 25 dagen. Door zichzelf voedsel te ontzeggen protesteerde hij tegen misstanden waar boerenarbeiders onder leden. De slogan van zijn historische vakbonds-offensief was «Si se puede!» — Ja, wij kunnen het.

Vorige week begon George Bush een bustournee van vier dagen. Tussen diverse pannenkoekenontbijten door loofde hij belastingverlagingen en veroordeelde iedereen die vindt dat Amerikaanse arbeiders bescherming nodig hebben in de mondiale economie. Zijn strijdkreet voor laissez-faire-economie? «Ja, Amerika kan het!»

Die echo was waarschijnlijk zo bedoeld. Bush zit zo te springen om de Hispanic stemmen dat hij zijn toevlucht heeft genomen tot uitroepen als: «Vamos a ganar! We gaan winnen!» tijdens campagnespeeches in Ohio.

Maar het belangrijkste doel van de «Ja, Amerika kan het!»-bustournee was, natuurlijk, het verschuiven van de aandacht van de Amerikaanse kiezers van het Iraakse gevangenisschandaal naar veiliger gebied: de zich herstellende arbeidsmarkt. Volgens een rapport van het Amerikaanse Labor Department werden er in april 288.000 banen gecreëerd. De campagne van Bush heeft deze cijfers aangegrepen om John Kerry nog verder af te schilderen als de starre pessimist uit New England, die altijd maar doorzanikt met het slechte nieuws. Bush daarentegen is de buigzame Texaanse optimist, die altijd een makkelijke glimlach toont en de duimen omhoog steekt. «De president moet ervoor zorgen dat we optimistisch en vol vertrouwen zijn, zodat we banen kunnen scheppen», hield hij zijn nauwkeurig gescreende toehoorders in Dubuque, Iowa voor.

Maar sommige banen zijn ontvankelijker dan andere voor de kracht van positief presidentieel denken. Ruim 82 procent van de banen die in april werden gecreëerd waren in dienstverlenende bedrijven, inclusief restaurants en middenstand, terwijl de grootste nieuwe werkgevers uitzendbureaus waren. In het afgelopen jaar zijn 272.000 productie banen verdwenen. Geen wonder dat het Economische Rapport van de President in februari het idee opperde om fastfoodrestaurants voortaan te classificeren als fabrieken. «Als een fastfoodrestaurant bijvoorbeeld een hamburger verkoopt, verleent het dan een ‹dienst› of combineert het inputs om een product te ‹produceren›?» vraagt het rapport.

Maar niet alle banengroei in Amerika komt van hamburgers bakken en uitzendwerk. Nu er meer dan twee miljoen Amerikanen achter de tralies zitten (een van de manieren waarop werkloosheidscijfers kunstmatig laag worden gehouden) is het aantal gevangenbewaarders explosief gestegen — van 270.317 in 2000 tot 476.000 in 2002, volgens het Amerikaanse ministerie van Justitie.

Bush die de duim omhoog steekt te midden van zoveel economische ellende: het deed me denken aan een bepaalde in brede kringen circulerende foto die in Irak is gemaakt. Daarop staan Specialist Charles Graner en Private Lynndie England, the happy couple, die boven een hoop gemartelde Iraakse gevangenen staan, grijnzen en hun opgestoken duimen tonen. Alles is in orde, lijken hun ogen te zeggen, zolang je maar niet naar beneden kijkt.

Er is nog iets dat de miserabele staat van de Amerikaanse arbeidsmarkt en de beelden uit de Abu Ghraib-gevangenis verbindt. De jonge soldaten die als schuldigen van het gevangenisschandaal worden aangewezen, zijn de McWorkers, gevangenbewaarders en ontslagen fabrieksarbeiders van het zogenaamde economische herstel van Bush. De cv’s van de soldaten die zullen worden aangeklaagd wegens mishandeling komen rechtstreeks uit het rapport van het ministerie van Werkgelegenheid van april.

We hebben Spc. Sabrina Harman, uit Lorton, Virginia, assistent-manager van haar plaatselijke Papa John’s Pizza. We hebben Spc. Graner, thuis in Pennsylvania gevangenbewaarder. We hebben Sergeant Ivan Frederick, ook gevangenbewaarder, ditmaal bij het Buckingham Correctional Center op het platteland van Virginia.

Voor hij zich voegde bij wat gedetineerdenrechten-expert Van Jones de «goelag economie van Amerika» noemt, had Frederick een keurige baan bij de Bausch & Lomb-fabriek in Mountain Lake, Maryland. Maar volgens The New York Times sloot die fabriek en verhuisde naar Mexico — een van de bijna 900.000 banen die volgens schattingen van het Economic Policy Institute zijn verdwenen sinds Nafta, waarvan het overgrote deel in de productiesector.

De vrije markt heeft de Amerikaanse arbeidsmarkt veranderd in een zandloper: genoeg banen onderin, een behoorlijke hoeveelheid bovenin, maar heel weinig in het midden. Tegelijkertijd is het steeds moeilijker geworden om van onderen naar boven te komen — het collegegeld op universiteiten is sinds 1990 gestegen met ruim vijftig procent.

En daar komt het Amerikaanse leger in beeld: het leger heeft zichzelf gepositioneerd als de brug over de almaar groeiende klasse-kloof van Amerika: geld voor een opleiding in ruil voor militaire dienst. Noem het de Nafta-overeenkomst.

Het werkte bij Lynndie England, de meest beruchte van de Abu Ghraib-aangeklaagden. Ze ging bij de 372 Military Police Company om haar studie te kunnen betalen, in de hoop haar baan op de kippenfarm te verruilen voor een carrière in de meteorologie. Haar collega Sabrina Harman zei tegen The Washington Post: «Ik wist helemaal niks over het leger behalve dat ze je studie betaalden. dus ging ik erbij.»

De armoede van de soldaten in het centrum van het gevangenisschandaal is gebruikt zowel als bewijs voor hun onschuld, als om hun schuld te onderstrepen. Aan de ene kant verklaart Sergeant Eerste Klasse Paul Shaffer dat je in Abu Ghraib «iemand bent die de ene dag in de McDonald’s werkt, en de volgende dag sta je voor honderden gevangenen van wie de helft zegt dat ze ziek zijn en de andere helft dat ze honger hebben». En Gary Myers, de advocaat die enkele soldaten verdedigt, vroeg aan Seymour Hersh van The New Yorker: «Denk je echt dat een groep kinderen van het platteland van Virginia op zeker moment besloot dit helemaal op eigen houtje te gaan doen?»

Aan de andere kant heeft de Britse tabloid The Sun Lynndie England omgedoopt tot de «Trailer trash torturer» («achterbuurt-marteltuig»), terwijl Boris Johnson in The Telegraph schreef dat Amerikanen te kijk werden gezet door «vals grijzende sloeries uit de Appalachen».

De waarheid is dat de armoede van de soldaten die bij de martelingen in de gevangenis betrokken waren, ze noch schuldiger noch minder schuldig maakt. Maar hoe meer we over ze te weten komen, des te duidelijker wordt dat het gebrek aan goede banen en sociale gelijkheid in de VS precies de redenen zijn waarom ze sowieso naar Irak zijn gegaan. Ondanks zijn pogingen met de economie de aandacht af te leiden van Irak, en ondanks zijn inspanningen om de soldaten te isoleren als on-Amerikaanse uitzonderingen, zijn dit de kinderen die George Bush heeft achtergelaten, die ontvluchten aan uitzichtloze McJobs, corrupte gevangenissen, onbetaalbare opleidingen en gesloten fabrieken.

En ook op een andere manier zijn het Bush’ kinderen: dat zit ’m in het alomtegenwoordige duimen-omhoog-gebaar dat ze maken, schijnbaar onwetend van de cata strofe aan hun voeten. Dit is de fundamentele George Bush-pose. In de rotsvaste overtuiging dat Amerikaanse kiezers een positieve president willen, heeft het Bush-team geleerd optimisme te gebruiken als een offensief wapen: hoe vernietigend de crisis ook is, hoeveel levens er ook zijn verwoest, ze hebben de wereld voortdurend de opgestoken duim getoond.

Donald Rumsfeld? «Doet het perfect», volgens de hoofd-optimist. De missie in Irak? «We boeken vooruitgang, absoluut», zei Bush tegen journalisten, een jaar na zijn rampzalige «Mission Accomplished»-speech. En de Amerikaanse arbeidsmarkt, die zoveel mensen de armoede in heeft gedreven? «Yes, America Can!»

We weten nog niet wie deze jonge soldaten heeft geleerd hoe ze het meest effectief hun gevangenen moeten martelen. Maar we weten wel wie ze heeft geleerd om happy-go-lucky te blijven te midden van verschrikkelijk lijden — die les kwam direct van bovenaf.