De Europese Literatuurprijs

Ja dit is Europa. Welkom

Vluchteling op Lesbos, Griekenland, april 2016 © Murat Tueremis / Laif / HH

De Tsjechische schrijver Marek Sindelka (1984) debuteerde in Nederland in 2017 met het veel geprezen Anna in kaart gebracht. Dat boek was een vertelling-in-verhalen, waarbij elke verteller – een oudere minnaar, een schrijver met een hekel aan plots, een grootouder – een andere kant van deze Anna liet zien. Wat bleek? Elke versie van de in-kaart-gebrachte titelfiguur zei vooral iets over degene die haar beschreef. Sindelka, naast romancier ook dichter, tekenaar en recensent, gebruikte in dat boek een heel arsenaal van literaire trucs en technieken. De schrijver leek te willen tonen dat ‘het verhaal’ niet bestaat, alleen ‘verhalen’ – en dat je zelfs die niet kunt vertrouwen. Dit alles had kunnen leiden tot een cynische, wantrouwige roman, maar Anna was een warmbloedig boek, een milde blik op de menselijke tekortkomingen.

Sindelka’s nieuwste, Materiaalmoeheid, is een meer ingetogen boek, traditioneler, en harder. Hij wil iets zeggen over de huidige vluchtelingencrisis. Hoe doe je dat? Door gewoon maar te beschrijven hoe zoiets onvatbaar groots voor twee mensen is. Van twee jonge broers, wezen, wordt in alternerende hoofdstukken de vlucht uit een door oorlog verwoest thuisland beschreven, waar ‘metalen geraamten’ uit puin omhoog steken, en niks meer is. De twee proberen bij hun nieuwe huis uit te komen, een stad in Noord-Europa, waar kinderen na school aan parcours doen in plaats van voor bommen te moeten schuilen.

De twee verhaallijnen spelen zich af op verschillende momenten in de tijd, en op andere plaatsen. Amir, de oudste, betaalt voor een smokkelovertocht naar Europa, met een auto op een ferry. Hij verdwijnt in het begin van het boek onder de motorkap van een auto en verliest zo zicht op zijn broertje, die zich in een andere auto moet verstoppen. Amir weet niet wat er van de jongen terechtkomt, de lezer wél. De jongste van de broers ontsnapt in het eerste hoofdstuk immers na lange tijd – weken? maanden? jaren? – uit een detentiecentrum in Centraal-Europa. Hij trekt verder noordwaarts, op zoek naar Amir, naar de plek waar ze hebben afgesproken.

Amir bevindt zich onder een warme motorkap, zijn broer vlucht door de kou

De twee perspectieven van de broers vullen elkaar aan: Amirs deel beschrijft grofweg het eerste deel van de reis, dat van zijn jongere broer het tweede. Maar hun verhalen contrasteren ook: Amir bevindt zich onder een warme motorkap, in overvolle, hete treinen, midden in mensenmassa’s; zijn broer vlucht door de nachtelijke kou van een sneeuwlandschap waarin zelfs zijn adem bevriest en amper mensen zijn te vinden. Sindelka schrijft ook deze keer heel beeldend. Zijn zinnen zijn visuele impressies (opgesloten in een vrachtwagen verlichtten de lantaarnpalen de binnenkant van deze moderne walvis af en aan, af en aan), gesneden op het ritme van de scène. Vluchten gaat gepaard met korte, hijgerige zinnen. Veel indrukken. Plotse geluiden. Een Palestijnse medevluchteling die in een indringend hoofdstuk in relatieve rust zijn verhaal vertelt, krijgt veel meer ruimte, mag meanderen, uitweiden.

Maar Sindelka is meer dan alleen een begenadigd cameraman en editor. Hij richt diezelfde blik naar binnen; zijn hoofdpersonen verplaatsen zich op meer dan één wijze door de tijd en ruimte; ze reizen ook in hun hoofd. Amir denkt in flashbacks terug aan de Engelse ramptoeristen in zijn geboortestad, de Engelsman die zich ‘als een Amerikaan gedraagt’ en graag oorlogszones bezoekt om te zien hoe oorlog werkelijk is, maar uiteraard pas na het conflict arriveert en verblijft in luxe hotels. De schrijver is niet bang grote verbanden te leggen. Hij laat de Palestijnse vluchteling zeggen: ‘Bij jullie in Europa zijn de Duitsers begonnen joden te vermoorden. De joden ontvluchtten Europa, pikten ons land in en hebben mijn overgrootouders gedood, dus zijn we naar Syrië gevlucht. In Syrië is iedereen elkaar nu aan het doodmaken, dus ben ik op de vlucht naar Duitsland, wat is daar zo moeilijk aan te begrijpen?’

Om voor zijn familie te zorgen, verkocht deze Palestijnse jongen een nier. Hij wordt vervolgens in Europa door jongens van zijn eigen leeftijd in elkaar getrapt: ‘Geen islam hier’, zeggen ze. ‘Geen terroristen.’ En ze trappen de lucht uit zijn longen. ‘Dit is Europa!’ Ja, dit is Europa. Wees welkom.

Materiaalmoeheid is een uitputtingsslag, een boek over de fysieke ontberingen van twee oorlogsvluchtelingen. Alle elementen van een vluchtverhaal komen terug, van de politie als angstagent in plaats van veiligheidsfactor, tot rijke stinkerds die niks delen en daklozen die dat wel doen. Het boek toont hoe dat alles zich bij de broers in de geest nestelt en wat dat betekent. De zelfhaat van de jongens wordt voelbaar, ze krijgen allebei het gevoel dat ze tekortschieten, terwijl Het Systeem hen verneukt; elke mensenhandelaar, orgaanhandelaar, dorpsbewoner, agent en overheidsinstelling kijkt wat de jongens voor hen (kunnen) betekenen, in plaats van wat de jongens betekenen: twee ontheemde kinderen op drift in een onverschillige, wrede wereld. En wat die ontheemding zegt over iedereen in die wereld. Sindelka zelf toont dit met een prachtige slotscène, waar de Europese kinderen in hun warme huizen oorlogsspelletjes spelen terwijl voor de deur de vluchtelingen over straat dwalen. Materiaalmoeheid is een harder boek dan zijn voorganger, kritischer ook, maar niet minder indrukwekkend: het maakt duidelijk dat de werkelijkheid voor een deel wél wordt geplot. Door de mens, inderdaad.