Timothy Morton over ecologische bewustwording

Ja Natuurlijk ‘We moeten leren aarzelen’

Intro Als we de ecologische crisis willen oplossen, moeten we ophouden met proberen het goede te doen, stelt ecosoof Timothy Morton. ‘Alles wat we doen is een beetje verkeerd. Dat moeten we onder ogen zien.’

Het werk van de Brit Timothy Morton (1968) is zonder meer eclectisch te noemen. Hij promoveerde in 1992 op een onderzoek naar het lichaam en de voedselcultuur in het werk van de romantische dichter Percy Bysshe Shelley en schreef later onder meer The Poetics of Spice. In 2007 baarde hij opzien met de publicatie van Ecology without Nature, waarin hij onomwonden stelt dat het heersende denken over ecologie de plank misslaat, omdat het uitgaat van ‘natuur’ als iets wat ver van de mens staat, als iets wat mensen in al hun vooruitgangsdrift kapot aan het maken zijn. Als we de wereld willen redden, zo schrijft hij, kunnen we niets met een begrip als natuur – ‘iets natuur noemen, op een voetstuk plaatsen en het van een afstandje verafgoden, doet met het milieu wat het patriarchaat met vrouwen doet’.

Hij vestigde hiermee niet alleen zijn naam als ecologische denker, maar werd ook direct ingelijfd in de zogenoemde objectgeoriënteerde filosofie, een recente stroming die zich verzet tegen het idee dat alleen de relatie van de mens tot de dingen ertoe doet. Zij willen voorbij het antropocentrisme van Immanuel Kant, bij wie alles draait om het subject. Er is meer aan ‘de dingen’ dan wij ervan weten. Net als de objectgeoriënteerde filosofen verzet Morton zich tegen het idee dat de mens centraal staat en dat zijn rol in het geheel allesbepalend is.

In 2010 publiceerde Morton The Ecological Thought, een gids voor écht ecologisch denken. Voortbordurend op zijn stelling dat ecologie van ons vraagt dat we voorbij het mens/natuur-dualisme gaan, stelt hij hier dat ecologisch denken een houding is die uitgaat van onderlinge verbondenheid van mens en omgeving. Hij noemt dat ‘radicale intimiteit’ en ‘radicale co-existentie’. Die radicale intimiteit moeten we overigens niet verwarren met iets als holisme of deep ecology. Wanneer Morton zich ‘ecosoof’ noemt, plaatst hij zich zeker niet in de traditie van de holistische Noorse filosoof Arne Næss, volgens wie de mens onlosmakelijk verbonden is met het geheel van de natuur. Veeleer is hij ecosoof zoals de Franse filosoof en psychoanalyticus Felix Guattari dat was. De guattariaanse ecosoof gaat uit van een complexe interactie tussen mens, samenleving en milieu en legt zich erop toe die te onderzoeken.

Mortons ecologie is niet deep maar dark. In The Ecological Thought vergelijkt Morton de ecologisch denkende en handelende mens met de film noir-_detective. Deze denkt doorgaans een misdaad te onderzoeken waar hij verder niets mee te maken heeft, maar komt er gaandeweg achter dat hij er zelf bij betrokken is. _Dark ecology leert ons dat er geen metapositie mogelijk is van waaruit we kunnen bepalen wat er precies aan de hand is en wat het juiste is om te doen. Voorbij het antropocentrisme komen en de mens niet langer als maatgevend beschouwen, daar gaat het om.

Morton was in Nederland voor het symposium Perceptions of Nature, dat in het kader van de kunstmanifestatie Ja natuurlijk: Hoe kunst de wereld redt werd georganiseerd in het Gemeentemuseum Den Haag. Hij is enthousiast over de titel. Hierin is niet alleen zijn fundamentele kritiek op de notie van Natuur met een grote N vervat, de streep erdoor stelt ons bovendien voor een onmogelijkheid: je leest de zin en je leest ’m niet. Daarmee tart je de wetten van de logica, en dat is volgens Morton precies waar ecologie over gaat. Things are fuzzy. ‘Neem een weiland dat tot parkeerplaats wordt omgevormd’, zegt hij. ‘Wat is het precieze punt waarop het weiland ophoudt een weiland te zijn en een parkeerplaats wordt? Dat is moeilijk te zeggen. Of neem de evolutie van de kikker. Dingen die geen kikkers waren zijn kikkers geworden, maar wanneer werden ze precies kikkers? En wanneer zijn ze het straks niet meer? Evolutie is niet iets wat je kunt lokaliseren.’

De ondertitel van de tentoonstelling moeten we volgens Morton met een flinke korrel zout nemen. Kunst geeft ons geen recept voor het redden van de wereld. Maar dat het ons aan het denken zet helpt al enorm. ‘Wat we volgens mij moeten doen, is verlangzamen en aarzelen. Ik denk dat aarzeling in zichzelf een diep ecologische handeling is. Je vraagt je af: moet ik een stoel van plastic kopen of van hout? Eet ik wilde zalm of kweekzalm of helemaal geen zalm? Aarzeling in denken en aarzeling in handelen gaan hand in hand.’

Want wat is het juiste om te doen? We willen wel onze verantwoordelijkheid nemen, maar het is vaak onduidelijk of we daar nou in geslaagd zijn of niet. Volgens Morton is de reden hiervoor dat ecologische handelingen altijd iets unheimisch hebben: ‘Dit komt omdat we ons niet alleen bevinden in dat ding dat we biosfeer noemen, maar het tegelijkertijd zijn. We kunnen, ook in filosofisch opzicht, niet buiten dat “ding” gaan staan waar we ons in vastgelijmd zien. Daarom geven ecologische handelingen je het gevoel dat je altijd een beetje ongelijk hebt.’

In navolging van Kierkegaard, die vond dat wanneer je jezelf serieus wilt nemen, je moet erkennen dat je tegenover God altijd ongelijk hebt, stelt hij daarom: ‘Against the biosphere you are always in the wrong.’ Juist omdát je erin zit, omdat elke handeling een bepaald effect heeft, maar we de gevolgen daarvan vaak niet helemaal overzien. ‘We realiseren ons dat we allemaal in David Byrne’s song Once in a Lifetime zitten, waarin we opeens beseffen: dit is niet mijn mooie huis! Dit is niet mijn mooie biosfeer! Dit is niet mijn mooie ecologische handeling! Het is de kunst om dat unheimische gevoel niet weg te poetsen, maar juist te omarmen.’

Maar hoe kunnen we ons wapenen tegen het gevoel dat het uiteindelijk allemaal geen donder uit maakt wat we doen? Morton geeft toe dat dat lastig is: ‘In de afgelopen tweehonderd jaar heeft slim zijn betekend dat je cynisch bent. Ik ben slimmer dan jij omdat ik kan zien wat voor hypocriet jij bent, omdat ik kan zien hoe diep verdorven alles is. Maar uit dat cynisme spreekt ook een vorm van hoop. De cynicus gelooft dat als hij onze walging over onszelf genoeg zou kunnen aanwakkeren, hij ons daarmee op andere gedachten kan brengen. In die zin is juist de cynicus hypocriet! Waar het om gaat, is dat we beseffen dat we niet kunnen doen wat we willen, dat het beter is om minder of geen vlees te eten, om minder of geen auto te rijden. Maar terwijl we dat doen, moeten we ons realiseren dat we onszelf niet weg gegumd hebben en dat we geen schuldenvrije mensen zijn. Schuldenvrij worden we alleen wanneer we ons van onszelf ontdoen.’

Dit vraagt volgens Morton om een andere houding ten opzichte van al het levende en niet-levende dat deel uitmaakt van onze biosfeer. ‘We moeten uitgaan van de gedachte dat we overal personen tegenover ons vinden. Niet alleen hoogontwikkelde dieren als dolfijnen, maar ook bomen en grassprieten zijn personen. En omdat het personen zijn mag ik ze kwaad doen.’ Maar is dat niet gewoon animisme? ‘Ja’, zegt Morton, ‘maar dan wel een logisch en wetenschappelijk animisme’.

‘Laten we een ijsbeer nemen en haar Suzan noemen. Suzan heeft een probleem, ze bevindt zich op een smeltend eiland. Wat gaan we doen? Gaan we haar leren zwemmen? Nodigen we haar uit in ons huis en vragen we haar om onderdeel van ons gezin te worden? Er zijn verschillende oplossingen voor het probleem dat Suzan haar biotoop verliest en ze zijn allemaal een beetje raar. En dat is het echte probleem. We houden ons bezig met het in stand houden van soorten, terwijl we ons eigenlijk bezig zouden moeten houden met Suzan en hoe we haar kunnen helpen om niet te verdrinken. Laat ik het anders zeggen: ik ben toch ook niet aardig tegen jou omdat je een onderdeel bent van de mensensoort? Ik ben aardig omdat je een persoon bent.’

Morton ziet wel dat die toegenomen hoeveelheid ‘personen’ ertoe leidt dat de last van verantwoordelijkheid enorm toeneemt. ‘Dat is er inderdaad een bijeffect van. Het verandert ons in angstige Woody Allen-achtige figuren. Alles wat ik doe is dan een beetje verkeerd, een soort mislukking. Maar dat is juist goed, want als we de wereld benaderen als een machine waarvan na te gaan is hoe die precies werkt, gaat het juist mis.’

We moeten volgens Morton dus voorbij het cynisme, voorbij de verlammende gedachte dat het geen enkel verschil maakt wat we doen en het idee dat de ecologische problemen waarvoor we ons gesteld zien te groot zijn om op te lossen. Een recept voor ecologisch handelen kan hij ons niet geven. Wel durft hij iets te zeggen over hoe het zou voelen om zo te handelen. Hij verwijst hiervoor naar Freud en diens begrip van melancholie. ‘Freud noemde melancholie de afdruk van een ander wezen in de innerlijke ruimte van het individu. Ik denk dat melancholie een ecologisch gevoel is omdat het te maken heeft met je verhouding tot de buitenwereld’, zegt Morton. ‘We ontkomen er niet aan dat we elkaar wonden toebrengen.’

Freud noemt gebrek aan eigenwaarde het hoofdkenmerk van de melancholicus. Wie melancholisch is, is zijn belangstelling voor de buitenwereld verloren. Hij doet niets meer en gaat in zijn zelfverwijt soms zo ver dat hij overvallen wordt door de waanverwachting gestraft te zullen worden. Wordt wie ecologisch wil handelen niet regelmatig door precies dat gevoel overvallen? Kunnen we het ooit goed doen? Nee, zegt Morton. Maar wat we wel kunnen leren is daarmee in het reine te komen. ‘Het proces van ecologische bewustwording heeft iets van een rouwproces. Het is onze taak als eco­sofen om mensen voorbij de ontkenning te brengen, voorbij de woede, het onderhandelen, en de rouw. Wanneer mensen overvallen worden door een lichte vorm van droefheid, dan zijn ze er, dan hebben ze het stadium van de acceptatie bereikt.’


De tentoonstelling Ja natuurlijk: Hoe kunst de wereld redt is nog tot 26 augustus te zien het GEM/Fotomuseum Den Haag. De ruim tachtig exposerende kunstenaars moeten niets minder dan een gedragsverandering bewerkstelligen. ‘Met af en toe groen doen gaan we de wereld niet redden. Kunstenaars komen met ongewone invalshoeken en zetten ingesleten patronen op scherp’, leert de site. Dat de tentoonstelling zich over de omgeving heeft verspreid, is dan ook niet verwonderlijk. Op de vijver drijft Articles of Faith, uit plastic flessen, fietsbanden en ander afval opgetrokken bouwsels die door de bezoekers zelf gemaakt zijn. Het kunstenaarsduo Aquilizan, bedenker van dit Gesamt­kunstwerk, noemt ze talismannen of mascottes die de natuur tegen onheil moeten beschermen.