Ja otje!

Mijn eerste tv-toestel won ik door een VPRO-abonnee te werven en een rijmpje te schrijven dat de dominee-van-publiciteit beviel. Plots konden we de twee netten in zwartwit bekijken. We deden dat met een mengsel van argwaan en opwinding. Televisie was voor aankomende intellectuelen inferieur aan radio en een tikje ‘ordinair’. Anderzijds zagen we Jan Pesman Olympisch kampioen op de 10 kilometer schaatsen worden, kwam ook óverigens de wereld binnen en begonnen Vara, VPRO en KRO (Brandpunt) mee te woelen om verandering.

Maar voor de helderste herinnering aan die tijd zorgden Annie Schmidt, Harry Bannink, Hetty Blok en Leen Jongewaard met Ja zuster, nee zuster. Voor kinderen bedoeld, maar al gauw liep onze pijpela op zaterdagmiddag vol met twintigers die kwamen zien of de rondzingende faam terecht was en die daarna geen avontuur van zuster Klivia, Gerrit en opa wensten te missen. Televisie kijken was, bij gebrek aan andere prijswinnaars, nog een sociale gebeurtenis - wat de lol vergrootte.
Dat de waardering voor de zuster op meer berust dan jeugdsentiment bewijzen de liedjes die glanzend overeind blijven en in sommige kringen als erfgoed worden doorgegeven. Mij zou het niks verbazen wanneer onze kleindochter over een paar jaar ‘Op de step’ en 'Duiffies’ even moeiteloos meezingt als haar moeder (al hoop ik natuurlijk vooral op 'in heel Europa, m'n ouwe opa’), terwijl ze er allebei, dankzij een combinatie van misplaatste zuinigheid en gebrek aan historisch en cultureel besef, nooit een beeld van hebben kunnen zien: gewist. Dat is niet Vara’s enige blunder jegens mevrouw Schmidt: haar artistieke vrijheid werd voortdurend ingeperkt, ze moest het vooral niet te hoog in de bol hebben bij wensen voor de rolbezetting, en het treurige eind van het lied is dat ze haar lieten gaan. Had de Vara respect betoond en meegewerkt dan was haar tv-oeuvre groter en nog veel rijker geweest.
Maar ziet: daar zijn haar boeken. En daar zijn getalenteerde televisiemakers aan wie ze toestemming gaf ermee aan de slag te gaan. Zo kon het gebeuren dat we 33 jaar na Klivia op zaterdagmiddag klaar zaten voor Annie’s Otje. Kleuren-tv, Avro in plaats van Vara, een scenarioschrijfster (Tamara Bos) die de zuster nooit heeft gezien (maar zonder twijfel de liedjes kent) en wij oud - maar mede dankzij Otje niet der dagen zat. Want Bos Bros heeft weer toegeslagen. Hier had ook de grootvorstin van de kinderletteren plezier aan beleefd.
Het boek is kundig naar drama vertaald, de combinatie van 'echte’ mensen met poppen (de dierenwereld) werkt wonderwel, styling en regie (Joram Lursen) zijn fraai en Anne Rats als Otje is de ontdekking van het jaar. Otje is acht; heeft, zoals vaak bij Schmidt, geen moeder; wel een vader die als kok zonder papieren, weinig verdienend, steeds bedreigd met ontslag en grossierend in woede-aanvallen, nauwelijks zekerheid en structuur biedt. Maar Otje, sterk doordat ze met dieren praat en andersom, sleept hen door velerlei sores heen. Ze is kind en volwassen tegelijk, zoals kok Tos tegelijk haar vader en haar kind is. Jammer daarom dat dit duo qua spel niet gelijkwaardig is. Nico de Vries doet het aardig, Anne Rats geweldig. Bij Otje voel je dat ze van haar vader houdt, bij Tos moet je dat andersom maar aannemen. Otje is mens, Tos type. Toch feestelijk. 'Otje ging snel slapen, zo een zin had ze in de volgende dag. Het was maar goed dat ze niet wist wat haar te wachten stond.’ Ook zonder die cliffhanger verheugen we ons op zaterdag.
Vestdijks geboortejaar 1898. De televisie viert het eeuwfeest middels drie romans als tv-film: Het glinsterend pantser (Vara), De ziener (NPS), Ivoren wachters (VPRO). Regisseurs: Maarten Treurniet, Gerrit van Elst, Dana Nechushtan. 6, 13 en 20 oktober, Nederland 3.