Vier argumenten

Ja tegen Turkije

De VVD is gespleten nu fractieleider Jozias van Aartsen de ideologische Gordiaanse knoop heeft ontrafeld waarmee niemand binnen de partij zich sinds de moord op Pim Fortuyn raad wist. Van Aartsen koos uiteindelijk voor een liberale lijn ten koste van de neofortuynisten binnen de partij.

Volgens de officiële lezing is de Turkse toetreding tot de Europese Unie het breekijzer. Binnen de Nederlandse regering en Europa lijkt zich onder immense Amerikaanse druk een meerderheid vóór toetreding te hebben afgetekend. Dat strijkt veel conservatieven echter tegen de haren in. Dat die haren zich vaak net boven de balzak bevinden mag dat niet verhullen. Turkije zou volgens deze critici als overwegend islamitische natie niet binnen de Europese judeo-christelijke cultuur passen. Zelfs de Europese bisschoppen voeren onder leiding van het Vaticaan een harde antilobby.
De culturele traditie is niet het enige fundament waarop de partijen in Nederland en Europa zich baseren als het gaat om het isoleren van de islamitische beschaving van de westerse. Vaak worden ook andere verschillen aangehaald. Het meest zwaarwegende verschil is het «rechtsbeginsel». Het Europese wetssysteem zou contrasteren met het Turkse op punten als de doodstraf, de scheiding van kerk en staat, het burgerlijk recht en de corruptie.
Om te beginnen de doodstraf. Enkele jaren geleden deed die tijdens de soapachtige arrestatie van de PKK-terrorist Öcelan nog veel stof opwaaien. Algemeen leeft het idee dat de doodstraf sinds jaar en dag in Europa niet meer bestaat, terwijl in het barbaarse Turkije de doodstraf nog heel gewoon is. Niets is minder waar. Turkije kent sinds 1984 een moratorium op de doodstraf, schafte in 2002 de doodstraf in vredestijd af en ging er in 2004 uiteindelijk mee akkoord om de doodstraf ook in tijden van oorlog af te schaffen. Een vergelijking met andere Europese landen biedt een verrassend beeld: zo schafte Nederland zelf in 1983 de doodstraf grondwettelijk af, Cyprus in 2002, Polen in 2000, het Verenigd Koninkrijk in 1999, Bulgarije en Litouwen in 1998, België in 1996, Spanje in 1995, Italië in 1994, Griekenland in 1993, Zwitserland in 1992, Kroatië en Slovenië in 1991, Ierland in 1990, en Liechtenstein en Duitsland in 1987. Met andere woorden, Turkije loopt behoorlijk in de pas met Europa.

Een tweede discussiepunt van de anti-Turkse «liberalen», die we misschien als de «Beweging van 1683» moeten betitelen, is dat in de islamitische cultuur het principe van scheiding tussen kerk en staat niet erkend zou worden, terwijl dit een grondbeginsel zou zijn van de Europese wetgeving. De bewering dat de scheiding van kerk en staat inherent is aan de westerse cultuur, is echter in strijd met de geschiedenis van het Europese christendom. De bisschoppen in Europa hebben jarenlang militaire legers onderhouden om de wereldlijke macht hebbers te onderwerpen aan de macht van de kerk. Tegelijkertijd probeerden de wereldlijke machthebbers in Europa juist de godsdienst in dienst te stellen van hun wereldlijke macht en daarvoor een goddelijk fiat te verkrijgen. Ook in de visie van de paus als het hoofd van de katholieke kerk paste de scheiding van kerk en staat niet, en evenmin in die van Calvijn, die in Genève een staat stichtte.
Finland, ook lid van de Europese Unie, kent zelfs nog steeds een officiële staatskerk, de Evangelisch Lutheraanse Kerk, die het mogelijk maakt om bijvoorbeeld contributie in de vorm van belasting te innen van burgers en bedrijven. Kerkgemeentes houden er de lokale bevolkingsregisters bij. Wel kent Finland sinds 1923 vrijheid van godsdienst en sinds 1917 een tweede staatskerk: de Finse orthodox-christelijke kerk. In Zweden werden kerk en staat in 1999 gescheiden, maar behield de Kerk van Zweden speciale bescherming. In het Verenigd Koninkrijk staat het staatshoofd tevens aan het hoofd van de Kerk van Engeland. In Duitsland zijn kerk en staat officieel gescheiden, maar kunnen grote kerken een speciale status krijgen door middel van een zogeheten stichting onder openbare wetgeving, hetgeen speciale rechten oplevert, bijvoorbeeld het innen van belastingen van de leden.
Turkije kent al sinds 1928 een scheiding tussen kerk en staat. Mustafa Kemal Atatürk voerde tussen 1924 en 1938, na de opheffing van het Turkse kalifaat in 1924, een reeks hervormingen door die de basis vormen van de moderne Turkse Republiek. Net als veel Europese landen heeft ook Turkije wel bepalingen die religie een beschermde status geven. De overheid houdt toezicht op islamitische aangelegenheden via het Directoraat van Religieuze Zaken (Diyanet) dat imams benoemt die als ambtenaar in dienst van de staat zijn, maar schrijft officieel geen bepaalde stroming voor. Ook regelt de Turkse overheid het toestaan van niet-islamitische religieuze genootschappen, zoals christelijke en joodse gemeenschappen. In zekere zin zou je die regeling kunnen vergelijken met de subsidieregeling voor religieuze instellingen in Nederland.

Ten derde het burgerlijk recht. Het Europese rechtssysteem is terug te voeren tot de Twaalf Tafelen van de Romeinse Republiek. Na de val van Rome in 476 stond de rechtspraak in Europa weer onder Germaanse invloed. Justitianus, de keizer van het oostelijke deel van het Romeinse Rijk, Byzantium, dat grofweg het huidige Turkije beslaat, verzamelde en herschreef tussen 529 en 534 de Romeinse wetsartikelen en publiceerde zijn codex in het Corpus Iuris Civilis. Deze justitiaanse wetgeving bleef in Byzantium na de verovering door de Ottomaanse Turken in de vijftiende eeuw van kracht. Onder invloed van de Renaissance deed de Corpus Iuris Civilis vanaf de elfde eeuw ook zijn herintrede in Europa. Daartegenover bestaat in landen als het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten de Common Law of de ius commune-traditie, die gebaseerd is op jurisprudentie. Dit systeem vindt zijn oorsprong niet in de Romeinse codex, maar in de rechtspraak aan het koninklijke hof van Westminster. Uitspraken van de koning en later van de chancellor op basis van redelijkheid vormden in de loop der tijd een canon.
Met andere woorden, de traditie die de basis vormt van het huidige Europese wetssysteem kent in Turkije niet alleen een langere geschiedenis, zij stamt nota bene uit Turkije, terwijl het jurisprudentierecht van EU-lidstaten als het Verenigd Koninkrijk een niet-Europese rechts traditie heeft.

Corruptie is een vierde argument van tegenstanders van Turkse toetreding tot de EU. De corruptie in Turkije neemt in de ogen van velen mythische proporties aan. Ze hebben gelijk. Volgens onderzoekscijfers over 2003 van Transparency International scoort Turkije het slechtst van alle Europese landen. Maar de verschillen zijn kleiner dan men denkt. Op een schaal van 0 tot 10, waarbij een score beneden de 5 een serieus probleem betekent, scoort Turkije 3,1, Polen 3,6, Slowakije en Kroatië 3,7, Letland 3,8, Tsjechië en Bulgarije 3,9, Griekenland 4,3, Litouwen 4,7, Hongarije 4,8 en Italië een zeer magere voldoende van 5,3. Het corruptieprobleem in deze landen stond toetreding geenszins in de weg.
En het machtsevenwicht in Europa dan? De EU was oorspronkelijk bedoeld als een economische unie, opgericht om de concurrentie positie ten opzichte van Amerikaanse bedrijven te versterken. Lang zamerhand is de Europese eenheid echter steeds meer een anker voor het Europese veiligheidsbeleid geworden.
Prins Metternich, premier van het Habsburgse Rijk, was de architect van een Europees machtssysteem dat van 1815 tot 1861 stabiliteit garandeerde. Het Systeem van Metternich faalde op den duur vooral onder druk van de zogeheten Heilige Alliantie, een vage afspraak tussen de keizers van Rusland, Oostenrijk-Hongarije en Pruisen om de alleen heerschappij van de christelijke religie in Europa te garanderen en vooral gericht tegen de invloed van Turkije op de Balkan. Beide Duitse grootmachten realiseerden zich onvoldoende hoe verzwakt Rusland in de loop van de negentiende eeuw eigenlijk al was. Het vage karakter van deze Heilige Alliantie werd uiteindelijk door Bismarck het slimst uitgespeeld. Pruisen ging er na drie korte oorlogen met de hegemonie in Duitsland en Midden-Europa vandoor. Met de stichting van het Duitse Rijk was de diepe wond van de Heilige Alliantie echter nog niet geheeld.
Ondanks het Turkse lidmaatschap van de Navo sinds 1952 zijn na twee wereldoorlogen, zestig jaar communisme, wrede Balkanoorlogen en een slepend conflict op Cyprus de relaties met Turkije nog steeds niet geregeld. Daarbij speelt een rol dat Turkije de verantwoordelijkheid voor de deportatie van en genocide op de christelijke Armeense bevolking, tussen 1915 en 1923, waarbij meer dan een miljoen mensen het leven lieten, nog steeds ontkent.

Tot slot de «judeo-christelijke» identiteit van Europa. De term is om te beginnen een van de meest krankzinnige syntheses die er maar te bedenken is en moet menige jood als een grove belediging van de joodse geschiedenis in de oren klinken. Van een broederlijk samengaan van de joodse en christelijke traditie, zoals de term suggereert, is in Europa nooit sprake geweest. Sinds 538 kondigden de Christelijke Concilies antisemitische edicten af. In 1215 besloot paus Innocentius III dat de joden (en moslims) zich zichtbaar dienden te onderscheiden met een «teken van schaamte», (voor het doden van de Heiland). Joden werden in getto’s samengedreven. In 1242 vond de eerste boekverbranding plaats, en de «grote» kerkvader Thomas van Aquino riep de Europese heersers op alle joden in een «eeuwige slavernij» te binden. Het lot van de Europese joden in de twintigste eeuw mag hopelijk nog als gekend verondersteld worden. De term «judeo-christelijk» lijkt vooral bedoeld om de islamitische traditie buiten te sluiten.
Dat de christelijke cultuur verenigend en verzoenend is, kan al evenmin beweerd worden, althans niet sinds Luther in 1517 de Reformatie aanzwengelde. In Frankrijk werden in 1572 tijdens de befaamde Bartholemeus Nacht meer dan achtduizend Hugenoten afgeslacht, en toen Louis XIV, de «zonnekoning», in 1685 het Edict van Nantes herriep, vluchtten nog eens honderdduizenden Franse protestanten het land uit. Toen in 1619 de protestantse prins van Oranje heimelijk de protes tantse Paltsgraaf van Heidelberg steunde bij diens claim op de troon van Bohemen ontketende de Paltsgraaf zelfs een vernietigende dertig jarige geloofsoorlog op het continent die aan bijna zes miljoen mensen het leven kostte.
De judeo-christelijke traditie waarop de Europese Eenheid gebouwd zou moeten worden is met andere woorden een wankel luchtkasteel.
Het is Europa, ondanks miljoenen Europeanen van Turkse afkomst, de verbondenheid tussen Turkije en Europa gedurende honderden jaren en een toenemende ontkerkelijking in Europa en secularisering in Turkije, nog steeds niet gelukt de sentimenten van de Heilige Alliantie te overwinnen en de realiteit van de Europees-Turkse verbondenheid door te slikken als een helend medicijn.