John Berger (5 november 1926 – 2 januari 2017)

‘Ja, we zijn rebels’

Op 14 maart 1973 spraken Jan Eyking en Max Arian voor De Groene Amsterdammer met de Britse schrijver, schilder, kunstcriticus, televisiemaker en marxist John Berger. ‘Een afgemaakt verhaal is in tegenspraak met de tijd waarin wij leven.’

Medium hh 10134785 3
John Berger in 1998 © Franck Courtes / Agence VU / HH

Alsof hij een visuele renaissance doormaakte, zo voelde Berger zich op zijn 85ste na zijn grijze-staaroperatie. De man die vijf decennia wijdde aan de politiek van het zien, voelde zichzelf wakker worden in een schilderij van Vermeer, ‘waar alles bedekt is met een bijbels leven gevende dauw’. Hij schreef er een essay over samen met goede vriend en cartoonist Selçuk Demirel: ‘De twee ogen, waar de luiken nu zijn van gehaald, kunnen nu verrassing registreren. Opnieuw en opnieuw.’ Berger zou tot zijn dood blijven schrijven.

Als kunstcriticus wierp Berger zich op de kleuren van het kijken, ‘het enige waar hij daadwerkelijk over kon schrijven’. Berger vluchtte op zijn zestiende weg van de kostschool, en radicaliseerde op de kunstacademie. Hij werd tekenleraar en schilder, maar zijn ongeduldigheid over de onvermijdelijke indirectheid van de schilderkunst maakte hem op zijn 25ste kunstcriticus. De eerste tien jaar vulde hij het Britse magazine New Statesman met kunstkritieken, maar het was uiteindelijk de BBC-reeks Ways of Seeing die in het publieke geheugen zou blijven hangen.

‘We moeten onszelf behoeden voor een onvoorwaardelijke liefde voor kunst.’ Berger hield van scherpe stellingen, dat wekte engagement op. Hij wilde vooral af van de onaantastbaarheid van kunst, de kunst als religie, en van de musea die kunst enkel voorstellen als heilige voorwerpen, de nationale erfenis van een cultuur en de eigendom van de heersende klasse. Berger bestreed de misvatting dat kunst in de eerste plaats iets was van waarde, iets om te bezitten. ‘Na het sluiten worden de bewakers voor de poorten gezet.’

John Berger verzette zich tegen de hiërarchie, alle hiërarchieën. Ieder mens die dat ook deed, verdiende zijn knipoog: ‘We share winks. We nemen de shit in de wereld vanzelfsprekend en wisselen verhalen uit over hoe we toch verder leven. We zweren samen en zijn rebels. Ja, we zijn rebels.’ Samenzweren deed hij met onder anderen de Zwitserse schilder en beeldhouwer Giacometti, wiens ‘leven zijn favoriete leven van een schilder’ was, en ook met schrijfster en politiek activiste Susan Sontag. Met haar deelt hij de obsessie voor het beeld, en een schild in de strijd voor een ethisch, bewust kijken. Hij interviewt Sontag voor Channel 4. Het gesprek gaat over storytelling, hun visies op fictie. Het is vooral Bergers mening over de rol van het publiek die blijft nazinderen: ‘Ik geloof dat alle verhalen nu onafgemaakt moeten blijven, dat de lezers ze af moeten maken door keuzen die zij in hun eigen leven maken. Een afgemaakt verhaal is in tegenspraak met de tijd waarin wij leven.’

In 1973 interviewt De Groene Berger, een jaar nadat hij de Booker Prize had gewonnen voor zijn roman G. De uitreiking veroorzaakte een literaire rel in Engeland, en wel omdat Berger het geld, ‘bloedgeld’, deelde met de zwarte protestbeweging Black Panthers, waar heel wat immigranten uit West-Indië bij hoorden. ‘Ik wilde aan de kaak stellen dat ondernemingen als Booker-McConnell, de sponsors van de prijs, de belangrijkste uitbuiters zijn op de suikerplantages in West-Indië.’ Met de rest van het geld besluit Berger zich beschikbaar te stellen als getuige, als stem voor de gastarbeider – ‘De grootste uitdaging van de twintigste eeuw is het vinden van een manier om te schrijven voor mensen die zelf hun ervaringen niet kunnen verwoorden.’ De gastarbeiders waren volgens hem niet alleen een cruciale schakel in het kapitalistische systeem, maar vooral ook ‘het voorbeeld voor een vorm van uitbuiting die inherent is aan de twintigste eeuw’. Over A Seventh Man: Migrant Workers in Europe, het boek dat drie jaar na het interview het levenslicht zou zien, sprak hij de hoop uit dat het ‘een stem kon zijn, zonder een alziende god-auteur te zijn die het wel voor hen zal vertellen’. Dit bescheiden, maar steeds ambitieuze, engagement was misschien wel hetgeen dat Berger het meest typeerde.


Het volledige interview van de Groene met John Berger uit 1973 - over zijn Booker-prijs voor G., zijn carriére als schilder en kunstcriticus en zijn toekomstplannen - kun je hier lezen: http://www.groene.nl/includes/John_Berger_Groene_Amsterdammer-14-maart-1973.pdf (16 MB)