Sport

Jaaaaa!

In het begin is het nog niet zo veel. Een amorf gedrocht, dat naar links of naar rechts buigt, maar zich verder gedeisd houdt, netjes op orde. Het wielerpeloton is in ruste. Het maakt geen grootse indruk: loom ligt het in het Franse landschap, vanuit de helikopter van de tv-omroep onderscheiden we geen afzonderlijke renners, maar we zien een in elkaar geschrompeld wezentje.
Toch volgen alle volgers het peloton. De mannen van de Tour, de karavaan, de ploegleiders met de reservefietsen – alles loopt het peloton achterna. Ze doen wat het peloton wil, gaan waar het peloton gaat. De wil van het peloton is wet. Alleen de echt sterken van geest en de eigenzinnigen kiezen hun eigen weg, onafhankelijk van het monster.
Alle strijd wil eeuwigheid en het wachten is op het ontbranden ervan. Want het gaat ontbranden, straks, dat voelt iedereen. Het peloton gaat in actie komen.
Het peloton in rust is een onaantrekkelijk en zinloos dier. De eerste tweehonderd kilometer van de etappe: niets gebeurt. De coureurs rijden langzaam, maar werkelijk reden voor opwinding is er niet. Die komt later pas.
Tien kilometer voor de finish ontbrandt het. De volgers voelden het aankomen. Het zat in de lucht. Je kon het bijna ruiken. Misschien rook het peloton het ook: de finish. De finishlijn met daarachter het gapende gat waar ze allemaal in moeten, de renners.
Traag maar zeer zeker groeit het peloton. Het zwelt. Het wordt langer. De snelheid wordt opgevoerd. Het begint te hijgen. Zweetdruppels.
Het peloton komt in actie, serieuze actie. Het richt zich op, wordt fier en sterk. Het groeit, het pulseert, het rekt en strekt zich, verhoogt het ritme. De renners zien er van boven, vanuit de helikopter, identiek uit. Allemaal mannetjes. Een mannetje van Garmin, een mannetje van Rabobank, van Team Columbia.
Ze ruiken het. Achter de finishlijn wacht de schone jonkvrouw, de rondemiss, de pitspoes met getuite lippen om het eerste mannetje te kussen: hij wordt beloond, want hij is de eerste, heeft gewonnen, heeft de andere mannetjes verslagen. Alleen hij krijgt de mooie vrouw met de rode lippen. Hij wint roem tot in de eeuwigheid. Wordt herinnerd door het nageslacht. Hij maakt het nageslacht.
Het is één bonk testosteron, nu. Pompend op de pedalen nadert het peloton de finish. Hijgend, sidderend, wetend dat het niet lang meer gaat duren.
Vanuit de lucht zien we al die mannetjes, die kleine mannetjes die allemaal op elkaar lijken maar toch allemaal anders zijn. Ze krioelen door elkaar, het zijn er ontelbaar veel, ze lijken wel kikkervisjes. En het eerste van al die krioelende mannetjes, dat ene kleine kikkervisje dat als eerste de finish haalt, dat het verst wegspringt uit dat sidderende, bonkende, stuiterende peloton, zal als enige de rode lippen van de rondevrouw kennen.
Nog één kilometer. Team Columbia rijdt op kop, in een strak tempo. Cavendish in derde positie. Hij wordt gepiloteerd door Renshaw.
Nog achthonderd meter. De hartslag is 180. De benen lopen vol. Renshaw geeft af aan Hincapie. Cavendish lijkt goed te zitten. Vanuit de lucht zien we het krioelen van de mannetjes.
Nog vijfhonderd meter. Het peloton beweegt nu op z’n snelst. Zie dat ritme. Als een machine. Vanuit de lucht is niet te zien welk mannetje de eerste gaat zijn. Hincapie trekt de definitieve sprint aan. Sneller nog. Het gaat nog sneller.
Nog driehonderd meter. Het peloton lijkt uit elkaar te springen. Hincapie geeft af. Cavendish is nu alleen. Cavendish op kop!
Maar daar komt Hushovd. Hushovd komt!
Komt Hushovd op kop?
Hij komt op kop!
Of niet? Komt hij niet?
Hij komt wél!
Niet! Je moet niet te vroeg op kop komen.
Cavendish spuit definitief weg uit de kop van het peloton, als een schicht. Hij is niet tegen te houden. Hushovd heeft het nakijken.
Cavendish! Ja! Cavendish! Ja! Ja! Ja! Jaaaaa! Kèèèèè-vuuuuuuhhnnn-diiiiiiiiisssjjjjjj…..!
Na de finish zijgt alles ineen. Er trekt nog een laatste rilling door het peloton, tot helemaal achter in de groep, de staart, waar de laatste ploegmaat van Cavendish verneemt dat zijn ploeg heeft gewonnen.
Een laatste stuiptrekking, het ineenzakken, een diepe, diepe zucht van voldaanheid. Doodmoe, maar intens tevreden. Bevredigd.
En dan rookt het peloton een sigaret.