Groen

Jaap

Ik zou elf deuren schilderen, maar haalde er slechts negen. Dat kwam door Jaap, de enige van de huishouding die de verhuizing niet goed doorstaan had. Nou ja, hij was in de auto gezet en domweg vervoerd, maar het wennen aan het nieuwe huis, dat vlotte niet erg. De elf deuren hangen in het nieuwe huis van mijn jongste broer, die is terugverhuisd naar ons geboortedorp. De ramen aan de voorkant geven uitzicht op het land dat achter de boerderij van mijn oudere broer ligt. Ik ga in mijn huis wel eens op een plek zitten waar ik nooit kom, gewoon op de grond. Dan is het net of je in een vreemd huis bent. Zo’n gevoel heeft mijn broer nu ook. Het land dat hij kent uit zijn jeugd vanuit een onbekende hoek, en het is verdomd net buitenland.
Jaap had de eerste dagen heel grote ogen en hij schreeuwde de hele tijd. Hij weigerde de ijskoude werkplaats te verruilen voor de warme woonkamer, keuken of hal. Hij deed heel zielig, maar vreten deed hij wel. Dus zó erg was het nou allemaal ook weer niet. Hij kon niet naar buiten, anders zou hij linea recta terug lopen naar het oude huis, een kilometer of zeven verderop. Terwijl ik aan het schilderen was, probeerde ik hem steeds naar binnen te lokken, hoewel ik tegelijkertijd voor mijn verse deuren vreesde. Het lukte me niet, Jaap bleef in elkaar gedoken in de werkplaats zitten. Het was een kwestie van wel kunnen maar niet willen.
Een stuk verderop was sprake van wel willen maar niet kunnen. Een groep schapen, van drie verschillende bazen, loopt daar bij elkaar. Een van de bazen had een paardentrailer, met een laag stro erin, op het land gezet voor zijn oudste schaap, een krakkemikkig beest met nog drie tanden in de bek. Maar ja: als er bijna dertig andere schapen, waaronder een paar zwarte, lopen, hoe kan dat tandeloze schaap haar plek dan opeisen in die trailer? Nadat ik een tijdje dat schapengedoe had bekeken, had ik ineens weinig medelijden meer met Jaap. Verwende rooie kater.