Jaap de hoop scheffer zegt ja

Hans van den Broek wil dus niet en Jaap de Hoop Scheffer wil dus wel. Althans als het christen-democratisch voetvolk bereid is hem op het schild te hijsen. ‘Mijn beschikbaarheid hangt onverbrekelijk samen met de vraag of er een breed vertrouwen en een brede voorkeur is’, zei hij in het tv-programma Buitenhof.

Dat betekent ja.
De huidige CDA-leider Enneüs Heerma kan dus in alle rust en kalmte naar een nette burgemeesterspost gaan uitkijken. Er is blijkbaar, constateerde het weekblad Intermediair, iets vreselijk mis met de man, al is niet helemaal duidelijk wat precies. Hij heeft zijn fractie goed bijeengehouden, hij heeft een duidelijke boodschap en heeft, als wethouder en als staatssecretaris, aangetoond de moeilijkste klussen aan te kunnen. ‘Er zijn ook geen wakkere journalisten geweest die Heerma hebben betrapt op een fout commissariaat, een buitenechtelijke relatie, kleine corruptie, nepotisme, een verzwegen SS-lidmaatschap, mannetjesmakerij, hoerenloperij, leugens of wanbestuur, om maar een paar zaken te noemen die in het verleden binnen de hoogste regionen van het CDA voorkwamen.’
Heerma’s aanstaande val is in feite een motie van wantrouwen tegen de gevestigde politiek. Goed is wat oogt. Belangrijk is wat bekt. Iets van inhoud hoeft geen bezwaar te zijn, maar is ondertussen ondergeschikt aan de vorm. De boodschap moet in kijkcijfers en representatieve steekproeven worden vertaald en ondertussen klimmen de vergoedingen van de mediatrainers naar vierduizend gulden per dag.
Er is blijkbaar binnen een grote en serieuze partij als het CDA geen alternatief, voor Heerma noch voor De Hoop Scheffer. Er is geen jonge, christen-democratische aanjager van het model Rottenberg voorhanden. Het invloedrijke CDA-Vrouwenberaad is niet in staat een getalenteerde seksegenote te mobiliseren. De CDA-bankiers (Ruding, Wijffels) zijn de gevangenen van hun salaris. Ex-premier Lubbers speelt weer de sfinx, terwijl de man toch, gezien vanuit de CDA-belangen, geen slechte keuze zou zijn. HP/De Tijd heeft een aantal argumenten geïnventariseerd. Hij is ervaren, hij is jong, althans met Bolkestein en Van Mierlo vergeleken, hij is een onmiskenbare stemmentrekker en hij is ongetwijfeld uitgekeken op die cursus globale mondialisering (of is het mondiale globalisering) die hij te Tilburg onderwijst.
Niettemin lijkt hij kansloos. Eens afgeschoten, voor eeuwig afgeschoten, zo zijn nu eenmaal de mores in christen-democratische kring.
Dus wordt het Jaap de Hoop Scheffer. Nette man. Goed kamerlid (de zaak-Princen, de affaire-Bosnië, de paspoortenchaos te Schiphol). Een muzisch en opgeruimd karakter. Was de tassendrager van Van Agt, Van der Stoel, Van den Broek en Van der Klaauw. Buitenlandspecialist met veldervaring. Geen sociaal-economisch zwaargewicht, hetgeen hij tracht te compenseren door een abonnement op Economisch-Statistische Berichten en het Financieele Dagblad. Een benoorden-de-rivierenkatholiek. Voorzichtig rechts, al zegt hij van zichzelf zijn inspiratie te putten uit de sociale encyclieken Rerum novarum en Quadragesimo anno, die hij politiek vertaalt in het streven elke burger aan een eigen auto en een eigen koopwoning te helpen, ondertussen het feit negerend dat er misschien wel burgers zijn die geen auto willen hebben respectievelijk zich geen eigen koopwoning kunnen veroorloven.
En De Hoop Scheffer is, technisch gezien, ongetwijfeld een betere oppositieleider dan Heerma. Hij heeft meer televisieflair en wordt niet, zoals zijn huidige chef, door die lichte provinciale tongval gehinderd. Daar staat weer tegenover dat hij zijn eigen uiterlijkheden heeft: hij spreekt Benoordenhouts, bijgekleurd door het Minerva-Leids uit zijn studentenjaren. Dat hoort evenmin een factor te zijn als het Heerma-Fries, maar zou wel eens een handicap kunnen zijn, gezien het belangrijkste doel dat hij straks, als politiek leider van het CDA, heeft: de herovering van het zuiden, waar de CDA-stemmers bij de laatste verkiezingen massaal naar de VVD en de ouderenpartijen zijn overgelopen.
Het is de vraag of De Hoop Scheffer in staat zal zijn juist deze kiezers weer naar de christen-democratische thuisbasis terug te voeren. Hij is een typische grotestadskatholiek, werkend en wervend binnen een partij die in de drie grote steden slechts 4,7 procent aanhang heeft. In de protestantse enclaves valt niet veel te oogsten, al was het alleen al door de concurrentie van bevindelijke partijen als het GPV en de RPF. De wederopstanding moet vanuit het zuiden komen, liefst geleid door zo'n ronde, volkse pilsdrinker, een ervaren bestuurder die zijn zaakjes kent en nochtans de taal van het volk niet heeft verleerd. Hij bestaat. De man is jaren in de landelijke politiek werkzaam geweest, is thans burgemeester ener middelgrote gemeente in het zuiden des lands, trekt op politieke hoogtijdagen volle zalen, maar helaas - althans voor het CDA - is hij aangesloten bij de verkeerde politieke partij.