Jacht op greenpeace

Terwijl het besef dat de Greenpeace-actie tegen de dumping van de Brent Spar vooral een ritueel en Europees-politiek karakter had zich steeds wijder verbreidt, zet de Rijksvoorlichtingsdienst wederom de zeilen bij om het aandeel van prins Bernhard in dezen te verdoezelen. Verleden week meldde de doorgaans goed in het Bernhard-kamp ingewijde Der Spiegel dat de prins als aandeelhouder in de Koninklijke Olie een brief op poten aan Shell had geschreven. Nu wordt het bestaan van die brief door de RVD ontkend. We moeten dus tot de conclusie komen dat Bernhard heeft gebeld of gefaxt, want de prinselijke daadkracht inzake milieubescherming (denk aan het lik-op-stukbeleid dat onder zijn regie tegen Afrikaanse stropers is uitgevaardigd) staat als een paal boven water.

Voor Greenpeace was de Brent-Sparactie een belangrijk wapenfeit, want de organisatie kampte de laatste jaren met een ernstig gebrek aan successen. Beschuldigingen van financiele malversaties en andere publicitaire onaangenaamheden bezorgden Greenpeace de laatste jaren heel wat hoofdbrekens. Medewerkers van het eerste uur als Patrick Moore en Brian Metcalfe distantieerden zich al van de methoden van het tot een machtige multinational uitgegroeide milieubedrijf en het aura van onschendbare heiligheid dat lang rond de organisatie hing, begint slijtageplekken te vertonen. Het in Nederland onder de titel Het geheim van Greenpeace uitgekomen boek van Bernhard Knappe (1994) zorgde voor de nodige verontrusting.
De grootste publicitaire kwelgeest van Greenpeace is echter de IJslandse filmer Magnus Gudmundsson, wiens documentaire The Man in the Rainbow, oorspronkelijk gemaakt voor de Deense zender TV2, een poging is om Greenpeace geheel onderuit te halen. Gudmundssons film beleefde 14 november 1993 zijn premiere op de Deense televisie en veroorzaakte daar veel consternatie. Het ledenaantal van Greenpeace liep een forse deuk op. Het Zweedse publiek reageerde later eveneens met massale opzeggingen. Ook in de USA werd de film uitgezonden.
Gudmundsson richt zijn pijlen vooral op het financiele beheer van Greenpeace. Hij beweegt hemel en aarde om te bewijzen dat delen van de enorme geldelijke reserves die de in 1969 te Vancouver opgerichte milieuvereniging heeft opgebouwd, naar geheime bankrekeningen gaan. Volgens Gudmundsson bezondigt Greenpeace zich ook aan omkoping en aan contacten met nietsontziende groene radicalinski’s als Earth First, die er geen been in zien om houtkappers van regenwouden met gelijke munt terug te betalen. Deze campagne heeft er al diverse malen toe geleid dat Greenpeace Gudmundsson voor het gerecht heeft gesleept. Een woordvoerster van Greenpeace in Londen omschrijft Gudmundsson als een ‘agent van de walvisjachtindustrie’. Ze stelt dat de filmmaker contacten heeft met extreem-rechtse clubs en twee handen op een buik is met de Amerikaanse komplottheoreticus Lyndon LaRouche, die Greenpeace pleegt te beschrijven als een bijkantoor van de Britse geheime diensten.
Het mag niet beletten dat de IJslandse filmer onverdroten doorgaat met zijn campagne. Ook in Nederland probeert hij zijn film te slijten, tot nu toe zonder succes. Het programma Impact van de Vara-televisie had belangstelling voor het produkt, maar zag na een viewing af van aankoop. 'Het bewijsmateriaal tegen Greenpeace was eigenlijk alleen maar gebaseerd op een suggestieve voorstelling van zaken’, aldus Hans van Dijk van de Impact-redactie. 'Nergens werden de beschuldigingen hard gemaakt.’
Momenteel voert Gudmundsson actie in de Verenigde Staten. In mei dit jaar was hij in Washington, waar hij leden van het congres van afgevaardigden probeerde te overtuigen van omkoopschandalen. Volgens Gudmundsson zou Greenpeace ter bestrijding van de walvisjacht regeringen van kleine landen hebben omgekocht om zich tegen die jacht te verzetten. Evident is dat IJsland, Gudmundssons turf, grote belangen heeft in de walvisexploitatie.