Buitenland

Jachtseizoen

We hebben het overal kunnen lezen: ja, Donald Trump kan echt de Amerikaanse verkiezingen van november winnen.

Er was nauwelijks tijd om adem te halen tussen het nieuws dat Trump de Republikeinse presidentskandidaat werd en het nieuws dat hij in de nationale opiniepeilingen het gat dichtte met zijn gedoodverfde Democratische tegenstander, Hillary Clinton. Hier en in Amerikaanse media verscheen in allerlei varianten het verhaal Why Trump Can Win. Want het ligt weer allemaal open. Of zo lijkt het, in ieder geval. In werkelijkheid blijft het voorlopig verstandiger om geen grote bedragen in te zetten op een overwinning van Trump. Natuurlijk kan hij de verkiezingen winnen. Maar simpele verkiezingswiskunde, gecombineerd met het eigenaardige Amerikaanse kiessysteem, maakt hem nog altijd de underdog.

Laten we met dat laatste beginnen. Vergeet ‘nationale peilingen’: die doen er niet toe. Ooit won een president de verkiezingen terwijl hij ruim tien procent minder stemmen kreeg dan zijn tegenstander. Verkiezingen worden weliswaar in de hele VS gehouden, maar slechts een handvol kiesdistricten beslist de boel. Dat komt doordat de stemmen per staat worden verdeeld – de winnaar krijgt ze allemaal – en omdat de meeste staten ‘veilig’ zijn. Dat betekent dat ze vrijwel zeker door de Democratische of juist de Republikeinse kandidaat worden gewonnen. Kandidaten laten zich daar nauwelijks zien, en dus wordt er in veertig van de vijftig Amerikaanse staten – inclusief reuzen als Californië, New York en Texas – in feite geen campagne gevoerd. Tien andere staten zijn wel ‘in play’. Maar ook daar zijn veel kiesdistricten ‘veilig’ – rechtse suburbs bijvoorbeeld, en linkse universiteitsstadjes. Presidentsverkiezingen komen dus neer op bittere gevechten in een klein aantal kiesdistricten. Die districten bepalen welke richting hun staat op valt, en die staten beslissen de nationale verkiezingen.

De Democraten als jager, de Republikeinen als prooi

Traditioneel kun je onbesliste kiesdistricten op drie manieren winnen: je eigen aanhang in drommen naar de stembus krijgen, die van de tegenstander ontmoedigen, of de zwevende kiezer binnenhalen. Trump heeft met al die opties een probleem. In de afgelopen decennia was er nooit een presidentskandidaat die zo impopulair was bij de Republikeinse party base, de trouwste stemmers. Nooit iemand die zoveel afkeer opriep bij de Democratische party base. En nooit iemand die zo slecht lag bij zwevende kiezers. Trump is er vooral goed in om rechtse kiezers naar de stembus te trekken die voorheen niet gingen stemmen. Of je daarmee swing states wint, is maar zeer de vraag. Nou heeft Trump laten zien dat hij voor verrassingen kan zorgen, maar hier ligt voor hem een hele kluif. Swing state-meters tonen nog altijd een voorsprong voor Clinton, en ze loopt waarschijnlijk uit als ze Bernie Sanders eindelijk verslaat.

Wat de verkiezingswiskunde betreft, laat een simpele blik op verkiezingsstatistieken zien dat Trump het moet hebben van laagopgeleide witte stemmers. Die zijn overwegend pro-Trump en meestal gaat maar de helft van hen stemmen. Soms komen ze wel naar de stembus: in 1992, bijvoorbeeld, voor de Texaanse miljardair Ross Perot. Maar Trump heeft er nog veel meer nodig dan Perot. Extra probleem: zelfs als al die witte laagopgeleide stemmers komen opdagen, wordt die winst weggestreept als er een paar procent meer latino’s de stembus weten te vinden dan normaal. En Trumps belangrijkste troef om de witte achterban naar de stembus te krijgen is de latino’s door het slijk halen. Bovendien lijkt Trump moeite te hebben de hoogopgeleide witte kiezer – de meest gemotiveerde groep kiezers – aan zich te binden. Dus ook hier geldt: Trump kan zeker winnen, maar voor de hand ligt het nog niet. Bij de wedkantoren ligt Clinton dan ook voor met een marge van 2:1. Als ze Sanders verslaat en de Democratische basis weer aan zich bindt, stijgt dat waarschijnlijk tot 3:1, waar het lange tijd stond.

Ook andere vooruitzichten blijven goed voor de Democraten. In november worden 34 van de honderd Senaatszetels opnieuw gekozen. Daarvan zijn er 24 nu in Republikeinse handen, en de tien Democratische zetels gaan volgens voorspellingen allemaal met minstens 85 procent waarschijnlijkheid weer naar een Democraat. En dus hebben de Democraten de Senaat weer in het oog. In het grootste verkiezingstheater van de wereld is het jachtseizoen geopend, met de Democraten als jager en de Republikeinen als prooi. Trump en de Republikeinen trekken de aandacht en boezemen angst in. Maar voorlopig blijven ze nog het hertje in het vizier.