18 december 1912 - 4 juni 2010

Jack Harrison

Jack Harrison bouwde in 1944 mee aan de tunnel die zou leiden tot ‘The Great Escape’ uit het Duitse Stalag Luft Nord-kamp. Hij werd voortijdig gesnapt.

IN THE DANGEROUS Book for Boys besteden de gebroeders Conn & Hal Iggulden niet alleen aandacht aan het maken van katapulten, boomhutten en papieren vliegtuigjes, maar ook aan stoutmoedige avonturen uit het verleden. Zeer tot de verbeelding spreekt het verhaal over de creatieve manieren waarop geallieerde krijgsgevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerden te ontsnappen uit Slot Colditz. Befaamd is het verhaal van Tony Luteijn en de later door de IRA vermoorde Engelsman Airey Neave die Duitse uniformen hadden nagemaakt en via de theaterzaal wisten te ontkomen. Andere krijgsgevangenen bouwden een waar zweefvliegtuigje. Er liep zelfs een ‘ontsnappingsofficier’ rond.
De klassieke ontsnappingsmethode is het graven van tunnels, zoals in het Stalag Luft Nord-kamp, waar in maart 1944 de gewiekste en tragische ontsnappingspoging plaatsvond die mede dankzij Hollywood de geschiedenis in zou gaan als The Great Escape. In Schotland is onlangs de laatste tunnelbouwer uit dat zwaarbeveiligde kamp overleden, Sir Jack Harrison. Hij is 97 jaar geworden. Hoewel hij maandenlang had meegegraven aan de drie tunnels wist hij niet te ontsnappen omdat de Duitsers net op tijd in de gaten kregen wat er onder de grond gaande was. Een van de bewakers was van zijn vaste ronde afgeweken om even te plassen, waarna hij door de grond zakte en alarm sloeg. Slechts drie krijgsgevangenen wisten die nacht van 24 maart 1944 te ontkomen.
Voor de oorlog doceerde de bescheiden Harrison klassieke talen op een gymnasium in Sutherland, een stadje in de Schotse Hooglanden. Tijdens de oorlog vervoegde hij zich bij de luchtmacht en zijn eerste missie was in november 1942, toen hij voor de kust van Den Helder Duitse bevoorradingsschepen moest bombarderen. Al snel stortte zijn Lockheed Ventura in de Noordzee, waaruit hij door de Duitsers werd gered en als krijgsgevangene naar het genoemde kamp in Silezië gestuurd. Daar was de Brits-Zuid-Afrikaanse groepscommandant Roger Bushell al sinds 1941 bezig met het organiseren van ontsnappingspogingen. Zijn jongste plan was het graven van drie tunnels met de codenamen 'Tom’, 'Dick’ en 'Harry’. Vanwege het mulle zand was het een schier onmogelijke opgave. Bovendien beseften de nazi’s dat er zich nogal wat Houdini’s in het gezelschap bevonden en hadden ze de barakken daarom iets boven de grond aangelegd, teneinde tunnelontsnappingen te ontmoedigen.
Bij Bushells tunnelplan deed Harrison dienst als een van de vele gravers die negen meter onder de grond als mijnwerkers te werk gingen. Het creatieve vermogen ging elk voorstellingsvermogen te boven. De 'mollen’ gebruikten bedplanken om de muren te stutten, metalen blikken van Rode Kruis-voedsel deden dienst als scheppen en van het vet dat op de soep dreef, maakten ze kaarsen. Bij dit hergebruik avant la lettre gebruikten ze hockeysticks om ventilatiepompen te maken en stukjes afgedragen kleding kregen een tweede leven als kaarslonten. De tunnelbouwers verborgen afgegraven zand in hun kleren, waardoor ze liepen als pinguïns. Een van Harrisons hoofdtaken was het verspreiden van geel zand in de tuintjes. Dat viel niet zo op omdat hij als hovenier werkte in het kamp. Om het zand sneller te verplaatsen, legden ze rails aan, net zoals in kolenmijnen. De gevangenen hadden via diefstal en fraude ook valse identiteitsbewijzen gemaakt voor de terugreis naar hun landen van herkomst.
Zelfs in deze omstandigheden slaagden de Britten erin om een ordentelijke rij te vormen. Gevangenen die vloeiend Duits spraken, kregen voorrang. Harrison, die het Duits een beetje beheerste, zou als 96ste de tunnel 'Harry’ ingaan - 'Tom’ en 'Dick’ waren reeds ontdekt. Zo ver zou het echter niet komen. De tunnel bleek niet in de naaldbossen maar op een open plek nabij de omheining uit te komen. In combinatie met de plassende kampbewaker bleek dit de oorzaak van de mislukking te zijn. Van de 76 mannen die wisten te ontsnappen wisten er maar drie definitief te ontkomen, twee Noren en de eerder genoemde Engelandvaarder. Bushell en 73 anderen werden achterhaald. Adolf Hitler wilde ze allemaal laten executeren, maar Heinrich Himmler reduceerde dat aantal tot vijftig, evenzeer een oorlogsmisdaad. Gezien de fatale afloop noemde Harrison het tijdens een reünie 65 jaar na The Great Escape een geluk bij een ongeluk dat hij nooit verder is gekomen dan de ingang van de tunnel. 'Het was niet alleen onze bedoeling om te ontsnappen, maar ook om de Duitsers te slim af te zijn. Het was een grote morele overwinning. Het vernederde Hitler en bezorgde de nazi’s een bloedneus.’
Bushell behoorde tot de helden die tijdens het luchten zonder aankondiging werden geëxecuteerd. De nazi’s plaatsten de andere betrokkenen over naar andere concentratiekampen, waaronder het kasteel van Colditz, dat een nieuwe uitdaging zou vormen voor de ontsnappingsspecialisten. Harrison wist na het mislukken van de ontsnapping het vege lijf te redden door snel zijn vervalste identiteitspapieren, treinkaartjes en Duitse bankbiljetten te verbranden zodat de Gestapo niet achter zijn betrokkenheid kon komen. Hij herwon zijn vrijheid een klein jaar later dankzij het oprukkende Rode Leger. Een kleine twintig jaar later kon hij meemaken hoe de ontsnappingspoging werd vereeuwigd met The Great Escape, de geromantiseerde kaskraker met Steve McQueen en Richard Attenborough.
Na de oorlog had Harrison zijn leraarschap weer hervat. Veel van zijn vrije tijd ging op aan reizen en na zijn zeventigste liep hij zijn eerste marathon, om geld in te zamelen voor het goede doel. Tevens was Harrison een ouderling en organiseerde hij activiteiten voor de Rotary Club. De laatste jaren van zijn leven bracht hij, samen met onder meer een andere deelnemer van The Great Escape, door in een opvanghuis voor oorlogsveteranen.