Jackie-perversie

Wayne Koestenbaum, Jackie Under My Skin: Interpreting an Icon. Uitgeverij Fourth Estate, 291 blz., f50,40
HET EERSTE van de maar liefst veertig hoofdstukjes die Jackie Under My Skin: Interpreting an Icon beslaat, heet Jackie’s Death. Daarmee wordt gelijk het akkoord aangeslagen dat Wayne Koestenbaum zijn hele bizarre boek door laat resoneren: de werkelijke idolatrie vangt aan bij de doodswens.

Wayne Koestenbaum schreef een moorddadig boek over Jackie Kennedy, dat ondertussen wordt gepresenteerd als het eerbetoon van een fan. De auteur - een dertiger die professor Engels is op Yale en eerder boeken publiceerde met titels als Opera, Homosexuality, and The Mystery of Desire en The Erotics of Male Literary Collobaration - demonteert Jackie in zijn veertig opgewekt getoonzette hoofdstukjes en bouwt haar resten luchtig om tot de complex ogende dode dingen waartegen zijn idolatrie kan opgroeien als verstikkende klimop.
Daarbij tracht Koestenbaum zijn lezer niet bij een betoog te betrekken, maar stoot hij opzettelijk af, soms door pijnlijk scherp te observeren, vaker echter door zijn onderwerp te vervluchtigen tot onnavolgbare wolken van abstracte vaagheden met een trendy uitstraling. Ik kreeg al lezend de onaangename sensatie gedegradeerd te worden tot toeschouwer bij een cultisch ritueel dat zich enkel in schijn openstelt voor publiek. Een cultus van intellectuele Jackie-aanbidders, een barthiaanse variant op camp, waarvoor heus niet de eerste de beste intellectuele nicht zich uitgenodigd mag weten, laat staan een doodnormale hetero.
Wayne Koestenbaum verlaagt zich niet tot redeneren. Hij suggereert. In het uiterste geval volstaat een woordspelletje om zijn ‘gelijk’ te plaatsen: Jackies initialen, J. O., staan ook voor 'jackin’ off’, de naam Onassis deelt zelfs een voorvoegsel met 'onanism’, dus een deel van Jackies allure is altijd al 'haar onanistische subtekst’ geweest. Vat je ’m? Nee? Jammer voor jou dan.
WAT WIL Wayne Koestenbaum met zijn boek? Het is tekenend dat hij daar een mystificerend antwoord op geeft. De werkelijke geestverwant vibreert al vanaf het boekomslag op het niveau van de hippe professor mee, de rest van de lezers is gedoemd te spartelen en zich onbenullig te wanen: 'I wanted to find - to liberate - my “inner Jackie”; somewhere in my body was trapped a mimic Jackie O., and I wanted to afford her some room to breathe.’
Mijn namaak-Jackie bevrijden? Ik zou niet kunnen zeggen waar Koestenbaum het over heeft. Al heb ik een vermoeden. En daarmee heeft hij mijn belangstelling wel gewonnen.
Koestenbaum schrijft dat hij wil raken aan het snijvlak van het beeld Jackie en de mens Jackie, maar dat liegt hij. Met opzet. Om de buitenstaander-lezer voor gek te zetten. Koestenbaum doet namelijk geen enkele poging 'de echte Jackie’ te leren kennen. De namaak-Jackie die 'in his body’ zit en die het hele boek door wordt geknuffeld, heeft niet alleen niets van een mens, maar vooral niets van een vrouw. In alle foto’s die Koestenbaum voor zijn boek heeft uitgezocht oogt Jackie als een travestiet. Ze is er kennelijk het type voor. Koestenbaum is geobsedeerd door Jackies dunheid, haar gespierde armen, haar grote voeten, grote schouders, de lichte aanzet tot een snor, haar kleine borsten, kortom het hele androgyne plaatje.
Jackie zelf liet zelden of nooit iets los over haar prive-leven en ook door haar vrienden en kennissen werd een ring van stilte gelegd. Daardoor verhevigt de devotie van Koestenbaum alleen maar. Hoe minder hij weet, hoe meer hij zijn namaak-Jackie de ruimte kan geven. Zogenaamd kritisch, maar eigenlijk vooral zeer insiderig verlekkerd doet Koestenbaum bijvoorbeeld als hij verneemt dat zelfs Ted Kennedy bij diens speech op de begrafenis van Jackie enkel een uitspraak van haar aanhaalde die ze dertig jaar eerder op de televisie had gedaan. En dan nog foutief ook. Daarmee werd Jackie nog eens in het openbaar van een prive-bestaan ontdaan. Dat maakt Jackie extra eenzaam, uniek, vervreemd, en daardoor begint Koestenbaums namaak-Jackie te gloeien en te groeien.
HET WOORD VOOR zoiets is pervers. Vindt Koestenbaum ook, hoor. 'Any Jackie we privately harbor in our imaginations will be a perverse Jackie.’ Pervers is het fanatisme dat Koestenbaum aan de dag legt om een glimp van haar doodskist op te vangen bij haar begrafenis. Maar nog niet zo pervers als het doodse tijdens haar leven waarover hij zwijmelt. Quasi schaamteloos en dus overdreven nadrukkelijk schokkend heeft hij het over de gelooide huid die ze bij leven al had, over de bevroren staat waarin ze op foto’s lijkt te verkeren, over haar immer starende, dode blik, over zijn fascinatie voor Jackie’s Inferno, de titel van zo'n hoofdstukje. En in het hoofdstukje Silent Jackie, over haar eigen zwijgen naar de buitenwereld toe, heet het ronduit: 'A speaking Jackie could not have remained the demure and enigmatic repository of our projections.’
Wat is dat alles anders dan vrouwenhaat? Koestenbaum zou op zo'n aantijging ongetwijfeld antwoorden dat ik me door zijn provocaties heb laten inpakken en dat ik de fijne ironie van zijn camp-wereld niet vat. Waarmee hij dan eigenlijk bedoelt: Jij komt nooit mijn kerk in.
IK BEN GEEN fan van Jacqueline Bouvier Kennedy Onassis, maar was toch verontwaardigd over hoe Koestenbaum haar fijn trapte. Koestenbaum is te vilein. Dat kan alleen met een waarlijk zieke geest. Het ontzag voor haar pompeuze kapsels, dat tussen de regels door niets dan sarcasme is. Het fijne pennetje dat hij hanteert om haar als gedateerd modebeeld neer te zetten. Haar truttigheid als echtgenote op het Witte Huis, die hij uittekent door haar memo aan de tuinman integraal te citeren.
Het meest pervers wordt Koestenbaum als hij wellustig de interessanterigheid van haar mogelijk onderhuidse gekte 'analyseert’. Of bij de zelfingenomen geiligheid die hij aan de dag legt als hij Jackies openbare vernedering in kaart brengt tijdens de moord op Kennedy. De met bloed bevlekte jurk die ze in metaforische zin haar hele leven zou aanhouden. Je daarover vertederd weten, dat is teveel gif naar mijn smaak.
Wat het boek er natuurlijk niet minder intrigerend op maakt.