(3 september 1944 – 9 december 2013)

Jacq Vogelaar

Een gulziger lezer was er niet, een onderzoekender schrijver evenmin. Voor Jacq Vogelaar betekende lezen: terugschrijven.

Medium jacques vogelaar 02

‘Ik lees zoals ik schrijf, met de pen in de aanslag’, noteerde Jacq Vogelaar in 1988 in zijn essaybundel Terugschrijven. Die pen beschreef hij als een orgaan, opening en ingang tegelijk, dat teksten opneemt, verteert en afscheidt. Als lezer was hij een omnivoor, alle soorten teksten verslond hij: ‘roman, essay, kioskliteratuur, krant, tijdschrift of wat voor drukwerk dan ook’. Hij voegde er ironisch aan toe dat het als de beschrijving van een ziekte klonk, dat manische tekstverteren van hem.

Die gulzige, onderzoekende houding vormde de basis van zijn ambitieuze experimentele romans als Anatomie van een glasachtig lichaam (1966), Raadsels van het rund (1978) en Alle vlees (1980), waarin hij de grenzen van de literatuur verkende, in het spoor van de Franse ‘nouveau roman’. Ze kenmerkte hem ook als denker en schrijver óver literatuur; voor hemzelf bestond er geen strikt onderscheid tussen zijn literaire werk en zijn kritische werk.

Veel van dat kritische werk verscheen vanaf 1971 in De Groene Amsterdammer. Aanvankelijk schreef Jacq Vogelaar voornamelijk over Nederlandse romans, strenge stukken waarin hij de babbelzucht en de hang naar de binnenkamer hekelde als restauratie. Met genoegen prikte hij in het heilig ontzag voor de Grote Drie. De bundeling van die Groene-_stukken in _Konfrontaties kwam hem op veel vijandigheid te staan. Vanwege die bundel en vanwege zijn belangstelling voor theorie en zijn voorliefde voor het literaire experiment werd het stempel ‘moeilijk’ op hem gezet. Hij werd in een hokje gestopt, terzijde geschoven.

Van het anti-intellectuele dédain heeft Vogelaar zich nooit iets aangetrokken: hij schreef en las door, al verschoof zijn aandacht vooral naar de internationale literatuur. Hij liet zien in welke traditie hij stond, begon als het ware de voorwaarden voor het begrip van zijn werk zelf te scheppen. Dat begrip groeide ook weer, toen de gepolariseerde jaren zeventig voorbij waren. Zijn kinderboek Het geheim van de bolhoeden (1986) en zijn essaybundels werden positief onthaald. Zijn roman De dood als meisje van acht (1991) werd zelfs voor zo’n vermaledijde commerciële prijs genomineerd; hij kreeg er ook de Bordewijkprijs voor. Zijn oeuvre werd in 2006 met de Constantijn Huygensprijs bekroond.

Zoals Simon Vestdijk volgens Adriaan Roland Holst sneller schreef dan God kon lezen, zo las Vogelaar meer en sneller dan de schepper. Hij had een fabelachtige eruditie, schreef om het even over de klassieke modernisten als Proust, Kafka, Woolf, Beckett en Musil als over eigentijdse schrijvers als Kis, Kadare, Calvino, Cortázar, Bernhard – een willekeurige greep. Met zijn belezenheid heeft hij de redactie en de literatuurmedewerkers van De Groene altijd gevoed. Hij was onvermoeibaar in het aandragen van ideeën voor literaire specials en ontsloot in de honderden stukken die hij schreef het werk van vernieuwende schrijvers die in het buitenland zeer gewaardeerd werden, maar in Nederland vaak nog grote onbekenden waren.

Vooral is hij bepalend geweest in hoe er in De Groene Amsterdammer over literatuur werd geschreven. Literatuur is er niet simpelweg voor amusement of herkenning, literaire ranglijsten en human interest zijn hinderlijke ruis, waar het om gaat is dat literatuur avontuur biedt. En dan met name die literatuur die niet de platgetreden paden bewandelt, waarin risico wordt genomen, waarin de werkelijkheid en de taal worden onderzocht.

De essays die hij schreef voor De Groene en voor het literaire tijdschrift Raster, waarvan hij de spil was, vormden de basis voor eigenzinnige en diepgravende essaybundels, gedeeltelijk onder de naam Terugschrijven. Want dat was zijn inzet bij zijn essayistiek: hij ging het gesprek aan met bewonderde auteurs; lezen, denken en schrijven vloeiden in elkaar over. In geen boek kreeg dat zo indrukwekkend gestalte als in Over kampliteratuur (2006), zijn leesonderzoek naar de literatuur over de Duitse vernietigings- en concentratiekampen en de sovjetkampen.

Wij treuren om het verlies van onze markante literaire medewerker. Jacq Vogelaar was niet alleen decennialang vrijwel wekelijks in het blad present, hij was ook een aimabele verschijning op de redactie: vol verhalen, nog voller van suggesties waarover verhalen te schrijven.


In ons eerste nummer van 2014 publiceren wij een special over het werk van Jacq Vogelaar