Jacques delors

De voormalige voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors werd het slachtoffer van zijn eigen succes. Wordt het partijbuitenbeentje straks Frankrijks nieuwe president?

DE BIKKELHARDE strijd die in juni werd gevoerd over zijn opvolging, was voor Jacques Delors een twijfelachtig compliment. De zwaarte van kandidaten als Ruud Lubbers en de Belgische premier Jean-Luc Dehaene getuigde van het gewicht dat Delors aan het ambt van voorzitter van de Europese Commissie had weten te geven. Zijn voorgangers waren altijd geruisloos benoemd en even geruisloos weer verdwenen. Maar de regeringsleiders vonden dat de nieuwe voorzitter vooral low profile zou moeten zijn. Even geen grootse initiatieven en weidse vergezichten meer. De nieuwe voorzitter moest kortom zo min mogelijk op Delors lijken.
Delors is een self made politicus en intellectueel. Hij begon zijn loopbaan bij de Banque de France, waar zijn vader bode was. Delors heeft geen universitaire graad, maar hij wist zich op te werken door avondstudie. In 1962 maakte hij de overstap naar het Commissariat du Plan, het Franse centraal planbureau. Zijn corporatistische ideeen vielen in de smaak bij president De Gaulle. Begin jaren zeventig was hij drie jaar sociaal-economisch adviseur van de gaullistische premier Chaban-Delmas. Toen de tot dat moment partijloze Delors zich in 1974 aanmeldde bij Mitterrands Socialistische Partij, moest hij een pijnlijke ondervragingssessie ondergaan vanwege zijn ‘collaboratie’ met de gaullisten.
Delors’ politieke filosofie had zich al in de jaren vijftig uitgekristalliseerd. Hij verwierp het individualisme van de liberalen, maar had ook niet zo veel vertrouwen in de staat als orthodoxe socialisten. Zoals veel linkse katholieken in Frankrijk werd hij geinspireerd door het personalisme van de katholieke filosoof Emmanuel Mounier, een leer die een derde weg voorstond tussen kapitalisme en communisme. De personalisten hadden geen eigen politieke partij; ze waren verenigd in discussieclubs, waarbij ook Delors zich aansloot. In 1959 richtte Delors zijn eerste eigen club op, Citoyen 60, en er zouden nog vele van zulke tamelijk elitaire clubs volgen.
Delors gebruikte zijn clubs als voedingsbodem voor ideeen en als netwerk van contacten. In partijen voelde hij zich altijd minder op zijn gemak en hij ondervond dan ook politiek hinder van het ontbreken van een eigen achterban in de Socialistische Partij. Maar nu, in het licht van de in april 1995 te houden Franse presidentsverkiezingen, is zijn afstand tot de partij - en het hele Franse politieke bedrijf - een groot voordeel. De socialisten werden vorig jaar bij de parlementsverkiezingen afgestraft voor de interne factiestrijd en de reeks schandalen waarin zij waren verwikkeld, en de gaullisten dreigt bij de presidentsverkiezingen hetzelfde te gebeuren. Het gehele partijenstelsel ligt onder vuur, maar Delors blijft buiten schot.
Omdat Delors zich pas laat bij de socialisten aansloot, maakte hij in feite geen kans toegelaten te worden tot Mitterrands kring van vertrouwelingen. Dat Mitterrand hem nu toch tot zijn favoriete presidentskandidaat heeft bestempeld, komt voort uit pure noodzaak: geen enkele andere linkse politicus maakt op dit moment een kans om een rechtse kandidaat te verslaan.
METEEN NA ZIJN benoeming in 1985 als EC-voorzitter ging Delors op zoek naar een 'Groot Idee’ om de Europese integratie een nieuwe impuls te geven. Het werd de voltooiing van de interne markt. Formeel bestond die markt al, maar in de praktijk bleven allerlei verborgen hindernissen bestaan, vooral in de vorm van technische eisen die nationale overheden aan produkten uit andere lidstaten stelden. Delors stelde 1992 als streefdatum vast. Zijn visie op Europa ging veel verder dan dat, maar hij zag scherp in dat '1992’ hoe dan ook een verschuiving van bevoegdheden van nationale overheden naar de Europese Commissie noodzakelijk zou maken.
De basis voor deze institutionele hervormingen was gelegd in de Europese Akte die in 1987 van kracht werd. Belangrijkste vernieuwing was dat besluiten van de Raad van Ministers over de gemeenschappelijke markt voortaan met gekwalificeerde meerderheid en niet meer met unanimiteit genomen zouden worden. In de praktijk bleek hoe hierdoor de machtsbalans was doorgeslagen naar de Europese Commissie: er werden veel meer initatiefwetsvoorstellen van de Commissie aangenomen. Om verborgen handelsbarrieres weg te nemen, ging ook de bevoegdheid om gezondheids- en veiligheidsvoorschriften te bepalen naar de Comissie te Brussel. Dit leverde de Commissie een slechte pers op, gesymboliseerd door het, overigens apocriefe, verhaal dat de Commissie de lengte van Europese condooms wilde voorschrijven.
Delors werd echter het slachtoffer van zijn succes. Eind 1988 waren bijna alle wetsvoorstellen voor de interne markt gepubliceerd, en de helft ervan was al aangenomen. Delors ging zich nu aan twee Grote Ideeen wijden: de Politieke en de Monetaire Unie. In oktober 1989 zei hij in een toespraak te Brugge: 'Ik heb altijd een politiek gevolgd van kleine stappen. Maar nu neem ik daar afstand van omdat de tijd dringt. Een kwalitatieve sprong voorwaarts is noodzakelijk.’ Hij onderschatte echter de weerstand die zijn vlucht naar voren, versneld door de val van de Berlijnse Muur, opriep.
In 1991 werd een jaar lang geconfereerd over de Monetaire en Politieke Unie. In de biografie van Charles Grant, Delors: Inside the House that Jacques Built, omschrijft Delors de onderhandelingen die in december van dat jaar resulteerden in het Verdrag van Maastricht als 'een echte nachtmerrie’. Hij kreeg geen greep op het verloop van de gesprekken. Delors heeft onmiskenbaar talenten als onderhandelaar - in Brussel staat hij bekend als de 'Turkse tapijthandelaar’ -, maar nu speelde zijn ideologische bevlogenheid hem parten. Al tientallen jaren werd hij geobsedeerd door het achterblijven van Europa ten opzichte van Japan en de Verenigde Staten. Hij was ervan overtuigd dat niet minder dan de overlevingskansen van Europa op het spel stonden en wilde dan ook niet van compromissen weten.
Het ontwerpverdrag voor de Politieke Unie van Delors was zo federalistisch - met een iniatiefrecht in het gemeenschappelijk buitenlands beleid en een zeer versterkte uitvoerende macht voor de Commissie - dat het simpelweg werd genegeerd door de lidstaten. Het voorstel kwam precies op een moment dat de nationale regeringen hadden besloten 'Brussel’ een kopje kleiner te maken. Frankrijk reageerde met een tegenvoorstel: zowel het buitenlands en het veiligheidsbeleid als de samenwerking van de ministeries van Binnenlandse Zaken zouden buiten de competentie van de Commissie blijven. EG-voorzitter Luxemburg nam het Franse voorstel over, dat uiteindelijk in het Verdrag van Maastricht belandde. Delors had de verdenking op zich geladen alleen maar uit te zijn op het vergroten van zijn eigen macht. Door het federalistische ontwerpverdrag van Nederland te steunen, dat op 'Zwarte Maandag’ door alle lidstaten behalve Belgie werd verworpen, was zijn gezag nog verder afgebladderd.
Het is niet helemaal fair dat Delors wordt vereenzelvigd met het onpopulaire 'Verdrag betreffende de Europese Unie’ dat werd afgesloten in Maastricht. Delors is meer verantwoordelijk voor het op gang brengen van het proces dat naar 'Maastricht’ leidde dan voor het resultaat. Hij heeft verklaard dat hij het verdrag een 'middelmatige tekst’ vindt met 'excessieve ambities’. Hij vergeet daarbij wel dat die ambities nog veel excessiever zouden zijn geweest als zijn voorstel het had gehaald.
Aan al zijn federalistische dromen kwam een einde toen de Denen het verdrag in een referendum in juni 1992 verwierpen en de Fransen het in september maar net aanvaardden. De Europese crisis die hierop volgde was anders dan alle voorgaande. Deze crisis werd niet veroorzaakt door de onwil van een staatshoofd of een economische recessie - al was die er natuurlijk wel - maar door een afwijzing van de burgers. In december vorig jaar twijfelde Delors openlijk aan zijn federalistische geloof: 'Ik ben het symbool geworden van een visie op Europa die aan het verdwijnen is. Ik ben dusdanig ontmoedigd dat ik niet meer bruikbaar ben. Ik kan mijn stempel niet meer op Europa drukken. Het is voorbij.’
DE FEDERALIST is dood, maar de nationale politicus beleeft een wonderbaarlijke wederopstanding. Delors zal voor kerstmis bekend maken of hij de socialistische kandidaat is voor de presidentsverkiezingen. Maar getuige de reeks vraaggesprekken in de Franse media is hij al met een campagne begonnen. Dat hij een goede kans maakt om te winnen, is voor een belangrijk deel te danken aan de verdeeldheid van rechts. Zowel de gaullistische burgemeester van Parijs Jacques Chirac als zijn partijgenoot premier Balladur, hebben presidentiele ambities. Alleen Balladur is volgens recente opiniepeilingen in staat om Delors te verslaan. In een eventuele verkiezingsstrijd kan Delors zijn imago van anti-politicus uitbuiten, maar zal hij waarschijnlijk niet veel nadruk leggen op zijn Europese prestaties. Hij wordt nu al door de radicale socialist Pierre Chevenement 'de kandidaat van de Duitse CDU’ genoemd. Delors zal net als iedere andere kandidaat de nationale belangen van Frankrijk voorop moeten stellen.