Jacques wallage ‘een gewoon eerlijk mens is al heel wat in de politiek’

Als kamerlid vond hij er weinig aan, en hij was er dan ook bijna mee opgehouden. Maar hij werd staatssecretaris van Onderwijs. En toen van Sociale Zaken. En tweede man van de PvdA. Twee dagen op stap met de toekomstige partijleider. Of minister. Of burgemeester van Amsterdam. ‘Wat heb je aan honderd procent idealen als je er niet dertig procent van waarmaakt?’

Onderweg van het Binnenhof naar het ministerie belt hij even met een ambtenaar die de laatste hand legt aan een brief aan de minister-president over de asielzoekers. Niets nieuws hoor, verzekert Wallage, ‘maar we moeten wel even goed regelen dat wie hier zonder toestemming van de regering verblijft, geen toegang heeft tot de sociale voorzieningen. Anders krijg je toestanden zoals in Frankrijk. Officieel is Frankrijk heel streng, maar ondertussen hebben ze wel een miljoen illegalen, onder meer doordat de sociale voorzieningen niet genoeg zijn geblokkeerd.’
Op het ministerie neemt hij de trap, hij moet afvallen. Politiek adviseur Irene van Rijsewijk, meeverhuisd van het ministerie van Onderwijs, neemt met Wallage de post door. 'Dat debat met Rosenmoller, daar doen we Karin Adelmund voor in de aanbieding’. 'Het Westerkwartier, dat is het moeilijkste gebied voor de PvdA in de provincie Groningen, ja, laat ik daar maar wel heen gaan.’ 'En met Johan (Stekelenburg - mdr) heb ik liever een talkshow-setting dan dat ik met hem in debat ga.’ Boven het bureau vele foto’s van dochter Chaja (10) en zoon Martijn (9), benevens de Koningin en Den Uyl.
De brief voor Lubbers is af en wordt nog even aan Wallage voorgelegd. De formulering komt nogal nauw. De ambtenaar: 'Maar het is toch niet de bedoeling dat gedoogden bijstand krijgen? Dan moet je het niet hebben over “verblijven zonder toestemming van de regering”, want de gedoogden hebben die toestemming. Je kunt het beter hebben over mensen zonder verblijfsvergunning.’ Wallage vindt de aanhef 'Ruud’ wat kil. De ambtenaar: 'Ik heb begrepen dat je een hekel hebt aan “amice”.’ Wallage: 'Ja, maar zet er dan wel “beste” voor.’
Het is bijna tijd voor een interview met HP/De Tijd over 'het nummer 2 zijn’. Wallage werpt nog even een blik op de gefaxte vragen: 'Moet er nog iets verbeterd worden aan de strategie van de PvdA?’ Wallage, schertsend: 'Nee hoor, het gaat toch fantastisch? Wat een thema, nummer twee zijn. De dikste is… die van de VVD; de oudste is… van D66, de dunste is… van het CDA. En wat ben ik dan? De aardigste.’
Ondertussen buigen vier medewerkers zich over Wallage’s agenda van de komende weken. 'Dat kan gedeponeerd worden, daar heb ik niks op teruggekoppeld gekregen.’ Wallage heeft al beoordeeld of hij ingaat op een verzoek of niet; 'Wel spreken, geen forum’ staat er meestal. Wallage, later: 'In zo'n forum krijg je altijd gekissebis tussen de sprekers, ik vind dat zo'n vreselijke vorm. Laat mij maar een verhaal houden en dan ga ik in discussie met de zaal, heel open.’ Op 27 april luidt het avondprogramma 'thuis eten’.
Er worden bruine boterhammen met kaas binnengebracht, en al etend buigt de staatssecretaris zich met enkele ambtenaren over de nieuwe bijstandswet en het akkoord met de VNG. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten is boos, zo liet ze de kranten weten, omdat de gemeenten minder zeggenschap krijgen over de bijstand dan was beloofd. Wallage: 'Hebben jullie onlangs nog de temperatuur van het water geproefd? Ik heb dat helemaal niet zien aankomen, dat is misschien mijn neiging me af te sluiten voor slecht nieuws.’ Hij is nog vol van zijn bezoek, twee dagen geleden, aan bijstandsvrouwen in Utrecht die hem keihard aanpakten. Wallage: 'Ze voelen zich opgegeven, ze zien deze nieuwe wet alleen maar als bedreiging. Ik kreeg de vreselijkste dingen naar m'n hoofd.’ Een ambtenaar: 'Ja, dat merk je ook bij de clientenraden van de sociale diensten. Ze zien helemaal niet ons argument dat we die veranderingen juist willen opdat de bonafide uitkeringsgerechtigden weer recht in de ogen gekeken kunnen worden.’
Zou dit die beruchte kloof zijn? De bijstand voor een grote groep mensen gaat omlaag van zeventig naar vijftig procent van het minimumloon, voor een toeslag moet met bonnetjes worden aangetoond in hoeverre je 'echt alleenstaand’ bent, en vervolgens zijn de ambtenaren uit hun doen omdat de uitkeringsgerechtigden er niet blij mee zijn. Wallage, benen over een stoel, handen achter zijn nek: 'Als we nou eens een stuk of veertig, vijftig wethouders uitnodigen op het ministerie om het nog eens goed uit te leggen? Een half uur speech, een uur discussie. Of zou dat verkeerd vallen?’ Nee, denkt zijn politiek adviseur, bij Onderwijs werkte dat ook heel goed. Verder wil de staatssecretaris graag de jongste cijfers over de bijstand. 'Hoeveel time lag zit daar tussen? Een maand? Zoek dan even voor me op hoeveel het er in februari waren. Ik wil niet in de zomer overvallen worden.’ En: 'Kijk ook even naar de WAO. Volgens een bericht in de NRC loopt dat weer op, terwijl het volgens mijn laatste informatie goed gaat.’
De ambtenaren verlaten de werkkamer, de volgende groep mannen komt binnen. De staatssecretaris mag dan graag in interviews vertellen dat hij liever met vrouwen werkt, blijkbaar lukt dat niet altijd. Die middag gaat het over aanpassing van de bonus-malusregeling in de WAO, over de arbeidsbureaus die weinig zin hebben om arbeidsongeschikten aan het werk te helpen, over de eerste reactie van werkgevers en werknemers op de Ser-adviesaanvraag over de uitvoering van de sociale zekerheid en over de bedrijfsverenigingen waar mensen moeten afvloeien. Rode draad is steeds het vinden van een compromis, belanghebbenden op een lijn zien te krijgen, al was het maar door goede 'communicatie’. Wallage: 'Ik ben nu eenmaal een bestuurder, wat heb je aan honderd procent idealen als je er niet dertig van waarmaakt?’
Hij gelooft heilig in de consensuseconomie. Dat wordt ook de rode draad in de speech die hij half april op een grote happening van adsviesbureau Berenschot zal houden. Eerdere sprekers waren Van der Grinten, Brinkman en Nederkoorn. Wallage, lachend: 'Ik kan maar beter niet gaan, want even later gaat het slecht met je.’ Vier ambtenaren leveren 'bouwstenen’ voor de speech aan, en Roel in ’t Veld heeft op verzoek van Wallage ook wat ideeen op papier gezet. Wallage: 'Het moet een appel worden. Mijn verhaal is dat we geen twee economieen hebben. Op dit moment bereikt het bedrijfsleven een rentabiliteitsverbetering op kosten van de samenleving, door mensen uit te stoten. Zolang ze dat doen moeten ze niet klagen over stijgende kosten voor sociale zekerheid. Dat is ook het verhaal dat de minister vanmiddag houdt bij het grote economendebat.’ PvdA'ers worden bij de voornaam genoemd, maar Bert de Vries is 'de minister’, en Lubbers is 'de m.p.’
Maar de werkgevers willen het allebei: mensen ontslaan als zij dat nodig vinden, en toch de premies verlagen door de uitkeringen te verlagen.
Wallage: 'Dat zijn de grote jongens die dat roepen, met die enorme advertenties in de kranten. Maar het Nederlandse bedrijfsleven bestaat voor negentig procent uit kleinere bedrijven, met minder dan tien werknemers. En dat midden- en kleinbedrijf is veel gevoeliger voor het argument dat je met z'n allen een samenleving vormt. En reken maar dat er voor die vijf miljard lastenverlichting, de envelop van Kok, een behoorlijke tegenprestatie in de vorm van werkgelegenheid wordt geeist, anders krijgen ze het gewoon niet.’
Toch lijkt u een beetje naief waar het gaat om belangenverschillen in de samenleving. Ik vraag het ook omdat u er geen geheim van maakt straks zo mogelijk als minister op Sociale Zaken en Werkgelegenheid terug te willen keren. Bent u bestand tegen de druk van werkgevers en Economische Zaken?
Wallage: 'Wat op dit ministerie heel belangrijk is, is het vermogen om groepen bij elkaar te brengen, en ik denk dat ik daar een goede rol in kan vervullen. Het is typisch het departement waar of de nationale regie wordt hersteld, of de polarisatie toeslaat.’
We moeten naar het stadhuis aan de Groenmarkt, waar de PvdA-gemeenteraadsfractie de plaatselijke campagne voor de parlementsverkiezingen bespreekt. Wallage: 'Dat is een ideetje van Felix: afdelingen een peetvader geven om die te stimuleren. Want na zo'n uitslag is het voor die mensen natuurlijk niet makkelijk om weer vrolijk campagne te gaan voeren voor de volgende verkiezingen.’
Hij heeft veel opbeurende woorden. Heeft Maurice de Hond niet gezegd dat het heel goed een nek-aan-nekrace kan worden tussen CDA en PvdA om de eerste plaats? En uit Elsevier van deze week blijkt dat Kok van alle partijleiders het betrouwbaarst wordt gevonden als minister-president. De boodschap in de komende campagne moet volgens Wallage tweeledig zijn. 'Een: we hebben de sterkste kandidaat voor het premierschap. En twee: u wilt toch geen rechts kabinet?’
Vraag van een van de pakweg vijftien aanwezige kaderleden: 'Maar wat zijn nou eigenlijk de inhoudelijke thema’s waar we de campagne mee ingaan?’ Wallage, geroutineerd: 'Werk, veiligheid, milieu.’ De vragenstelster: 'Maar met veiligheid en werk onderscheid je je dus niet van andere partijen.’ Wallage: 'Na de uitzending bij Sonja kreeg ik alleen maar positieve reacties. De politiek is blijkbaar zo vervreemd dat een gewoon, eerlijk mens al heel wat is. Het gaat om de vertrouwens vraag, en daarmee zitten we met Kok heel goed.’ Vraag uit de zaal: 'Zou het geen idee zijn om allochtone campagneclubjes te formeren? Vooral gericht op Turken en Surinamers, want Marokkanen zullen toch op Rabbae stemmen.’
In de auto richting Amsterdam, waar Wallage zijn speech voor morgen zal voorbereiden. De middagkranten, zoals altijd door de chauffeur netjes klaargelegd op de achterbank, staan vol over de IRT-zaak. Hoe voorkom je als bewindsman dat zoiets gebeurt? Wallage: 'Je moet altijd op zoek naar de zwakste plekken, je moet onraad proberen te ruiken. Ik heb een enorme informatiebehoefte, meer afwachtende mensen dringen minder ver door.’
Vrijdag. Hij was even in de ministerraad, maar moest al snel op weg naar Den Helder. Al rijdend legt Wallage de laatste hand aan een eerste verkenning van de kosten voor de sociale zekerheid, bedoeld als aanloop voor de begroting van 1995. 'Harder werken dan ik altijd al deed, kan niet, dus het besturen van het departement doe ik in deze campagnetijd vooral vanuit de auto.’ Het stuk komt vanmiddag in het kabinet. Hij belt de correcties door: “'De grote toestroom asielzoekers” moet worden “de inmiddels bekende aantallen asielzoekers”. En “uitstel” moet worden “verlate invoering”.’ Hij is trots op de voorlopige cijfers. 'De fraudebestrijding bij de bijstand levert zoveel op dat de uitgaven ondanks de toenemende werkloosheid niet stijgen, en bij de WAO halen we steeds beter de verborgen werkloosheid er uit. Inderdaad, daarmee is het probleem niet opgelost, maar het wordt wel zichtbaarder.’
Wallage verontschuldigt zich voor deze niet-representatieve werkdag. Zevenhonderd kilometer rijden om twee scholen te openen, in Groningen een kort speechje te houden en ’s avonds het Leids dictee voor te lezen. 'Maar je moet niet vergeten dat er op elk van die bijeenkomsten regionale media af komen, en soms komt zo'n speechje ook nog in het NRC.’
En er is tijd te filosoferen over de toekomst. 'Toen de sociaal-democratie ontstond was er een perfect samengaan van materiele en immateriele eisen. De achturige werkdag was materieel, maar ook bedoeld om tijd te krijgen om te lezen. We zitten nu in een heel lastige tijd: de immateriele kant is verwaarloosd, terwijl de materiele kant voor een deel van de mensen nog niet is bereikt, en voor een ander deel volkomen is geperverteerd. Terwijl er enerzijds mensen zijn die het eind van de maand niet halen, moet tegelijkertijd de commerciele regie van het dagelijks bestaan worden doorbroken. We zitten opnieuw met een ontplooiingsvraagstuk. Ontplooien betekent tegenwoordig je iets aanschaffen, en behalve dat dat milieuproblemen veroorzaakt, betekent het een enorme passiviteit.’
Hij heeft het over de jachtigheid, de hang naar drugs in de brede zin des woords. 'Het verschil met mensen als Hirsch Ballin en Brinkman is dat wij pleiten voor een voltooiing van de emancipatie, terwijl zij pleiten voor afremming ervan.’
U maakt zich dus sterk voor nivellering en een herwaardering van immateriele geneugten.
Wallage vermijdt het woord 'nivellering’: 'Je moet ruimte houden voor ongelijkheidsbestrijding. En daarnaast moet ontplooiing hoger op de politieke agenda. Dat is voor mij de reden dat we niet op cultuur hebben bezuinigd, dat we de publieke omroepen handhaven, dat we zoveel in het onderwijs investeren.’
De kiezer heeft dat alleen niet door?
Wallage: 'In Frankrijk stonden de socialisten toen ze regeerden op twintig procent van de stemmen, terwijl ze nu, in de oppositie, alweer op negenentwintig procent staan. Blijkbaar is het linkse levensgevoel van een groot deel van de mensen niet te verbinden met regeringsverantwoordelijkheid.’
Of de PvdA weet dat linkse levensgevoel niet in beleid om te zetten.
Wallage: 'Ons valt niet het verwijt te maken dat we te weinig hebben ingebracht of ons door het CDA de kaas van het brood hebben laten eten. Wat schortte, is de communicatie met de kiezers. We hadden duidelijker moeten maken hoe compromissen ontstonden.’ Zelfverzekerd: 'Het eerste kabinet-Kok wordt anders dan het laatste kabinet-Lubbers.’ Geen ander beleid, maar het heilig vuur meer tonen. Het is hemzelf op het lijf geschreven.
Den Helder. Door een grootscheepse fusie zijn twee scholengemeenschappen ontstaan - een christelijke en een openbare - waarin beroepsonderwijs tot en met VWO zijn ondergebracht. Op Wallage’s verzoek zit een groep leerlingen klaar om met de vroegere staatssecretaris van Onderwijs te praten. Wallage blijkt een rap interviewer: 'Wat vinden jullie een voordeel en wat vinden jullie een nadeel van de fusie?’ Antwoord: de school is een leerfabriek geworden, maar je hoeft niet meer van school af als je van de ene naar de andere richting overstapt. Een jongen vertelt over zijn stage op een elektrotechnisch bedrijf. De staatssecretaris neemt de gelegenheid te baat om wat draagvlak te creeren voor een voorstel dat hij er op Onderwijs nog niet doorkreeg: een stage voor mavo, havo en VWO. Later, in de auto: 'Dat is toch fantastisch, dat zo'n jongen van het beroepsonderwijs die andere leerlingen over z'n stage vertelt; vroeger spraken die schoolrichtingen elkaar niet.’ Nog even met het schoolbestuur praten, even een doek wegtrekken, en weer weg. In de auto een fax over de sociale werkvoorziening die naar Den Helder was gestuurd, corrigeren.
Door naar Groningen, waar hij ooit met Max van den Berg het linkse meerderheidscollege aanvoerde. 'Ik denk nog steeds dat je met bonafide linkse mensen beter beleid kunt maken dan door samenwerking met conservatieven. Ohne Kapitalisten geht es besser, echt waar. Maar dan is de eerste vraag: is D66 wel progressief? D66 heeft veel KVP-trekjes, de nestwarmte, de culturele atmosfeer is duidelijker dan de politiek plaatsbepaling.
En de tweede vraag is GroenLinks. Met de Lankhorsten en Rosenmollers lijkt het me goed samenwerken. Het is onder meer aan Peter Lankhorst te danken dat het onderwijsbeleid een van de meest progressieve takken van dit kabinet is geworden. Maar een ander deel van die partij wil links zijn zonder te regeren.’
En verder vindt hij het geen reele kwestie, gezien de peilingen. 'De werkelijke vraag is of we een kabinet krijgen met twee conservatieve partijen en een progressieve, of een met twee progressieve en een conservatieve. Inderdaad, de vraag wat D66 eigenlijk is, maar ook hoe groot de PvdA wordt.’
Hij blikt terug op zijn Groningse tijd. 'Het mooie van die tijd was dat we als PvdA toen op alle terreinen echt nieuw zijn gaan denken. We bedachten dingen die nog niet bestonden, en we voerden ze uit. De huidige vernieuwing gaat iets te veel over de buitenkant, de wijze van presentatie, de personen.’ Hij loodst de chauffeur door het mede door hemzelf doorgevoerde verkeerscirculatieplan en wijst op de flats die onder zijn voorzitterschap van de studentenraad tot stand zijn gekomen. 'In de jaren zeventig heb ik behoorlijk voorop gelopen. Het was de tijdgeest, maar we hebben de tijdgeest ook wel een handje geholpen.’
Hoe gaat hij de komende vier jaar de tijdgeest helpen? Het antwoord ligt besloten in de speech die hij even later houdt voor het lustrumcongres van de vakgroep sociologie, waar hij ooit zelf aan verbonden was. Hij pleit voor een herwaardering van de overheid die in deze onzekere tijden 'een samenhangende leidraad voor de toekomst’ moet bieden, een overheid die niet 'technocratisch en pragmatisch meewaait met de mode van de dag’, maar 'een orientatie biedt op het land waarin wij willen leven’. Iets concreter: 'Investeringen centraal in plaats van het financieringstekort, en de onvrede en het migrantenvraagstuk eisen een dubbele inzet bij de sociale vernieuwing.’
Het moet gezegd, hij voelt de tijdgeest en de luisteraar perfect aan. Of zoals Andries Knevel, EO-presentator, onlangs uitriep: 'Maar meneer Wallage, nu zegt u dat uitkeringsgerechtigden zonder pardon aan het werk moeten, en bij Sonja zei u dat je sommigen niet teveel achter de broek moet zitten…’ Wallage: 'Ik ben wel altijd op zoek naar wat mensen van de politiek verwachten, maar dat is wat anders dan meewaaien. Je kernbeginselen liggen vast, maar om ze tot leven te brengen moet je goed zien in wat voor maatschappij je je bevindt.’
Hij is er de man niet naar om burgemeester van Amsterdam te worden als de PvdA straks zal doorregeren. Maar als de PvdA niet terugkomt of als hijzelf per ongeluk toch buiten het kabinet valt? Hij, die op zijn 32-ste al burgemeester van Schiedam wilde worden en als kamerlid niet bepaald gelukkig was? Wallage: 'Ik heb altijd gezegd dat ik ooit nog wel eens terug wil naar het lokale niveau. Ik heb natuurlijk ook gehoord dat m'n naam wordt genoemd voor Amsterdam en je moet wel een hele koele kikker zijn als dat je niks doet, en ik ben geen koele kikker.’
Op weg naar Leiden beantwoordt hij zijn post, insprekend in een dictafoon. 'Beste mevrouw. Ik begrijp dat de overlast heel vervelend is. Wij proberen een streng beleid te voeren en niet zomaar iedereen in Nederland toe te laten, maar de echte vluchtelingen….’ Volgt een uitgebreide uiteenzetting over het asielbeleid dat echt, heus, steeds strenger wordt.
De verslaggeefster grijpt in. Het bandje wordt teruggespoeld. Wallage: 'Beste mevrouw. Ik begrijp dat overlast heel vervelend is. Ik begrijp ook dat het door taalproblemen extra moeilijk is om op uw buren af te stappen. Toch is dat wat ik in dit soort gevallen altijd adviseer, zonodig met een tolk…’