Sociaal-democratie & monarchie

Jacquet met scheur

Het wisselende enthousiasme van de sociaal-democratie jegens de monarchie.

«Erfelijkheid moge een geschikt leidend beginsel zijn voor paard- en rundveestam boeken, voor het bekleeden van publieke ambten kan het nu eenmaal geen leidraad geven.» Als hij wilde kon SDAP-leider P.J. Troelstra heel principieel uit de hoek komen. En de sociaal-democratische principes laten zich nu eenmaal niet rijmen met een institutie als de monarchie. Daarom ook had Troelstra zich gedistantieerd van het feestgedruis in de Tweede Kamer nadat bekend was geworden dat koningin Wilhel mina eindelijk zwanger was. Een beginselvaste opstelling die heel wat stemmen kostte.

Meteen bij het toetreden tot het parlement in 1897 had de SDAP duidelijk gemaakt een principieel republikeinse partij te zijn. Het was toen gewoonte dat het staatshoofd zelf de nieuwe volksvertegenwoordigers beëdigde. Troelstra en zijn strijdmakker Van Kol weigerden dit. Er moest een Koninklijk Besluit aan te pas komen waardoor de voorzitter van de Tweede Kamer deze taak op zich kon nemen. In de volgende decennia zouden de sociaal-democraten wegblijven bij alle officiële gelegenheden waarbij de koningin optrad.

In 1913 kwam Troelstra erachter dat hieraan ook nadelen kleefden. De verkiezingsuitslag was toen zo dat regeringsdeelname van de SDAP voor de hand lag. Troelstra werd ontboden op paleis Het Loo, een gelegenheid waarbij hij in jacquet diende te verschijnen. Omdat hij recepties en plechtigheden altijd meed, had hij sinds zijn promotie in 1888 zijn jacquet niet meer gedragen. Om ervoor te zorgen dat broek en vest toch dicht konden had zijn vrouw deze aan de achterkant open geknipt. Terwijl Troelstra in een anderhalf uren durend betoog de sociaal-democratische beginselen uiteenzette aan een aandachtig luisterende vorstin, voelde hij dat hij steeds verder uit zijn pak scheurde.

Wilhelmina was niettemin onder de indruk, al noemde zij hem wel «een vermoeiend genie», en vond zij het «doodjammer dat hij tot die partij behoort». Vijf jaar later, na Troel stra’s halfslachtige oproep tot revolutie, was zij heel wat minder enthousiast over de sociaal-democratische voorman. In het parlement kwam zijn partij in een isolement terecht dat ruim twintig jaar zou duren. Onder druk van het opkomende nationalisme en de toenemende internationale spanningen begon de SDAP zich in de loop van de jaren dertig minder afwijzend op te stellen tegen de nationale gedachte en het koningschap.

Na de bevrijding speelden de sociaal- democraten een vooraanstaande rol in de Nederlandse politiek. De sinds 1948 regerende Juliana was zeer gecharmeerd van PvdA-leider Willem Drees. Tijdens de kabinetsformaties gebruikte zij regelmatig haar positie om ervoor te zorgen dat hij premier werd. Politiek was Juliana zeker progressief te noemen, en als pacifiste was zij de militant anticommunistische sociaal-democraten met een ruime boog aan de linkerzijde gepasseerd. Dit verhinderde niet dat Drees op uiterst behoedzame wijze de Greet Hofmans-affaire tot een goed einde bracht en een constitutionele crisis bezwoer.

In de jaren zestig steekt binnen de PvdA het republikanisme af en toe de kop weer op. Zo stemden zes sociaal-democratische kamerleden tegen de naturalisatie van prins Claus. In het pamflet Tien over rood stelden de Nieuw- Linksers dat het wenselijk was dat «Nederland een republiek wordt zodra de regering van koningin Juliana eindigt».

Juliana was echter nog niet van plan op te stappen. In de jaren zeventig werd de band tussen sociaal-democratie en koningshuis hechter. Bij het aantreden van het kabinet-Den Uyl in 1973 waren er wat spanningen aangezien de «roden» Juliana’s plannen voor haar 25-jarig ambtsjubileum in hoge mate dwarsboomden, maar in 1977 was de koningin zeer bedroefd dat Den Uyl zijn premierschap niet kon prolongeren en zij opgezadeld werd met de bizarre, in orakeltaal sprekende katholiek Van Agt. Juliana had reden om Den Uyl dankbaar te zijn, daar deze de affaire rond de steek penningen van Bernhard zeer adequaat had gladgestreken.

Ook de in 1980 op de troon gekomen Beatrix legde een voorkeur voor PvdA-leider Wim Kok aan de dag. Als premier had deze echter grote last van de erfenis van zijn voorganger Lubbers, die van mening was dat hij samen met Beatrix in een «duobaan» het land regeerde en de vorstin een speelruimte bood die misschien niet met de letter doch wel met de geest van de grondwet in strijd was. Toch beloonde ook Kok de progressieve neigingen van zijn vorstin met hondentrouw en loste hij de kwestie-Zorreguita op naar vrijwel ieders tevredenheid.

Onderhand is de mythe ontstaan dat de sociaal-democratie tot driemaal toe de monarchie heeft gered. Maar moest al die keren de monarchie wel worden gered? De meerderheid van de bevolking vindt het prachtig en vergeeft het koningshuis alle misstappen met graagte. Het is het koningshuis zelf dat met die misstappen tot driemaal toe voor een brandbare, explosieve situatie heeft gezorgd en een potentiële constitutionele crisis heeft veroorzaakt. Tot driemaal toe heeft de PvdA besloten er geen lucifer bij te houden, omdat zij wist dat in de uitslaande brand die dan zou uitbreken, zijzelf de meeste brandwonden zou oplopen.