15 juni 1981 – 22 maart 2009

Jade Goody

De Britse reality-ster Jade Goody was een cultureel fenomeen, de personificatie van het huidige klimaat waarin je wereldberoemd kunt worden zonder iets te kunnen of iets wezenlijks te doen.

‘NARRATIVE CRUMBLES under the weight of these endless stories’, verzucht Philip Roth’s hoofdpersoon, een romanschrijver, in zijn boek Deception (1990). Hiermee bedoelt de schrijver dat hij nauwelijks meer aan schrijven toekomt door allerlei gebeuren in het echte, dagelijkse leven. Deze situatie is illustratief voor Roth’s eigen, beroemde statement dat de werkelijkheid zo overweldigend is geworden dat fictie er maar flauwtjes tegenover staat.
Philip, de schrijver in Deception, zou het hebben geduizeld tijdens het leven van de 27-jarige Britse reality-ster Jade Goody. Ze overleed zondag aan de gevolgen van baarmoederhalskanker. Ze stierf als een headline tussen de andere headlines door: ‘Moss loo-ses it’, ‘Teen spots UFO’, ‘Date rape was my fault’, ‘Fulham 2 Man U. 0’ en ‘Natasha said no to £6 helmet’. Haar dood was het nieuws waarop miljoenen lezers en kijkers zaten te wachten. De laatste maanden vormden verhalen in kranten en tijdschriften en op televisie een lugubere climax van een verhaal dat eindigde met de nuchtere constatering in The Sun: ‘Jade dead’. Maar er zit veel meer achter de krantenkoppen. Goody was een cultureel fenomeen, de personificatie van het huidige klimaat waarin je wereldberoemd kunt worden zonder iets te kunnen of iets wezenlijks te doen. In deze leegte worden talloze nieuwe sterren en nieuwe, eindeloze verhalen gecreëerd. En allemaal echt. Reality. Inderdaad, het narratieve stort in.
De ironie is evenwel dat deze werkelijkheid zo nep, zo leeg is als maar kan. Veelbetekenend is bijvoorbeeld dat het overlijden van Jade Goody, die niets was en niets kon, zoveel meer aandacht kreeg dan de dood van de Britse actrice Natasha Richardson, die véél was en véél kon. De reden hiervoor is dat Richardson onzichtbaar was voor ‘het volk’. Richardson was een telg uit een filmdynastie gevormd door het huwelijk tussen actrice Vanessa Redgrave (beroemd door haar werk met onder anderen Michelangelo Antonioni) en regisseur Tony Richardson (beroemd door onder meer het jaren-zestigmeesterwerk The Loneliness of the Long Distance Runner). Ze speelde in vrij onbekende, maar zeer goede films als The Handmaid’s Tale (1990) van Volker Schlöndorff. Ook al probeerde ze het, Richardson kon maar niet doordringen tot de massa. Misschien was ze hiervoor juist te goed.
Anders dan Richardson stal Goody meteen de harten van miljoenen televisiekijkers toen ze in 2002 deelnam aan het derde seizoen van het Britse tv-programma Big Brother, een serie die anders dan in Nederland nog altijd veel kijkers trekt. Op televisie toonde Goody een verstommend gebrek aan algemene kennis. Klassieke Goody-missers: ‘East Angular’ (sic) ligt in het buitenland; ‘Portuganese’ is een taal; en ‘Pistachio’ schilderde de Mona Lisa. Deze domheid bleek geen afschuw te wekken, maar vertedering. De goedgebekte Goody sloeg aan.
In 2007 volgde een plaats in de serie Celebrity Big Brother, waar ze het huis deelde met een echte ster, Bollywood-actrice Shilpa Shetty. Jade pikte niets van Shilpa, Jade toonde zich een racist, met scheldpartijen waarin ze de stijlvolle actrice uitmaakte voor ‘Shilpa Fuckawallah’.
Was dit het einde van Jade? Allerminst. Het was het begin. Jade werd nu pas echt beroemd: reis naar India, verzoening met Shilpa voor een miljoenenpubliek en, in augustus 2008, een gig in Big Boss, de Indiase Big Brother.
Ondertussen was Jade miljonair geworden. Ze had een eigen parfum, fitnessvideo’s, een autobiografie, investeringen in vastgoed en een eigen reality-show – bijzonder voor een jonge vrouw die niets kon, die in de goot opgroeide, waar ze geen cent te makken had. Haar biografie leest als iets wat Marlene van Niekerk had kunnen gebruiken in Triomf, haar roman over de witte onderklasse in Johannesburg: moeder een arm kwijt tijdens een motorongeluk dat het leven van ‘Uncle Budgie’ (vertaald: Oom Kanarie) eiste; vader een pooier, heroïneverslaafde en dief. Jade in een interview: ‘Ik herinner me hoe hij zichzelf inspoot. Ik was vier en ik zat op het bed naar hem te kijken.’
Het hield nooit op bij Jade Goody. Ze was niet één verhaal, maar een veelheid aan verhalen, voor ieder wat wils. Ze was de hoofdrolspeler in dagelijkse vervolgverhalen in verschillende media, telkens van genre wisselend, van soap en sitcom pur sang (Big Brother) en typisch Brits kitchen sink drama (haar achtergrond) tot sociaal geëngageerde fictie (multiculturele samenleving) en, uiteindelijk, de medische thriller. Ze kreeg namelijk te horen dat ze aan kanker leed. En in een reflex, verbijsterend snel, produceerden allerlei media nieuwe Jade Goody-verhalen, plotlijnen die zouden passen in House of Grey’s Anatomy. Hoeveel hoop was er voor haar? Geen, bleek al gauw. In haar laatste dagen bestond ze uit pixels: scherp en close in de close-up glimlachte de afgetakelde chemo-Jade, Jade, bizar met morfinelolly in de mond, Jade, kaal en monstrueus met grote lippen en grote ogen in trouwjurk, Jade op haar sterfbed. Jade dood.
Tóen, voor het eerst sinds het begin van de Jade-fictie, kwam er iets van echtheid, iets van authentieke emotie, iets waarover Philip in Deception zou kunnen schrijven, een verhaal dat het niet zou begeven onder het gewicht van al die andere verhalen. Op zondagochtend liep Jade’s moeder naar buiten om de media te woord te staan. Lelijke tanden, haar woest, stem broos.
Een moeder is haar dochter verloren. ‘Laat ons nu met rust’, zei ze.