Film: ‘Red Dot’

Jagers

Red Dot, regie Alain Darborg © Per Larsson / Netflix

De rode stip van een lasertelescoop op een jachtgeweer verschijnt ’s nachts in de tent van een verliefd stel op een uitje in de Zweedse sneeuwwildernis. Een mooie gimmick. Maar zodra het verhaal op gang komt, buitelen de clichés over elkaar heen. Vink maar af: de gevaarlijke natuur, het afgelegen huis, de monsterlijke inteeltfamilie, het treiteren, de achtervolging, de bloedige confrontatie. Dit alles hebben we eerder gezien. Toch gaat het grapje uiteindelijk over ons, want de grootste gemeenplaats – de plot twist, een momenteel veelgebruikte stijlfiguur – komt wel degelijk aan in Red Dot.

De honger naar stories in de tijd van streaming is groot: verhalen rechtlijnig verteld, met veel intrige. Lastige narratieve spelletjes met zelfbewuste personages en moeilijke referenties aan andere verhalen zijn uit. Die eenvoud heeft wel iets. Ik herinner mij een interview met een bekende schrijver die vertelde dat fictie niets anders is dan wat verrassinkjes gevolgd door een grote verrassing. Dit is mooi samengevat als je er goed over nadenkt. Als we kijken of lezen blijven we dat doen, omdat we willen weten wat er nu weer gaat gebeuren en vooral hoe het afloopt. Een verhaal moet ‘interessant’ zijn.

Dat is het in Red Dot. Het begint romantisch met een huwelijksaanzoek, maar in een oogwenk zijn we een jaar verder in het leven van Einar (Johannes Kuhnke) en Nadja (Nanna Blondell). De sleur is een feit: zij doet de was, hij is te lui om een vinger te verroeren. Zij ontdekt dat ze zwanger is, maar ze vertelt het niet, omdat ze niet weet of ze bij hem wil blijven. Dan biedt een vriendelijke buurman hun een vakantie aan. Ze vertrekken in de hoop dat ze in de ijzige, prachtige bergen van Zweden de liefde kunnen hervinden.

Waar de personages geen besef hebben van het verhaal waarin ze zitten, daar hebben wij dat wel. We kijken met soortgelijke verhalen onwillekeurig in ons hoofd, klassiekers zoals Deliverance (1972) van John Boorman of Breakdown (1997) van Jonathan Mostow, waarin respectievelijk een vriendengroep en een echtpaar precies hetzelfde overkomt als Einar en Nadja. Met deze voorkennis kun je óf cynisch óf vol nieuwe bewondering kijken naar hoe de clichés een ‘feestje vieren’, zoals Umberto Eco schrijft over de oer-cliché-klassieker Casablanca.

Cruciaal is de vraag of de draai in het verhaal spannend genoeg is. Onderweg naar de bergen stuiten Einar en Nadja op woeste jagers die haar uitschelden voor ‘neger’. Meteen is duidelijk dat dit foute boel is, zodat die rode stip in de nacht niet als een verrassing komt. Ook de vraag waarom de jagers dit doen, lijkt beantwoord: even daarvoor botste het echtpaar licht met hun auto tegen die van de jagers aan. De jacht op Einar en Nadja is geopend. Regisseur Alain Darborg brengt de chaos vervolgens spannend in beeld met steadicam-fotografie die een frenetieke sfeer schept. Maar dan: de plotwending. Die zie je niet aankomen. Dan wil je weten hoe het afloopt. Het einde is erg dramatisch en eng, erg ‘interessant’.


Nu te zien op Netflix