H.J.A. Hofland

Jalta’s virtuele geschiedenis

Moeten we de geschiedenis van de Koude Oorlog herschrijven? President Bush heeft er weer een begin mee gemaakt toen hij een paar weken geleden in Letland in een redevoering verklaarde dat de Akkoorden van Jalta tot de grote historische onrechtvaardigheden moeten worden gerekend. In deze badplaats op de Krim hebben in februari 1945 Roosevelt, Stalin en Churchill de naoorlogse grenzen van Europa getrokken. Het ging iets subtieler dan Bush het beschrijft (in de Oost-Europese landen zouden de overwinnaars bepaalde percentages aan invloed krijgen), maar al vlug kwam het erop neer dat Oost-Europa achter het IJzeren Gordijn verdween. «Jalta» was in de Europese landen van het Oostblok de naam van het noodlot, verraad door het Westen.

Voor Churchill was het toen in ieder geval al duidelijk dat de grote bondgenoot binnen niet al te lange tijd in de grote tegenstander zou veranderen. Hij heeft er rekening mee gehouden dat na de nederlaag van nazi-Duitsland de strijd tegen de Sovjet-Unie zou worden voortgezet, eventueel met hulp van een gezuiverde Wehrmacht. Het is bij een overweging gebleven. De omstandigheden werkten niet mee. Eerst moest de oorlog tegen Japan nog worden gewonnen. En het is de vraag of de volken van het Westen, de Amerikanen in de eerste plaats, tot voortzetting van de oorlog bereid zouden zijn geweest. En of de Oost-Europeanen om wille van de vrijheid de volgende golf van verwoesting hadden verdragen.

In plaats van een onbekend aantal jaren hete oorlog is de Koude Oorlog gekomen, de politiek van containment naar het ontwerp van George Kennan, Dean Acheson, George Marshall en Harry Truman. Er zijn aanleidingen geweest om militair in het Oostblok in te grijpen – de blokkade van West-Berlijn, de opstand in die stad, de opstanden in Boedapest en Praag, de Cubaanse rakettencrisis – maar telkens weer heeft het Westen de voorkeur gegeven aan een variant van containment. Er is geen twijfel dat dit met grote onrechtvaardigheden voor de slachtoffers gepaard is gegaan. Maar geen leider van het Westen heeft de betrekkelijke zekerheden van de Koude Oorlog voor het onmetelijke risico van de hete willen ruilen. Any war will surprise you, zei Eisenhower. Hij had ruime ervaring.

Een kenmerk van het rechtse – en niet het conservatieve – denken in de politiek is de lust tot het herschrijven van de geschiedenis. In de jaren vijftig, toen het de westelijke democratieën in de Koude Oorlog niet voor de wind ging, maakte Joseph McCarthy furore door de verraders, de sympathisanten met de commies in het State Department, van alle ellende de schuld te geven. Mij heeft het altijd verbaasd dat niemand, van welke politieke richting ook, op het idee is gekomen een dergelijke tenlastelegging te gebruiken als uitgangspunt voor een virtuele geschiedschrijving. Wat zou er gebeurd zijn als Roosevelt en Churchill in Jalta tegen Stalin hadden gezegd dat het Rode Leger, na de Duitsers te hebben verjaagd, zich nu zo snel mogelijk uit Oost-Europa moest terugtrekken? En dat anders het Westen wel een casus belli zou vinden om de Russen een handje te helpen?

Drie mogelijkheden. Stalin was in lachen uitgebarsten en had gezegd: heren, gaat uw gang, probeer het. Of hij had vaag ja gezegd en het tegengestelde gedaan. Of hij had gehoorzaam de aftocht geblazen. Dat laatste is gezien het verloop van de oorlog aan het oostfront zeer onwaarschijnlijk. Het eerste ligt niet voor de hand omdat Stalin de militaire hulp van het Westen krachtens de leen- en pachtwet goed kon gebruiken en hij geen man was om zich in nieuwe, onoverzichtelijke avonturen te storten. Zodat voor de realist, meester in tactiek en chicanes, de middelste mogelijkheid overblijft. Daaruit zou iemand als Steven Spielberg een prachtfilm kunnen maken. Het is weer eens iets anders dan Jurassic Park of Kill Bill.

Door «Jalta» een van de grootste historische onrechtvaardigheden te noemen impliceert aanklager Bush dat hij het zelf beter weet, en als hij het toen voor het zeggen zou hebben gehad, hij het ook beter zou hebben gedaan. Ik vind dat je het dan niet bij de beschuldiging moet laten, maar op z’n minst ook ongeveer moet aangeven wat je zelf had gezegd als je daar met Stalin had gezeten. Deze uitleg houden we nog van de president te goed. Mocht ik op een van zijn persconferenties zijn, dan zal ik het hem vragen, dat beloof ik. En zo wil ik ook John Bolton vragen wat zijn plannen waren geweest, in 1956, toen de Britten en Fransen met parachutisten de nationalisatie van het Suezkanaal ongedaan wilden maken en Eisen hower zich tegen verklaarde.

Daardoor, zegt Bolton nu, is deze operatie van de Entente Cordiale mislukt. Amerika had zijn bond genoten moeten steunen, zei Bolton. Zeker. En dan? Van één «en dan» worden we van dag tot dag aanschouwelijk op de hoogte gebracht. Dat is Irak. Saddam Hoessein hoort zeker tot de «grote historische onrechtvaardigheden». Of voortgezet containment op den duur de oplossing had gebracht, zullen we nooit weten. Maar de staat waarin dat land zich nu bevindt kan ons misschien helpen als we ons een voorstelling proberen te maken van een Europa dat toen, in 1945, niet onder de historische onrechtvaardigheid van «Jalta» te lijden had gehad. En wie had nu de schuld gekregen van een voortgezette oorlog tegen de Sovjet-Unie? Dat zullen we ook nooit weten, en het lijkt me heel goed mogelijk dat we daarbij van een beperkt geluk mogen spreken.