James bond

Sean Connery, Roger Moore en nu dan Pierce Brosnan probeerden hem te spelen. Maar de echte James Bond? Zijn familie zou geparenteerd zijn aan de Bonds van Bond Street. Umberto Eco heeft hem ooit ontmoet.
MISSCHIEN DAT hij nog leeft, James Bond, voormalig geheim agent in dienst van Hare Majesteit de Koningin en, zevenenzeventig jaar oud, woonachtig op een van de Cariben, met een martini dry, een goedgeconserveerde blonde schoonheid en een koker met speciaal voor hem vervaardigde sigaretten binnen handbereik, op de televisie gadeslaat hoe hij voor de zeventiende maal op het witte doek herrijst.

Van de speculaties die de media na de val van de Muur over zijn bestaansrecht hielden, was hij al zo moe geworden. Bond was tijdens de Koude Oorlog eerder een oude koloniaal dan een anticommunist. Hij had een hekel aan de Russen omdat hij nu eenmaal was opgevoed met het idee dat de lui daar in de Balkan en voorbij de Karpaten nooit deugden, onafhankelijk van wie hen regeerde - evenmin overigens als Arabieren, Afrikanen, Indochinezen, Afghanen of Perzen. Voorzover Bond alle films heeft gevolgd die aan zijn avonturen zijn gewijd, moet hij zich in toenemende mate hebben opgewonden over de grote aandacht die er besteed wordt aan spectaculaire vervoermiddelen, exotische lokaties en vooral de talrijke gadgets. Daarvoor heeft hij zijn leven nooit willen wagen, hij deed dat slechts voor koningin en vaderland.
Het toenemende gebrek aan realisme zal hem ook hebben gestoken, zoals de M in GoldenEye, de meest recente Hollywood-produktie. De gepensioneerde spion heeft er absoluut geen moeite mee dat de dienst tegenwoordig geleid wordt door een vrouw, hij is zelfs zo bij de tijd dat hij precies weet wat voor vrouwen deze posities in Engeland tegenwoordig bekleden. Namelijk vrouwen die getrouwd zijn met seksistische dinosaurussen. Omdat James Bond aan zijn biograaf Ian Fleming alleen toestond te vermelden wat Groot-Brittanie noch Hare Majesteit kon schaden, is er behalve zijn voorkeur voor drank, voedsel, sigaretten, kleding en vervoermiddelen, bijzonder weinig over zijn persoonlijke leven bekend.
ZIJN FAMILIE ZOU geparenteerd zijn aan de Bonds van Bond Street en hij zou een zeer korte tijd getrouwd zijn geweest met een schoonheid uit de internationale jetset. Na de dood van Fleming diende zich een tweede biograaf aan, John Pearson, die over nieuwe details zei te beschikken. Pearson vertelde dat Bond op 11 november 1920 werd geboren uit het huwelijk van een Schotse militaire ingenieur uit Glencoe en een francofone Zwitserse uit Waadt. Na hun geheimzinnige dood werd hij in Schotland opgevoed, vervolgens na korte tijd van Eton weggestuurd en bereikte hij via een Franse kostschool de universiteit van Geneve, waar hij psychologie en rechten studeerde. Tijdens een oponthoud in Parijs wist de Britse geheime dienst de student aan zich te binden en voortaan zou hij zich inzetten voor de strijd tegen de Duitsers. Het is echter de vraag of deze gegevens correct zijn. Veel details lijken te zijn ontleend aan het leven van Fleming, of aan elementen in zijn boeken die op verzoek van Bond juist waren gefingeerd.
Veel meer weten we natuurlijk over Ian Lancaster Fleming zelf. Een veelbelovende starter: in 1908 werd hij in een Londens elitemilieu geboren. Zijn vader was jarenlang parlementslid voor de Tories en werd bij zijn dood door Churchill zelf in The Times herdacht. Op Eton was hij een legendarische atleet, maar op de militaire academie Sandhurst mislukte hij. Daarna stond hij enige jaren ingeschreven als student psychologie in Munchen en Geneve, waar hij zijn tijd vooral doorbracht met het leiden van een comfortabel leven. Nadat hij te licht werd bevonden voor de diplomatieke dienst, besloot hij het maar in de City te proberen.
Even leek het tij voor Fleming te keren: tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte hij carriere als officier bij de Marine Inlichtingendienst, waar hij James Bond leerde kennen. Maar in vredestijd, als buitenlandmanager bij een groot krantenconcern, faalde hij wederom. Hij bleef in de journalistiek en was nog even correspondent in Moskou, waar hij geregeld contact onderhield met Bond. Hij bedacht dat deze geheim agent een perfecte combinatie vormde van de gentleman-spionnen uit de vooroorlogse traditie van Buchan en Bulldog Drummond en de de harde killer uit de boeken waarop zijn Amerikaanse vrienden zo dol waren.
Toen Fleming in januari 1952, teruggetrokken in zijn winterverblijf GoldenEye op Jamaica, eenmaal besloten had om de avonturen van James Bond tot verhalen te verwerken, ging hij voortvarend te werk: de eerste roman, Casino Royale, was in negen weken klaar. In Amerika werd het boek door de belangrijke uitgevers geweigerd en toen het uitkwam, verkocht het nauwelijks. Toen ook de opvolger, Live and Let Die niet erg liep, trok hij zich dat zo hevig aan dat hij zijn schepping 007 in het vijfde Bond-boek - hij had er intussen al weer twee af - wilde laten executeren. Raymond Chandler - en naar verluidt ook Bond zelf, die zich graag van wat meer vlees en bloed zag voorzien - wist hem echter een riem onder het hart te steken.
MET FROM RUSSIA With Love brak Fleming eindelijk door naar de roem. Het was 1957. Vanaf de film Doctor No, vijf jaar later, trad er voor Bond een tweede fase in, hij had nu ook een gezicht: dat van de acteur Sean Connery. Zowel de voormalige geheim agent als zijn biograaf waren bijzonder te spreken over deze Schotse acteur. Na de dood van Fleming in 1964 brak er een moeilijke tijd aan voor Bond. In dezelfde periode dat een muziekgroep uit Liverpool een rage veroorzaakte in kleding, haardracht en andere attributen, liet zijn personage zich in een ander segment van de markt gelden. In veel herenboetieks waren de getailleerde kostuums en shirts van Connery verkrijgbaar, en manchetknopen en sokken met de cijfers 007 erop. De filmauto’s lagen in de vorm van Dinkey Toys in de speelgoedwinkels, met schietstoel en al. Ook al hield deze merchandising na een paar jaar op, het fenomeen Bond was deel geworden van de massacultuur.
De pseudo-biografen die na de dood van Fleming diens rol probeerden over te nemen, onder wie Kingsley Amis, die daarvoor het pseudoniem Robert Markham gebruikte, hebben de vulgarisering van het fenomeen niet tot staan gebracht. In de nalatenschap van de dit jaar overleden Amis, die alles placht te bewaren wat met zijn werk te maken had, was overigens zelfs geen snippertje papier te vinden dat op een relatie met Bond zou kunnen duiden. De schrijver John Gardner, die vanaf 1981 nieuwe Bond-verhalen vervaardigt, komt er dan ook eerlijk voor uit dat hij nooit enig levensteken van 007 heeft ontvangen: ‘Ik doe dan ook maar alsof hij een door Fleming bedacht personage is, dat schrijft makkelijker.’
BEHALVE PEARSON en Amis is er nog een auteur die claimt contact met Bond te hebben gehad: Umberto Eco. Aan het eind van de jaren zestig hield Eco een lezing in Parijs over het werk van Fleming, waarin hij voor het publiek allerlei patronen en wetmatigheden aanwees. Zo is M volgens Eco de koning die de ridder Bond een opdracht verleent; de schurk is de draak (zie Hugo Drax in Moonraker) en de door hem gedomineerde vrouw is de schone slaapster. In de pauze stelde zich een gedistingeerde Engelsman met een militair uiterlijk aan hem voor met de woorden: 'The name is Bond’, bedankte hem voor de vergelijking met de ridder en verdween weer voor de beduusde semioticus van de schrik was bekomen.
Althans, zo vertelde Eco het ooit aan Anthony Burgess. Bond schijnt hevig te zijn geschokt door het feit dat Sean Connery in 1973 voor de film Live and Let Die werd vervangen door Roger Moore. Wat was Bond opgelucht toen Hollywood, na het mislukte experiment met de taxichauffeur George Lazenby in 1969, twee jaar later voor de film Diamonds Are Forever weer een beroep op de talenten van Connery had gedaan. De acteur die net als hijzelf zichtbaar ouder werd. Omdat hij in de films als een vampier telkens verjongt, moet hij ook allerlei gewoonten afleren. Dat heeft ertoe geleid dat het hem anno 1995 in de film verboden is te roken - deze perverse gewoonte is gereserveerd voor een sadomasochistische huurmoordenares - en dat zijn alter-ego soms een bodywarmer draagt. Dat de Aston Martin vervangen is door een BMW zal hem minder hebben opgewonden. Het Beierse concern is immers al enige jaren de eigenaar van Rover, 'one of the finest British cars’.