James bond ontmoet tosca

Het dreigde een on-Nederlands spektakel te worden: operaliefhebbers stonden om vijf uur ‘s nachts al in de rij en gingen met elkaar op de vuist voor de laatste kaartjes. Ook tijdens de première mat het publiek zich Italiaanse gewoonten aan door na de aria’s in joelend applaus en bravo-geroep los te barsten. Vooral bij Catherine Malfitano, onbetwist de diva van de avond.

Malfitano is zo vergroeid met haar rol dat zij als ‘de’ Tosca van dit moment wordt beschouwd. Die reputatie maakte zij volledig waar. Met haar tengere postuur is zij een wandelende stem verpakt in een lichaam. Krachtig, mooi van kleur en even trefzeker in alle overgangsregisters, bezorgt ze je voortdurend kippevel. Het personage Tosca is haar op het lijf geschreven. Als een kat kan ze blazen, een hoge rug opzetten, kopjes geven, krijsen, verleiden en mooi zijn. Met die lenigheid ontglipt ze steeds aan de omhelzing van Scarpia, die zijn zinnen op haar gezet heeft.
Geëscorteerd door twee voortreffelijke mannelijke collega’s is er sprake van een sterbezetting. De Canadese tenor Richard Margison is een door de wol geverfde Cavaradossi met een opmerkelijk mooie, kleurrijke en ronde stem. Vergeleken met zijn collega’s is de bas-bariton Bryn Terfel het groentje, maar zijn debuut als Scarpia ging hem uitstekend af. Een imposant driemanschap met als vierde speler het Concertgebouworkest onder leiding van Chailly. Het orkest in Tosca heeft eigenlijk de rol van verteller. Met vele leidmotieven verwijst het naar verleden en toekomst, als golven in de zee tilt het de zangers (en de luisteraars) op en levert ondertussen commentaar op de gebeurtenissen, soms honingzoet soms duister en broeierig.
Chailly doet geen enkele poging de dissonanten in de partituur te verhullen. Integendeel, uit de orkestbak klinken nu en dan samenklanken die je tanden doen klapperen. Doodsklokken die het einde der tijden aankondigden. Het orkest excelleert als nooit te voren: zo lenig, sprankelend, met zoveel diepte en perspectief in de klankkleur, en zo verfijnd dat sommige tonen doen denken aan druppels dauw. Op andere momenten legt Chailly het orkest juist het vuur aan de schenen waardoor het spel haast rauw en ongepolijst wordt.
Deze Tosca had een historische gebeurtenis kunnen worden waar je zeker een robbertje voor zou willen vechten om erbij te zijn, ware het niet dat de regie en vormgeving van Nikolaus Lehnhof zo schril bij het muzikaal niveau afsteken. De personenregie is minimaal (Malfitano dribbelt maar op en neer), het decor is grauw, onbegrijpelijk (moet die reusachtige ventilator wat frisse lucht aanblazen?) en claustrofobisch (de derde akte speelt zich af in een nare schoenendoos). Alleen de tweede akte is leuk. Dan lijken we beland te zijn in een film van James Bond: in de kamer van Scarpia gaan high-tech snufjes samen met de genoegens des levens. Net als de leider van het misdaadsyndicaat Spectre ligt Scarpia met een kat op schoot op zijn divan. Meer humor in dit deel: Scarpia die in een glitterpak rondstapt, de Dr. Mengele-achtige figuur die zich met zijn aktentas richting martelkamer begeeft. Maar zijn deze beelden wel verzonnen om te lachen? Sterker nog, zou Puccini ook maar één maat komisch hebben bedoeld?
Nee. Tosca is de Moeder aller opera’s, waarin elke emotie bigger than life is. Zo'n Duitse couleur locale - karikaturaal en depressievig - is dan ook volkomen misplaatst.

  • Microtonale muziek van de legendarische musicus/uitvinder Harry Partch klinkt in het Impakt Festival in Theater Kikker te Utrecht (17 mei, 16.00 uur). ’s Avonds speelt trompettist Marco Blaauw microtonaal werk van Stockhausen, Scelsi, Lois Vierk en hemzelf.
  • Koordirigent Huub Kerstens neemt nu en dan zelf de pen ter hand. Zijn nieuwste creatie klinkt 15 mei in de Oude Kerk in Amsterdam: 'Schweigsam über der Schädelstätte öffnen sich Gottes goldene Augen’ (tekst van Georg Trakl), voor maar liefst zestig zangers.
  • 'KC Lab@Korzo’ is een avond waarop studenten van het Haags Conservatorium hun werk presenteren. Een blik op de 21ste eeuw. Korzo Theater, 15 mei.