Film

James Dean (2)

Film: East of Eden van Elia Kazan op dvd

Begin jaren vijftig was de kritiek op John Steinbecks roman East of Eden niet mals. The New Yorker haatte het werk; Time Magazine vond het «zinloos, potsierlijk me lo drama». Zelf meende de auteur dat zijn verhaal over het leven van de Trask-familie in Salinas, Californië, aan het begin van de twintigste eeuw zo «simpel is qua complexiteit dat een kind het zou kunnen begrijpen». De ogenschijnlijke eenvoud van het boek was de reden waarom het onlangs in het zonnetje werd gezet bij de boekenclub van Oprah Winfrey. Zo lijken critici én auteur gelijk te krijgen en is East of Eden massavermaak. Op Oprahs website staat: «Oprah’s Trip to Steinbeck Country!»; «Listen as Oprah reads from ‹East of Eden›!» en: «Join the East of Eden Community!»

Toegankelijk is de roman zeker. Het is precies datgene wat er op de 601 bladzijden staat: een moralistische parabel naar analogie van het bijbelse verhaal over Kaïn en Abel. En toch is het méér. Ergens schrijft Steinbeck dat de mensheid maar één verhaal heeft en dat is het verhaal over de strijd tussen goed en kwaad. Deze strijd voltrekt zich in East of Eden niet alleen in de verhouding tussen de duivelin Kate en vader Adam Trask, maar ook in de relatie tussen zijn zoons, Cal en Aron. En belangrijker: in het hoofd van Cal. Zijn worsteling met het kwaad in zichzelf raakt het hoofdmotief: is de mens onderworpen aan lots beschikking of is hij vrij om zijn eigen noodlot te bepalen? Aan het einde van zijn leven weet Adam Trask het antwoord. Op zijn sterfbed fluistert hij het woord «timshel», Hebreeuws voor het Engelse «thou mayest». Het woord suggereert dat Cal zelf kan kiezen of hij het kwaad in zichzelf vrij spel geeft. Het is moralistisch en idealistisch en misschien heel erg na ïef, maar het is oer-Amerikaans, een gietvorm voor het happy end.

Slechts de schim van het boek is aanwezig in Elia Kazans filmversie uit 1955. East of Eden is in essentie een film over een acteur: James Dean. Zijn vertolking van de ge tourmenteerde jongen die hunkert naar de liefde van vader Adam is een triomf. In de cruciale scène waarin Cal zijn vader een cadeau aanbiedt in de vorm van een stapeltje geld is het alsof een pijnlijke oerkreet ontsnapt uit het lichaam van de jonge acteur. De intensiteit van Deans rauwe ac teerstijl is een prefiguratie van het latere werk van bijvoorbeeld Marlon Brando in Last Tango in Paris (1972) of Harvey Keitel in Bad Lieutenant (1992). Dean is hier weergaloos. Deze rol zou hij nooit kunnen verbeteren, ook niet in de enige twee andere films die hij maakte voor zijn dood, Rebel without a Cause (1955, Nicholas Ray) en Giant (1956, George Stevens).

Wie East of Eden opnieuw be kijkt – dat kan dankzij een nieuwe dvd – kan zich niet onttrekken aan het gevoel dat het juist goed is dat regisseur Kazan bewust heeft gekozen voor een extreem vrije bewerking van Steinbeck. De ro man is er misschien nauwelijks, maar er is James Dean. Dean was zo oer-Amerikaans als Steinbeck, Oprah en massavermaak, zo my tho logisch en melodramatisch als het land zelf. In de woorden van Steinbeck, die Lee, de boezemvriend van Adam Trask, laat zeggen: «All colors and blends of Americans have somewhat the same tendencies… And so we’re overfriendly and at the same time frightened of strangers. We boast and are impressed. We’re oversentimental and realistic. We are mundane and materialistic – and do you know of any other nation that acts for ideals?»

East of Eden is uit op dvd, evenals Rebel without a Cause, dat vorige week op deze plaats werd besproken