27 mei 1931 - 2 maart 2012

James Q. Wilson

James Wilson was het brein achter de succesvolle antimisdaadcampagne in New York. Zijn ideeën over criminaliteit en de bestrijding daarvan werden in Nederland populair bij politici, en bij de gevallen hoogleraar Diederik Stapel.

Sinds enkele jaren voert New York het predicaat ‘veiligste metropool van de Verenigde Staten’. Moord, tasjesroof, inbraak, het komt in the city that never sleeps minder vaak voor dan in, zeg, Chicago of Los Angeles. Lange tijd was dat anders. Tot diep de jaren negentig gold voor veel buurten dat je er in het donker maar beter niet over straat kon lopen. Armoede, verkrotting, de crackepidemie – New York is pas sinds kort de met koffietentjes en vintage-winkels bezaaide stad die het graag wil zijn.

Rudy Giuliani is de man die vaak wordt ge­associeerd met het beteugelen van de New Yorkse misdaadgolf. Eerst als openbaar aanklager en later burgemeester was hij verantwoordelijk voor een tuchtige misdaadaanpak in de stad. Maar even belangrijk voor de veiligheid op de straten van Manhattan, Brooklyn, The Bronx, Queens en Staten Island is de politieke wetenschapper die begin deze maand op tachtigjarige leeftijd overleed: James Q. Wilson.

Wilson geldt als geestelijk vader van de broken windows theory, die voorschrijft dat wie grote misdaad wil bestrijden klein moet beginnen. Een opgeruimd straatbeeld doet meer voor de veiligheid dan boetes uitdelen en zwaarder straffen, vond Wilson. ‘Als een kapotte ruit wordt gerepareerd, is dat een teken dat wanorde niet wordt getolereerd. Maar een kapotte ruit die niet wordt gemaakt, is een teken dat het allemaal niks uitmaakt en dat de rest van de ruiten ook kapot mag worden gegooid’, schreef hij samen met criminoloog George Kelling in het maandblad The Atlantic.

New York was de eerste plek waar de ideeën van Wilson – ooit aan Nixon voorgesteld als ‘de slimste man van Amerika’ – in praktijk werden gebracht. Vanaf halverwege de jaren tachtig werd graffiti in de metro’s zo snel mogelijk verwijderd. Zwartrijden werd hard aangepakt. Toen Guiliani in 1994 burgemeester werd, kondigde hij aan de straten te zullen zuiveren van rondhangende bedelaars en squeegee men, die bij stoplichten autoruiten wassen in de hoop op een beloning. Ook in die belofte klonken de ideeën van Wilson door. ‘Een rondhangende dronkaard of zwerver arresteren, ook al doet die verder niemand kwaad, lijkt onrechtvaardig. En in zekere zin is dat het ook. Maar niets doen aan een massa dronkaards of aan honderd zwervers kan een gemeenschap volledig verwoesten’, schreef hij in het Atlantic-artikel.

Het aanpakken van ongeregeldheden en kruimelmisdaad werd gevolgd door een dras­tische daling van het aantal zware vergrijpen. Het moordcijfer liep terug van een paar duizend per jaar begin jaren tachtig naar een stabiele negenhonderd nu. Het aantal inbraken halveerde. Volgens Wilson-fans het gevolg van op tijd nieuwe ruiten inzetten, al doen ook andere verklaringen de ronde. Volgens Steven Levitt en Steven Dubner, auteurs van Freakonomics, is de legalisering van abortus in de jaren zeventig de reden dat New York veilig werd. Er werden simpelweg minder potentiële criminelen geboren.

In tegenstelling tot de harde wereld van de misdaadbestrijding waarmee zijn loopbaan verbonden is, verliep Wilsons eigen leven behoorlijk rimpelloos: een overzichtelijke academische carrière aan verschillende universiteiten en keurig getrouwd met zijn high school sweetheart. Zijn liefde voor diepzeeduiken was wellicht zijn grootste buitensporigheid. Wilsons necrologieën prijzen hem vooral als nauwgezet onderzoeker.

Wilson was maar matig gelukkig met zijn imago als het brein achter het New Yorkse law and order-regime. Belangrijker vond hij zijn boeken over minderheden (Negro Politics, 1960) en bureaucratie (Bureaucracy, 1989). Volgens zijn critici mag Wilson blij zijn dat hij vooral met kapotte ruiten wordt geassocieerd. Veel van zijn opvattingen bezorgden hem geen vrienden aan de linkerkant van het politieke spectrum. Hij was vóór de doodstraf, tegen het homo­huwelijk en een warm pleitbezorger van de oorlog in Irak. Maar, zo grapte The Chronicle of Higher Education, zelfs conservatieven hebben soms goede ideeën.

De laatste jaren werd de naam ‘James Q. Wilson’ ook in Nederland populair. De Amsterdamse afdeling van de vvd schermt met de broken windows theory om bezuinigingen op het onderhoud van parken en pleinen tegen te gaan. De stichting Veenendaal Schoon roept burgers onder verwijzing naar Wilson op de bezem ter hand te nemen.

Ook het wetenschappelijk bewijs voor Wilsons theorie komt hier vandaan. In 2008 publiceerde een groep Groningse psychologen de resultaten van hun onderzoek naar het gedrag van mensen in een verloederde omgeving. Het moet Wilson plezier hebben gedaan: de onderzoekers vergeleken twee Groningse stegen met elkaar, de ene vol graffiti, de andere schoon. De ondergespoten steeg bleek een broeinest van ordeloosheid. Afval belandde vaker op de grond en een envelop met daarin zichtbaar vijf euro, die half uit een brievenbus stak, werd door bijna één derde van de voorbijgangers in de eigen zak gestoken. In de schone steeg duwde 87 procent de envelop keurig de bus in.

Ook de gevallen hoogleraar Diederik Stapel hield zich bezig met varianten op Wilsons theorie. In een rommelige omgeving zijn mensen eerder geneigd tot stereotypering, was de conclusie van een van zijn artikelen in Nature. Waarschijnlijk zal deze bevinding geen rol gaan spelen in de stadspolitiek. Nadat Stapel als fraudeur was ontmaskerd, trok Nature het artikel in.

Wat Wilson van deze ontwikkelingen vond, is niet bekend. In ieder geval had hij het niet zo op ons land. Volgens de wetenschapper – verklaard tegenstander van euthanasie – was Nederland een vrijplaats voor bejaardenmoord. In 2005 sprak hij in The Wall Street Journal over ‘meer dan duizend gevallen’ van onvrijwillige euthanasie in Nederland. Volgens hem hét bewijs dat hulpverlening bij een zelfverkozen dood een onzalig plan is. Rick Santorum, Republikeins presidentskandidaat, strooit met vergelijkbare kolder. Wellicht heeft hij naar minder goede ideeën van Wilson geluisterd.