Verder spreekt Van Amerongen over Blokker als mijn ‘toenmalige collega’ toen die al weer drie jaar adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant was. Dat ik ‘het Gooi’ zelfs ook maar enigszins in bescherming zou nemen, is niet waar en zijn ‘verklaring’ dat dit voort zou komen uit onze brouille slaat de plank daarom al evenzeer mis. Dat Jan Blokker ‘maar’ een keer voor zou komen in mijn boek De dansorkesten van de BBC is ook niet waar. Behalve bij het door Van Amerongen geciteerde incident, noem ik Blokker meer dan eens en steeds met lof. Dat ik hem ‘schamper’ ‘de grote columnist’ heb genoemd is Van Amerongens eigen interpretatie. Amsterdam, ARIE KLEIJWEGT