Economie

Jan Kees

Geregeld heeft Jan Kees de Jager moeten uitleggen dat hij niet zomaar van partij kan veranderen. Dat laat zien dat hij toch meer de schatkist­bewaarder van Nederland is geweest dan een vooraanstaande bewindspersoon van het CDA. Daardoor heeft Jan Kees de Jager meer aan zijn partij te danken dan het CDA aan hem. Het CDA heeft hem de positie van bewindspersoon gegund, maar is niet in de positie gekomen om de zuinige maar populaire minister van Financiën bij de verkiezingen in te zetten.

In 2007 is Jan Kees de Jager begonnen als staatssecretaris van Financiën, belast met belastingen. Hij is voortvarend begonnen. Met vergroening van het belastingstelsel: de vliegtaks, de verpakkingenbelasting, de scherpe CO2-heffing op auto’s. Maar ook met de jacht op zwart geld in Zwitserland en elders: inkeerregelingen, tipgevers en geldhonden.

Met name in de periode als staatssecretaris hebben hij en ik veel samengewerkt, en soms gesoebat. Het is me daarbij zeker opgevallen dat hij ingewikkelde belastingwet­geving makkelijk weet uit te leggen en zijn ambtenaren met nieuwe ideeën wist op te jagen. Inhoudelijk maar vooral ook zakelijk. Hij is niet een spreekwoordelijke CDA-bewindspersoon bij wie je na een handdruk je vingers moet natellen. Integendeel: het is eenvoudig ‘afspraak is afspraak’. Bovendien probeert hij niet lang en tot het uiterste te onderhandelen; hij probeert vlot een voor alle partijen goed compromis te zoeken. Juist daarom heeft hij zich tot een gewaardeerd onderhandelaar kunnen ontpoppen. Zo heeft hij succesvol lastige begrotingsonderhandelingen weten te voltooien. In 2008 is hij als bemiddelaar tussen zijn soms bozige ‘bazen’ Balkenende en Bos opgetreden. Later, in 2010 en 2012, heeft hij als demissionair minister van Financiën met het parlement tot een overeenstemming weten te komen. Met name zijn bemiddelende rol bij het Kunduz-akkoord was zichtbaar doordat hij voor de camera’s van fractie naar fractie hobbelde.

Wel zullen hij en ik moeten vaststellen dat de vergroening van het belastingstelsel is gestokt. Niet alleen zijn veel voornemens door een toenemende weerstand blijven liggen, maar ook zijn veel voorstellen weer teruggedraaid: de vliegtaks is verdwenen, de verpakkingenbelasting gaat verdwijnen en de CO2-heffing op auto’s is al afgezwakt. Zo eenvoudig is het niet om blijvend een stempel te drukken. Dat geldt ook voor een minister van Financiën in crisistijd. Met kunst- en vliegwerk is geprobeerd de begroting binnen de (zelf gekozen) perken te houden. Het resultaat is beperkt: nog steeds is het tekort bijna drie procent, nog steeds groeit de schuld sneller dan het nationaal inkomen, en nog steeds zijn grote structurele ingrepen in de woningmarkt, de zorg en het pensioenstelsel niet of maar half doorgevoerd. Bovendien is de macht verschoven van Den Haag naar Brussel. In de Europese hoofdstad vallen de beslissingen om de stabiliteit in de eurozone te herstellen. Nederland heeft daarop maar beperkte invloed; Duitsland bepaalt uiteindelijk de richting en het tempo van de beslissingen, hoe vaak Jan Kees de Jager ook naar Brussel afreisde en hoe bot hij zich ook opstelde. In de omstandigheden van een crisis is ook een minister van Financiën niet altijd in staat een stempel te drukken. Zijn voorganger Wouter Bos filosofeerde in 2007 over geluk en een breed welvaartsbegrip en stortte in 2008 vele miljarden in Nederlandse banken.

Het is vooral razend knap hoe Jan Kees de Jager het duivelse dilemma van verstandige steun aan eurolanden in nood en volks ongenoegen daarover heeft weten te omzeilen. Feitelijk heeft hij vele miljarden aan Griekenland overgemaakt en is hij toch een van de meest populaire bewinds­personen gebleven. Hij heeft consequent het eigen belang van Nederland voor de steun benadrukt én de schuld bij Griekenland gelegd. Op het verhaal dat Nederland maar beperkte risico’s loopt en dat Griekenland zelf door te bezuinigen het probleem kan oplossen, valt het nodige af te dingen. Sterker nog, uiteindelijk is dat verhaal niet vol te houden, denk ik. Maar het heeft Jan Kees de Jager ervoor behoed het mikpunt van het kabinet-Rutte/Verhagen te worden. Het beeld is overeind gebleven dat hij goed op onze centjes let. Dat is in Nederland toch een voorwaarde voor populariteit. Eigenlijk heeft Jan Kees de Jager zich een ware politicus getoond door zich te verschuilen achter het beeld van een apolitieke technocraat en een monomane schatkistbewaarder.

Maar misschien is de les uit de periode van Jan Kees de Jager wel dat elke goede minister van Financiën zich apolitiek en monomaan moet opstellen en zich niet te veel door partij­politieke belangen moet laten afleiden. In elk geval zou ik er geen bezwaar tegen hebben gehad als Jan Kees de Jager lid van het CDA was gebleven, lid van VVD én PvdA was geworden en zich als kandidaat-minister in het kabinet-Rutte/Asscher had gemeld: hij zou een inhoudelijke, zakelijke en prettige minister van Financiën zijn geweest. Maar Jan Kees zal uitleggen dat dat niet zomaar kan.