Jan Mets 7 februari 1956 – 22 juli 2017

Uitgever Jan Mets beoefende zijn vak met hart en ziel, voor hem geen dicterende wetten van de markt. Een Schubert-minnend CPN-lid – een vrijzinnige bon vivant.

Lang was Jan Mets de huisuitgever van De Groene Amsterdammer. Letterlijk, want zijn aanvankelijke eenmansbedrijf was gevestigd in het toenmalige Groene-hoofdkwartier aan het Westeinde 16. Mets paste naadloos bij De Groene van de roaring nineties: hij dacht even eclectisch en worstelde even intens met de noden van de nieuwe tijd. De politieke biografie van deze immer in Britse tweed-colbertjes gestoken gentleman-uitgever liep eveneens behoorlijk in de pas met die van het vrijzinnige weekblad. Met dien verstande dat Mets daadwerkelijk lid van de Communistische Partij Nederland (cpn) was geweest en later daadwerkelijk op Frits Bolkestein stemde, terwijl De Groene niet veel verder ging dan enig fellow travelling.

Jan Mets, geboren en getogen in Soest als zoon van een directiesecretaris van een levensverzekeringsmaatschappij, mocht graag vertellen dat hij de kleinzoon was van een Nederlandse Zoeave die nog voor de paus streed tegen de Italiaanse nationalisten. Grootvader van moederskant las De Waarheid, maar voor het overige was het niet een erg links nest waaruit het latere cpn-lid stamde. Broer Anton houdt de invloed van Fred van der Spek, de latere voorman van de Pacifistisch Socialistische Partij (psp) die een van Jans leraren was op het Baarns Lyceum, verantwoordelijk voor de politieke koers die zijn jongere broer al vroeg ontwikkelde. Jan Mets brak zijn studie op het Lyceum voortijdig af en kwam terecht bij de communistische boekhandel Pegasus in Amsterdam, tevens uitgever van de cpn. Bij Pegasus leerde Jan het boekenvak. Hij raakte in de ban van de Russische en Oost-Europese literatuur en geschiedenis.

Zijn eerste sporen in het uitgeversvak verdiende hij met de uitgave van de vredesagenda. De Nederlandse vredesbeweging nam begin jaren tachtig een grote vlucht en zijn geloof in het communisme was nog ongebroken. Zijn verering betrof niet zozeer Lenin en Stalin, maar eerder Kim Philby en George Blake, superspionnen van de kgb die zich als diepe mollen in de Britse contraspionage hadden ingegraven. Nadat ze tegen de lamp waren gelopen wisten Philby en Blake te ontkomen naar Moskou, waar zij hun dagen in ballingschap moesten slijten. De joyeuze levensgenieter Mets zou met zijn culturele bourgeois voorkeuren – tranen kon hij vergieten voor Schuberts Winterreise – in iedere communistische staat in een heropvoedingskamp zijn beland, maar in deze twee tragische antihelden, die alles hadden opgeofferd voor een abstract ideaal, kon hij zijn romantische inborst verenigen met de proletarische klassenstrijd.

Altijd die rollende lach

Mets had sowieso iets op met dat schemerige John le Carré-milieu van spionnen en dubbelspionnen. Ook Markus Wolf, hoofd van de Oost-Duitse Stasi, publiceerde na de val van de Muur de Nederlandse versie van zijn memoires bij Mets. Overlevenden van de massale moordpartij op Indonesische communisten onder Soeharto vonden bij Mets gehoor, net als eenzame kruisvaarders als Willem Oltmans. Het einde van het communisme markeerde de bloeitijd voor het in 1980 gestarte uitgevershuis, dat de vleugels uitsloeg met het werk van internationaal gerenommeerde denkers als Eric Hobsbawm, Edward Said en Sebastian Haffner. Voor de bekendheid van het werk van Haffner in Nederland speelde Mets een cruciale rol. Voordat hij boeken van deze scherpzinnige ‘goede Duitser’ begon uit te geven waren alleen diens Churchill-monografie en Kanttekeningen bij Hitler in het Nederlands verschenen bij uitgeverij Becht. Dankzij een tip van zijn latere zakenpartner Maarten Schilt, wiens vader bij Becht had gewerkt en daar onder de indruk was van Haffner, raakte Mets eveneens bekoord en uiteindelijk zou hij Haffners hele oeuvre in Nederlandse vertaling uitgeven.

Mets was zeer betrokken bij alles wat hij uitgaf. Hij liet zijn eigen smaak prevaleren boven de wetten van de markt. Strategische allianties met Vlaamse uitgevershuizen als Van Halewyck bleken ook een goede greep. Maarten Schilt werd als partner binnengehaald en voortaan heette de firma Mets & Schilt. Zo kon in 2005 het 25-jarig bestaan van de firma worden gevierd. De verhuizing van de uitgeverij van het Westeinde naar Amsterdam-West vond plaats onder ongelukkig gesternte. Versgetrouwd en met twee kleine kinderen belandde de eeuwige jongeling in wat discreet een burn-out werd genoemd. In werkelijkheid was er een serieus alcoholprobleem in zijn leven gerezen, zo vertelt broer Benjamin. De bedrijfsvoering was er in het kielzog van die problematiek bij ingeschoten. De marges van het uitgeversbedrijf werden steeds smaller. Uiteindelijk moest de uitgeverij een schuld van vierhonderdduizend euro aan niet uitgekeerde royalty’s zien te schikken met auteurs en vormgevers. Mets belandde in een depressie. Vrienden en sympathisanten deden een inzamelingsronde opdat de geliefde uitgever zijn werk zou kunnen hervatten. Ook zijn beide broers probeerden hem de helpende hand te reiken. Dringend medisch advies hulp te zoeken voor zijn alcoholverslaving sloeg Jan echter in de wind.

Hij weigerde zichzelf als een probleemgeval te beschouwen en frequenteerde zijn geliefde cafés tot de laatste snik. Even leek het tij te keren toen Walburg Pers hem met veel tromgeroffel binnenhaalde, maar na een jaar moesten alle partijen vaststellen dat het er niet meer inzat. Zijn huwelijk hield geen stand en zijn levensomstandigheden werden steeds precairder. Maar in zijn gedrag bleef hij de blijmoedige bon vivant die hij altijd geweest was. Toen ik hem begin dit jaar tegenkwam op het Spui, zei hij dat hij nog maar bar weinig vrienden had overgehouden. In goede tijden lagen ze rijen dik voor de deur. Maar ook dat leek hem niet rancuneus te stemmen. Nog altijd had hij die aanstekelijke, rollende lach. Afgelopen maandag vond in kleine kring de uitvaart van Jan Mets plaats op de Nieuwe Ooster in Amsterdam. Hij werd 61 jaar. De pvda raakte een kersvers toegetreden lid kwijt.