“Als ik sterf, dan het liefst in één klap”

Jan Wolkers (1925 - 2007)

In het kerstnummer 2003 van De Groene Amsterdammer stond een groot interview met Jan Wolkers, toen 78 jaar, door Margreet Fogteloo. Daarin spreekt hij – onvermijdelijk- over de bijbel en de liefde. En uitgebreid over oud worden en hoe hij zich zijn eigen dood voorstelt. De tekst werd geïllustreerd met door hem zorgvuldig uitgekozen tekeningen van zijn tweeling Bob en Tom.

Over de dood zegt hij: “Het staat in de bijbel: stof zijt gij, tot stof zult u wederkeren. Ik laat me cremeren, en mijn as mag niet in een urn gestopt worden. As merkt daar natuurlijk niks van, maar toch. Het moet verstrooid worden tussen de bomen in mijn tuin. Ik heb in mijn leven zo veel vogels gered dat ik denk dat ze mij met z’n allen op hun snavels zo de hemel in dragen. Ik zou best tussen een ijsvogel en een zanglijster willen zitten voor de eeuwigheid.”
“Oud zijn heeft veel voordelen. Je aanschouwt meer op afstand, alles om je heen ervaar je intenser. Dat heeft te maken met een bepaalde onrust die verdwijnt. Als ik vroeger naar schilderijen van Vermeer keek, dan werd ik daar onrustig van. Nu schenkt het me een groot geluksgevoel. Dat bedoel ik in het gedicht met voleinding: dat vind je op den duur in je werk, voleinding. Het is niet berusting, maar een gevoel van totaliteit: dit kan niet beter. Het sluit verwondering niet uit, want dat heeft ook met lust te maken.”

Aan het einde van het gesprek: “Wat hij nog wel zou willen in zijn leven, voor even, al was het maar vijf minuten, is een jachtluipaard zijn: Als een schim verdwijnen achter de horizon.”
Karina moest erom lachen. Hij maakt grappen over zichzelf. Hij zegt dat hij na zijn dood tot stof zal vergaan. “Ik heb geen testament. Karina zorgt wel voor mijn werk. Ze kent alles.” Karina zegt dan: “Hij zet zich voort in onze zoons.”

Lees: het interview “Als ik sterf, dan het liefst in één klap”

foto: Bob Bronshoff