Profiel van een verlegen voetballer

Jan Wouters

Pas vanaf dit seizoen mogen we de sympathieke Wouters op zijn prestaties beoordelen. Wanneer er een krokusrapport zou worden uitgereikt, zou daarin staan dat Jan nog hard moet ploeteren voor zijn overgang.

Laat ik voorop stellen — dan weet u waar u aan toe bent — dat ik zoals velen met mij altijd een zwak heb gehad voor Jan Wouters. En voor zijn vrouw en zijn roodharige dochter. Dat komt mede omdat ik iets heb met roodharige dochters. Maar de band gaat dieper. Toen Johan Cruijff Jan Wouters met een forse klap uit de betrekkelijke anonimiteit van FC Utrecht haalde en hem introduceerde in de harde glamour van Ajax, bleef Wouters zichzelf. Hij werd geen modepop die op mijlen afstand naar aftershave rook en in zijn ronkende bolide de binnenstad van Amsterdam onveilig maakte. Hij bleef trouw aan zijn oude vrienden en vooral aan zijn ouders, die zoals de ouders van alle profs uit de heffe des volks kwamen en bij wijze van spreken kromgebogen hadden moeten ploeteren voor een boterham en een veilige toekomst van hun kinderen.


Wouters kwam ook uit een milieu waar praten niet het hoogste goed was. Uit ervaring weet ik dat dat vaker voorkomt in gezinnen waar overleven iets belangrijker is dan een stevige discussie over de Verelendung van de christen-democratie in zwaar katholieke landen die plotseling geconfronteerd worden met een publieke toename van hard en soft porno. Na afloop van wedstrijden stonden Van Dorp en ik, merkten we, steeds vaker na te praten met Wouters. Dezelfde ervaring hadden we met Danny Blind, die geheel toevallig tegelijk met Wouters door Cruijff verlost werd van de negentiende-eeuwse treurnis van het Sparta-kasteel. Blind en Wouters groeiden niet alleen op het veld, maar vooral ook daarbuiten. Zij ontwikkelden zich van verlegen voetballers tot heldere analytici. Van beiden kan ik me nog goed de eerste keer herinneren dat ze gast waren in ons vroegere sportprogramma op RTL4. Beiden wilden aanvankelijk niet. Niet omdat ze bang waren voor ons, wel omdat ze dachten dat ze live voor al die camera’s zouden dichtklappen (Wouters) of niet genoeg te zeggen hadden (Blind). En daar hebben jullie en wij niets aan, luidde hun redenering.


Maar zie, ze kwamen een keer, begin jaren negentig. Beiden met hun vrouw. Zelden hebben we zo veel plezier beleefd aan een live-gesprek als aan het debuut van zowel Wouters als Blind. Wouters erkende dat hij zelf ook verrast was. Over zichzelf. Leuk zou hij zoiets nooit gaan vinden, dacht hij, maar wel meer leuk en minder niet-leuk dan hij had gevreesd. Toen Wouters onder Louis van Gaal zijn plaats centraal op het middenveld moest afstaan aan Wim Jonk, vertrok hij naar Bayern München. Als hij met zijn auto met Duits nummerbord in Amsterdam reed, kreeg hij nergens voorrang. Hij moest daar wel om lachen en gaf toe dat hij zelf ook zo zou hebben gereageerd.


In München zochten Henk van Dorp en ik hem een keer op. Het werd een prachtig weekeinde, met niet alleen een mooi interview maar vooral een paar mooie dagen in München. Wat was iedereen aardig. Toen de ouders van Jan hun einde naderden, wilde hij dichter bij hen wonen. Zo verruilde hij zijn geliefde München voor PSV. Toen Jan nauwelijks was bekomen van zijn verhuizing overleden kort na elkaar zijn ouders. Het siert hem dat hij daardoor uit het veld was geslagen. Ik houd niet zo van het machismo dat een prof de zorgen van thuis op het veld moet vergeten.



Bij zijn afscheid kende hij een voor spelers van zijn soort grote populariteit. Zijn naam stond voor een merk, een type dat elk elftal nodig heeft, het type Wouters. Michels noemde hem na het Europees Kampioenschap van 1988 de onmisbare schakel en belangrijkste speler van het elftal. Cruijff en toenmalig bondscoach Kees Rijvers hadden hem die kwaliteiten al eerder toegedicht. Hij had een aangeboren gevoel voor tactiek, deelde op zijn tijd een schop uit en kende een makke. Alles wat hem groot maakte, miste hij voor het doel. Scoren en Wouters waren lange tijd twee verschillende werelden.


De stap van het veld naar de trainersbank van FC Utrecht leek een logische. Bij FC Utrecht werden Ron Spelbos en zijn assistent Wouters gepresenteerd als een koningsduo. Het eindigde vooral voor Spelbos in een nog altijd voortdurend koningsdrama. In 1997 werd Wouters trainer van het tweede van Ajax. De ‘talentjes’ roemden hem om zijn oefenstof en zijn benadering. Soms reageerde hij iets te driftig na een nederlaag, maar over het algemeen waren de spelers gelukkig met Wouters. De trainingen waren een genot om te aanschouwen, werd mij verteld door een Ajax-watcher. Onder Wouters leken spelers als Bobson, Hosé, O’Brien, De Cler, Van der Meide en Knopper te worden klaargestoomd voor het grotere werk. Na jaren zouden er eindelijk weer spelers kunnen doorstromen. Maar hoofdtrainer Olsen had geen boodschap aan de opleiding of vond de spelers (nog) niet goed genoeg.


Toen Morten Olsen eind 1998 werd ontslagen, was Jan Wouters de logische opvolger. Bij zijn aanstelling in de zomer van 1997 was hij al gepresenteerd als de toekomstige trainer van Ajax 1. Ajax zou niet alleen meer spelers opleiden, maar ook zijn eigen trainers. Wie Wouters vervolgens heeft opgeleid, zal altijd een raadsel blijven, want mijn trouwe volger van Ajax 2 kan zich alleen een zelfstandig werkende Wouters herinneren. Wouters had in die tijd van Olsen ook niet één keer bij het eerste geassisteerd, een structurele blunder van de eerste orde. Hij was dan ook, toen hij werd gepresenteerd als opvolger van Morten Olsen, een betrekkelijke buitenstaander met alleen extra kennis over spelers die uit het tweede zouden kunnen doorstromen. Om diverse redenen wilde Wouters eigenlijk niet, zoals hij na zijn promotie bekende. Diverse keren liet hij doorschemeren ongelukkig te zijn met de erfenis van zijn ontslagen voorganger, zowel qua evenwicht als qua kwaliteit. Toen Michael Mols precies een jaar geleden te koop bleek en in woord en gebaar duidelijk maakte dat hij naar Ajax wilde, zei Wouters op een persconferentie dat de grootste problemen van Ajax niet de voorhoede betroffen. Ajax had in Arveladze en Benni twee goede spitsen en de aanstormende Hose was spits bij Wouters geweest in het tweede. Nee, de prioriteiten lagen in de eerste plaats achterin en op het middenveld. Dus werd Mols niet gekocht.



Al vrij snel na de troonswisseling Olsen-Wouters was het effect uitgewerkt. Het elftal voetbalde slechter dan onder Olsen. Ajax bereikte het eerste halve seizoen onder Wouters een dieptepunt in zijn bestaan en eindigde vorig seizoen slechts op de zesde plaats met evenveel punten als Heerenveen, maar met een beter doelsaldo. Het seizoen en daarmee Europees voetbal werden gered door het winnen van de beker. Voor het nationale record van naar schatting zeventig miljoen gulden kocht Ajax acht nieuwe spelers ter vervanging van Van der Sar, die weg wilde, en Oliseh, Melchiot, Benni, Gorré, Kofi Mensah en Rudy, die weg moésten. Na de grote schoonmaak en de presentatie van de nieuwe spelers sprak Wouters over ‘mijn’ groep. Vanaf dit seizoen mochten we hem op zijn kwaliteiten beoordelen.


De circa zeventig miljoen werden uitgegeven aan eerst Vierklau en later Van Halst, Verlaat, Winter, Menzo, Laudrup, Nieuwenburg en spits Nikos Machlas. Voor hem betaalde Ajax negentien miljoen. Bij dat bedrag zat inbegrepen de boodschap aan de fantastische Arveladze dat hij gedegradeerd was tot tweede spits. Nog altijd ben ik van mening dat een (fitte) Arveladze niet minder is dan Machlas, mits Arveladze vertrouwen krijgt.


Na de verdiende uitschakeling door Roda JC voor de beker op 28 januari toonde Wouters publiekelijk zijn tevredenheid over het vertoonde spel. Na het gelijkspel tegen een gehavend Heerenveen zag Wouters een opgaande lijn. Na de winst op SC Cambuur voelde hij zich in de steek gelaten door juist die spelers die het verschil tussen Ajax en de rest van Nederland zouden moeten maken, zoals Dani, Laudrup, Winter en de ietwat overschatte Knopper. Dan verwacht je een sanctie, juist tegen PSV. Maar wie speelden en faalden opzichtig tegen PSV? Juist, met name weer de meest ervaren spelers Dani, Laudrup en Winter. Voor de tweede keer in een week voelde Wouters zich in de steek gelaten. Ergens las ik dat ik faliekant tegen Wouters ben. Onzin. Ik probeer hem ondanks mijn affectie voor zijn persoon zo nuchter en objectief mogelijk te beoordelen.


Bij zijn aanstelling als trainer van het tweede zei Van Praag dat Ajax Wouters ging opleiden en klaarstomen voor het eerste. Als de docenten van die onzichtbare opleiding een krokusrapport moeten geven, kunnen ze helaas toch niet anders adviseren dan dat onze Jan nog hard moet ploeteren wil hij dit jaar overgaan.