HET ISRAËLISCH-PALESTIJNSE CONFLICT

Janken en schieten

Zondag begon een broos bestand in Gaza. Het maakt voor de Palestijnen weinig uit of dat standhoudt, meent de Israëlische hoogleraar en historicus Avi Shlaim. Israël is een schurkenstaat geworden.

ALLEEN DOOR NAAR de historische context te kijken is nog iets zinnigs te zeggen over Israëls onzinnige oorlog in Gaza. De stichting van Israël in mei 1948 betekende een kolossaal onrecht voor de Palestijnen. Britse beambten waren verontwaardigd over de Amerikaanse partijdigheid ten gunste van de jonge staat. Op 2 juni 1948 schreef Sir John Troutbeck aan minister van Buitenlandse Zaken Ernest Bevin dat de Amerikanen verantwoordelijk waren voor het creëren van een gangsterstaat geleid door ‘volstrekt gewetenloze leiders’. Ik heb altijd gedacht dat dit oordeel te hard was, maar na Israëls boosaardige aanval op de bevolking van Gaza, en de medeplichtigheid daaraan van de regering-Bush, ben ik gaan twijfelen.
Ik schrijf als iemand die loyaal gediend heeft in het Israëlische leger, halverwege de jaren zestig, en die het bestaansrecht van Israël binnen de grenzen van 1967 nooit heeft betwijfeld. Het zionistisch koloniale project buiten de Groene Lijn (de grens van 1967 – red.) vind ik echter volstrekt verwerpelijk. De Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook meteen na de oorlog van juni 1967 had niets te maken met veiligheid en alles met gebiedsuitbreiding. Het doel was om een Groot-Israël te creëren middels een permanente politieke, economische en militaire controle over de Palestijnse gebieden. Het resultaat was een van de langste en hardste militaire bezettingen uit de moderne geschiedenis.
Vier decennia Israëlische controle hebben onnoemelijke schade toegebracht aan de economie van de Gazastrook. Met zoveel vluchtelingen uit 1948 op een strookje land gepropt, zonder infrastructuur of eigen grondstoffen, waren de vooruitzichten voor Gaza al niet florissant. Gaza is evenwel geen gewoon voorbeeld van economische onderontwikkeling, maar een wreed voorbeeld van ont-ontwikkeling. Israël heeft de bevolking van Gaza veranderd in een reservoir van goedkope arbeid en een gegijzelde afzetmarkt voor zijn goederen. De ontwikkeling van de lokale industrie werd verhinderd om te voorkomen dat de Palestijnen de economische voorwaarden konden scheppen voor politieke onafhankelijkheid.
Gaza is een klassiek voorbeeld van koloniale uitbuiting. De joodse nederzettingen in bezet gebied zijn immoreel, illegaal en een onneembaar obstakel voor vrede. In 2005 waren in Gaza slechts achtduizend kolonisten op een bevolking van 1,4 miljoen. Maar de kolonisten controleerden 25 procent van het gebied, het leeuwendeel van de schaarse waterbronnen en veertig procent van het landbouwareaal. De meerderheid van de lokale bevolking leefde in abjecte armoede en onvoorstelbare misère. Tachtig procent moet het nog steeds rooien met minder dan twee dollar per dag. De levensomstandigheden in Gaza zijn een belediging voor de beschaving, een sterke aanmoediging voor verzet en een vruchtbare voedingsbodem voor politiek extremisme.

In augustus 2005 gaf Ariel Sharon opdracht tot een eenzijdige terugtrekking van alle achtduizend kolonisten uit Gaza en het vernietigen van de huizen en landerijen die zij achterlieten. Sharon presenteerde de terugtrekking als een bijdrage aan vrede, gebaseerd op een tweestatenoplossing. Maar in het jaar daarna vestigden zich twaalfduizend nieuwe kolonisten op de Westelijke Jordaanoever. Gebiedsuitbreiding en vrede stichten zijn simpelweg onverenigbaar. Israël had een keuze en het verkoos land boven vrede. Het was een voorbode van nieuwe zionistische expansie. Het is de bedoeling dat de nederzettingen binnen de grenzen van Groot-Israël komen.
De terugtrekking uit Gaza maakte deel uit van een langetermijninspanning om de Palestijnen een onafhankelijk bestaan te ontzeggen. Israëlische militairen bleven alle toegangen tot de Gazastrook controleren. Van de ene op de andere dag werd Gaza een openluchtgevangenis. De Israëlische luchtmacht mocht er bombarderen en laagvliegend met harde knallen de geluidsbarrière doorbreken, om de ongelukkige gevangenen te terroriseren.
Israël presenteert zich graag als een eiland van democratie in een zee van onderdrukkende regimes. Het heeft echter nooit iets gedaan om Arabische democratie te promoten, maar des te meer om die te ondermijnen. Israël heeft een lang verleden van samenwerking met reactionaire Arabische regimes om Palestijns nationalisme te onderdrukken. Ondanks alle tegenwerking slaagden de Palestijnen erin de enige echte democratie in de Arabische wereld te stichten (naast die van Libanon, wellicht). In januari 2006 brachten vrije en eerlijke verkiezingen een regering aan de macht onder leiding van Hamas. Maar Israël, dat claimt dat Hamas niets anders is dan een terreurorganisatie, weigerde de democratisch gekozen regering te erkennen.
Amerika en de Europese Unie hielpen Israël schaamteloos bij het isoleren en demoniseren van de Hamas-regering en bij de pogingen haar ten val te brengen door haar belastingopbrengsten en buitenlandse hulp te onthouden. Zo ontstond een surrealistische situatie, met een significant deel van de internationale gemeenschap dat niet aan de onderdrukker economische sancties oplegde, maar aan de onderdrukten.
Zoals zo vaak in de tragische geschiedenis van de Palestijnen kregen de slachtoffers de schuld van hun eigen ellende. Israëls propagandamachine benadrukte onophoudelijk dat de Palestijnen terroristen zijn, dat ze coëxistentie met de joodse staat afwijzen, dat hun nationalisme gelijkstaat aan antisemitisme, dat Hamas bestaat uit religieuze fanatici en dat islam onverenigbaar is met democratie. Maar de simpele werkelijkheid is dat de Palestijnen niet beter of slechter zijn dan welke andere nationale groep ook. Wat zij willen is een eigen land waar zij in vrijheid en waardigheid kunnen leven.
Zoals wel vaker gebeurt bij radicale bewegingen, begon Hamas het politieke programma te matigen nadat ze aan de macht was gekomen. De verzetsbeweging begon het ideologische ‘rejectionisme’ uit haar handvest op te schuiven in de richting van een pragmatische oplossing, de tweestatenoplossing. In maart 2007 vormden Fatah en Hamas een regering van nationale eenheid die bereid was te onderhandelen over een langdurig staakt-het-vuren. Maar Israël weigerde te praten met een regering waarvan Hamas deel uitmaakte.
Israël bleef het oude spel van verdeel en heers spelen tussen rivaliserende Palestijnse facties. In de late jaren tachtig had Israël het ontluikende Hamas gesteund om Fatah, de seculiere nationalistische beweging van Yasser Arafat, te verzwakken. Nu begon Israël de corrupte en gedweeë Fatah-leiders aan te moedigen hun religieuze politieke rivalen omver te stoten en de macht te heroveren. Agressieve Amerikaanse neoconservatieven maakten deel uit van een sinister complot om een Palestijnse burgeroorlog te ontketenen. Hun bemoeienis was een belangrijke factor bij de val van de regering van nationale eenheid en de beslissing van Hamas in juni 2007 de macht te grijpen om een coup van Fatah voor te zijn.

De oorlog die Israël op 27 december tegen Gaza ontketende was de uitkomst van een reeks botsingen en confrontaties met de Hamas-regering. Maar in feite is het een oorlog tussen Israël en de Palestijnse bevolking. Het openlijke doel van de oorlog is het verzwakken van Hamas en het verhogen van de druk totdat haar leiders instemmen met een nieuw, door Israël gedicteerd staakt-het-vuren. Het heimelijke doel is de Palestijnen in Gaza te reduceren tot een humanitair probleem, waardoor hun strijd voor onafhankelijkheid en staatsvorming vastloopt.
Zoals altijd beweert Israël dat het slachtoffer is van Palestijnse agressie, maar de volslagen ongelijkheid in macht tussen beide kampen laat weinig twijfel over wie het werkelijke slachtoffers is. Dit is inderdaad een strijd tussen David en Goliat, maar het bijbelse beeld is op zijn kop gezet. Nu zijn de Palestijnen David die het moet opnemen tegen een zwaar bewapende, meedogenloze Israëlische Goliat. De toevlucht tot brute militaire macht van Israël gaat zoals altijd vergezeld van de schrille retoriek van slachtofferschap en een ratjetoe van zelfmedelijden en eigendunk. In het Hebreeuws heet dat bokhim ve-yorim, ‘janken en schieten’.
Voor alle duidelijkheid, Hamas is niet bepaald een onschuldige partij in dit conflict. Ze heeft haar toevlucht gezocht in het wapen der zwakken: terreur. Militanten van Hamas en de Islamitische Jihad bleven Qassam-raketten lanceren tegen Israëlische dorpen bij de grens met Gaza, totdat met hulp van Egypte in juni een staakt-het-vuren werd afgekondigd. De schade die door deze primitieve raketten wordt veroorzaakt, is minimaal, maar de psychologische druk is enorm. Dat leidde ertoe dat het publiek bescherming eiste van de regering. Israël had het recht op zelfverdediging, maar de reactie op de speldenprikken van de raketten was totaal disproportioneel. De cijfers spreken voor zich (zie kader).
Het doden van burgers is altijd fout. Dat geldt voor Israël en voor Hamas. Maar Israëls staat van dienst is er een van ongebreidelde bruutheid jegens de inwoners van Gaza. Israël hield de blokkade in stand tijdens het staakt-het-vuren, wat volgens de Hamas-leiders een schending was van de overeenkomst. Israël verhinderde ook alle export – een duidelijke schending van een verdrag uit 2005 – wat leidde tot een scherpe daling van de werkgelegenheid. Volgens officiële cijfers is 49,1 procent van de beroepsbevolking van Gaza werkloos. Tegelijkertijd reduceerde Israël drastisch het aantal vrachtwagens dat Gaza binnen mocht met voedsel, brandstof, gasflessen, onderdelen voor waterzuiverings- en afvalverwerkingsinstallaties en medische voorraden. Zelfs als de hongerige, verkleumde inwoners van Gaza onder deze omstandigheden hadden deelgenomen aan de strijd, dan nóg was de blokkade immoreel. Een vorm van collectieve bestraffing die strikt verboden is in het internationale humanitaire recht.
De wreedheid van Israëls soldaten wordt geëvenaard door de leugenachtigheid van zijn woordvoerders. Acht maanden voordat Israël de oorlog tegen Gaza begon, richtte het een Nationaal Informatiedirectoraat op dat leugenachtige boodschappen aan de media verspreidt: dat Hamas het staakt-het-vuren heeft gebroken, dat Israël slechts zijn bevolking wil verdedigen, dat Israëlische strijdkrachten er alles aan doen geen onschuldige burgers te treffen.
Het was echter niet Hamas maar het Israëlische leger dat het staakt-het-vuren doorbrak. Dat deed het met een operatie in Gaza op 4 november waarbij zes Hamas-leden werden gedood. Het is Israël niet slechts te doen om het beschermen van zijn bevolking, maar om de uiteindelijke omverwerping van de Hamas-regering door de mensen op te zetten tegen hun leiders. En in plaats van de burgerbevolking te sparen heeft Israël zich schuldig gemaakt aan lukrake bombardementen en een drie jaar durende blokkade die de inwoners van Gaza (nu 1,5 miljoen) aan de rand van een humanitaire catastrofe heeft gebracht.
Militaire escalatie kan Israël geen immuniteit geven voor raketaanvallen van Hamas’ militaire vleugel. Ondanks alle dood en verwoesting die Israël heeft aangericht, bleef Hamas verzet bieden en raketten afvuren. Dit is een beweging die slachtofferschap en martelaarschap verheerlijkt. Er bestaat nu eenmaal geen militaire oplossing voor een conflict tussen twee gemeenschappen. Het probleem met Israëls concept van veiligheid is dat het zelfs de meest elementaire veiligheid ontzegt aan de andere gemeenschap. Israëls enige manier om veiligheid te verkrijgen is praten met Hamas. De beweging heeft herhaaldelijk aangegeven bereid te zijn te onderhandelen over een langdurig bestand van twintig, dertig of zelfs vijftig jaar, als de joodse staat bereid is zich terug te trekken tot de grenzen van vóór de oorlog van 1967. Israël heeft dit steeds afgewezen om dezelfde reden dat ze het vredesplan van de Arabische Liga naar de prullenbak verwees: het vraagt om concessies en compromissen.

Dit korte overzicht van Israëls staat van dienst in de afgelopen vier decennia maakt het lastig de conclusie te verwerpen dat het een schurkenstaat is met ‘volstrekt gewetenloze leiders’. Een schurkenstaat overtreedt gewoonlijk het internationaal recht, bezit massavernietigingswapens en praktiseert terrorisme – het gebruik van geweld tegen burgers voor politieke doeleinden. Israël voldoet aan alledrie de criteria. Israëls echte doel is geen vreedzame coëxistentie met zijn Palestijnse buren, maar militaire dominantie. Met het voeren van deze wrede oorlog heeft Israël Arabieren en moslims volledig van zich vervreemd en zoveel vijandschap gezaaid in de rest van de wereld dat zijn internationale positie nu ondermijnd is. Israël heeft zichzelf in de voet geschoten. Wat de militaire uitkomst van dit conflict uiteindelijk ook zal zijn, Israël heeft nu al een grote nederlaag geleden.

Avi Shlaim is hoogleraar internationale betrekkingen aan de Universiteit van Oxford. Hij wordt gerekend tot de Nieuwe Historici, onder wie ook Ilan Pappé en Tom Segev, die vraagtekens plaatsen bij de officiële Israëlische ontstaansgeschiedenis en het zionistische gezichtspunt hebben verlaten voor dat van de verdreven Palestijnen. Van zijn hand verschenen onder andere The Politics of Partition (1990), The Iron Wall: Israel and the Arab World (2000) en Lion of Jordan: The Life of King Hussein in War and Peace (2007).

Vertaald door Joeri Boom
………………………………………………………………………………………………………
Slachtoffers
Drie weken duurde de Israëlische operatie ‘Gegoten lood’. Minstens 1300 Palestijnen werden gedood, van wie tussen de 400 en 650 militanten en politieagenten. Volgens Unicef stierven ongeveer 340 kinderen en raakten meer dan 1600 kinderen gewond.
Aan Israëlische kant vielen dertien doden. Drie van hen waren burgers die omkwamen door raketten van Hamas. Ook een militair kwam om door een beschieting. Van de negen militairen die tijdens de gevechten in Gaza werden gedood, sneuvelden vier door eigen vuur.

Terughoudendheid
Sinds 2001 worden vanuit Gaza raketten en mortieren op Zuid-Israël afgevuurd. Daarbij vielen tot op heden 28 doden, waarvan elf na de Israëlische terugtrekking uit Gaza in 2005. Israëlische woordvoerders beweren dat Israël veel geduld heeft betracht met de raketbeschietingen. Maar alleen al in de periode 2005 tot en met 2007 doodde Israël 1290 Palestijnen in Gaza, van wie 222 kinderen.

Staakt-het-vuren
Afgelopen zondag kondigde Israël een eenzijdig staakt-het-vuren af. Hamas antwoordde met twintig raketten op Zuid-Israël en schreef vervolgens triomfantelijk haar eigen eenzijdige bestand uit. In de Israëlische krant Haaretz zeiden terugtrekkende Israëlische militairen nog niet klaar te zijn in de Gazastrook. Het stoppen van de raketbeschietingen was een van de Israëlische oorlogsdoelen.

Blokkade
Sinds eind 2005 houdt Israël de grens- overgangen van Gaza gesloten. Gemiddeld werden slechts veertig trucks toegelaten waar Gaza dagelijks behoefte heeft aan zeshonderd tot achthonderd vrachtwagens. ‘Daarmee is het hier bepaald geen vetpot’, zegt John Prideaux-Brune, Country Director van Oxfam vanuit Jeruzalem. Na felle protesten laste Israël drie uur durende humanitaire staakt-het-vurens in. ‘Dat was te kort om genoeg goederen binnen te krijgen. De vuurpauzes waren steeds op een andere tijd. Wij denken dat het vooral een maatregel voor binnenlandse consumptie was. Volgens de Israëlische verbindingsofficier voor humanitaire zaken werden de gevechtspauzes aangekondigd met advertenties in Israëlische kranten, niet in Palestijnse.’