Economie

Januari

Nu het buiten guur is en binnen de gezelligheid van Kerst lonkt, koesteren velen de wens zich eens lekker gloedvol te bezinnen op de vergeefsheid der dingen. Vragen als: ‘Is dit het nou?’, ‘Gaat het dan alleen om werk en winkelen?’, ‘Zijn er geen belangrijkere dingen in het leven dan de volgende opdracht, het volgende artikel of het volgende project?’ passen nu eenmaal meer bij het seizoen van wollen truien, brandende kachels en dichte gordijnen dan dat van korte rokjes, Braziliaanse slippers en gekoelde rosé.

Ook in het leesvoer van de laatste weken zie je de gang der seizoenen terug. Veel reflectie, veel kritiek op het jachtige moderne bestaan en veel lofzangen op bedachtzaamheid, onthaasting en het gewicht van goede doelen. Je weet nu al waarop de weekbladen ons straks met hun kerstnummers zullen trakteren: op quasi-diepzinnig gezwijmel over de pathologieën van de moderniteit en op tenenkrommende interviews met mensen die eruit zijn gestapt, de jachtigheid hebben afgeschud en de schijn van wereldlijk succes hebben verruild voor de essentie van het kleine geluk. Hoezo secularisatie? Kennelijk schuilt in ieder van ons een kleine monnik die ontvankelijk is voor het stichtelijk geneuzel van postmoderne dominees. Kennelijk moeten we nog altijd boeten en hangt over het onbekommerde hedonisme van het hedendaagse hyperkapitalisme nog altijd de grauwsluier van premoderne zondigheid. En kennelijk spiegelt iedere redactie zich aan het ideaal van Happinez.

Afgelopen week preludeerde zowel De Groene Amsterdammer als NRC Handelsblad op dit aanstaande bombardement van romantische moderniteitskritiek die onder Nederlandse ‘intellectuelen’ doorgaat voor diepzinnigheid. Afgaand op het verkoopsucces van dat dweperige pamflet van Rob Riemen is er sinds Ter Braak niet zo heel veel veranderd: de leegte komt uit het Westen, de diepzinnigheid uit het Oosten. Zo had NRC Handelsblad een interview met een Duitse cultuurfilosoof die uitvoerig de ruimte kreeg zijn platitudes als nieuwe wijsheden aan een naar ziel hunkerend lezerspubliek te slijten. Wie ook maar een beetje heeft rondgelezen in de Bibelebontseberg van de Europese cultuur herkende meteen het klassieke motief van het tegendeel. Emancipatie wordt nieuwe gevangenschap, liberalisme wordt marktfundamentalisme, modern bestuur wordt 'ijzeren kooi’, rationele samenleving wordt risicomaatschappij, vooruitgang wordt pathologische versnelling.

Dit weekblad varieerde op hetzelfde thema. Bij monde van redacteur Koen Haegens riep De Groene op tot een heuse tijdsrevolutie: 'Gehaasten aller landen, verenigt U!’ Onze haast en zijn pathologieën werden door Haegens één op één herleid tot de neoliberalisering van onze samenlevingen. Werken zul je, kreng! En hoewel de getuigen van Haegens ook uit Nederland, Groot-Brittannië en de VS kwamen, domineerden de Duitsers. De Groene bestond het zelfs om in een kadertje die vervloekte nazi Heidegger als vader van de onthaasting op te voeren. Een betere waarschuwing voor de poepbruine snelweg waarheen deze vorm van antiliberale romantiek ons voert is nauwelijks denkbaar. Maar over de zielsverwantschap tussen onthaasting, romantiek, antiliberalisme, New Age en nazisme helaas niets in Haegens’ opstel.
Ook het zondig ras der economen kent romantici. Deze pleiten al jaren voor een breder welvaartsbegrip als alfa en omega van ons economisch doen en laten. Het idee is simpel. Collectief meten we onze jaarlijkse productie via de prijs waartegen het uiteindelijke resultaat van onze inspanningen op de markt wordt verhandeld. Er is echter veel dat in deze prijzen niet tot uitdrukking komt - milieukosten, ons levensplezier, de aard van onze samenleving, de relaties met onze collega’s - maar die wij wel waarderen. Ook is er een breed scala aan zaken die niet als waren op markten worden verhandeld - geluk, vrije tijd, zorgzaamheid, liefde, aandacht, stilte, rust - maar waar wij toch graag over beschikken. Oftewel, wat wij belangrijk vinden is meer, groter, breder en hoger dan het Centraal Bureau voor de Statistiek meet. Om daar iets aan te doen bepleiten deze romantische economen het vervangen van welvaart door geluk.
In het zog van de crisis vindt dat steeds meer weerklank. Bij idioten als Sarkozy maar ook bij nuchtere mensen als mijn medebewoner van deze pagina. Waarom zouden de bedenkingen die romantici tegen het hyperkapitalisme hebben zijn verdwenen als we de bordjes verhangen? Alsof burgers en bedrijven zich iets aantrekken van de eenheden waarmee de staat rekent? Alsof bruto nationaal geluk niet net zo'n loodzware infrastructuur nodig heeft als het bnp? En alsof geluk een doel op zichzelf is en niet veeleer een 'essentieel bijproduct’ van activiteiten die wij om andere redenen verrichten?

Waarom verliezen verstandige mensen hun hoofd als ze ergens ziel vermoeden? Ik zal blij zijn als het januari is, de dagen lengen, de winkels weer open zijn en we weer gewoon aan het werk kunnen.