Japanners zijn ook maar mensen

De internationale reactie op de ‘Grote Zuidelijke Hiogo Aardbeving’, zoals de Japanners hun nationale catastrofe inmiddels aanduiden, is opmerkelijk ingetogen. Regeringsleiders haastten zich weliswaar om hun leedwezen aan de Japanse regering over te brengen en president Clinton stelde een rampenteam ter beschikking, maar de publieke opinie bleef onaangedaan. Een golf van ontzetting en sympathie zoals die het Iraanse volk na de aardbeving van 1990 ten deel viel, bleef uit.

Het stoicisme van de inwoners van Kobe zal hier niet vreemd aan zijn, al werd ook dit laatste restje trots hun in sommige verslagen ontzegd. Japanners zijn lijdzaam, zo werd ons verteld; ze weten niet beter.
In de Verenigde Staten waren de reacties soms ronduit hatelijk. Dagbladen maakten met nauw verholen leedvermaak gewag van de Japanse ‘achterlijkheid’ die in de falende bouwvoorschriften en de gebrekkige crisisbeheersing tot uiting kwam. Newsweek maakte korte metten met de Japanse economische en technologische hoogmoed: 'De aardbeving markeert het einde van het Japanse meerderwaardigheidscomplex.’
De mythe van de Japanse superioriteit is in duigen gevallen, zo schrijft ook Liberation: Japanners zijn ook maar mensen, hun techniek is feilbaar en hun leiders zijn even incompetent en onverschillig als de onze. Verder gaat de herkenning echter niet. Amerikaanse comites zamelen geld in voor de getroffen Amerikaanse burgers in Kobe, Franse comites voor de Fransen, et cetera. De Japanners zijn rijk genoeg om hun eigen boontjes te doppen.
Maar in Japan is de rijkdom even ongelijk verdeeld als elders. De aardbeving heeft nog een tweede, door de Japanse elite zorgvuldig gekoesterde mythe ontkracht: de mythe van de unieke Japanse saamhorigheid. Deze gedachte heeft zo diep wortel geschoten in de Japanse psyche dat meer dan negentig procent van de Japanners zichzelf tot de middenklasse rekent. De ongelijke spreiding van de gevolgen van de aardbeving bewijst echter dat ook Japan scherpe sociale tegenstellingen kent. De zwaarste schade werd aangericht in het Nigata-district, dat grotendeels werd bevolkt door de Koreaanse minderheid en de onaanraakbaren, de burakumin, die alom worden gediscrimineerd. De verantwoordelijke bestuurders vliegen in helikopters over het district en verkondigen 'dat de schade wel meevalt’. Het welvarende Ashiya-district stond inderdaad nog overeind, omdat daar de bouwvoorschriften wel in acht waren genomen en omdat de brandweer het eerst reageerde op meldingen uit dat district. En ook de fabrieken van Mazda, Toyota en Mitsubishi Electric zullen over een paar weken weer volop draaien.
Het zwaarst getroffen zijn degenen die het minst profiteren van de rijkdom die de wereld Japan nu al enige decennia benijdt. Zij zijn het die de opvangcentra bevolken, die tussen de puinhopen van hun schamele tweekamerwoningen bivakkeren of de wanhopige voettocht naar het nabijgelegen Osaka aanvaarden. De code vereist dat ze dankbaar buigen voor elke van hogerhand verstrekte rijstkom, en dat doen ze dan ook. Noem het lijdzaamheid, maar onder de oppervlakte van stoicisme en saamhorigheid is ook de Japanse samenleving helaas menselijk, al te menselijk.