Jaren van vergeefse oorlogen

De Afghaanse president Karzai heeft weer ruzie met de Amerikanen. Deze keer gaat het niet over drones die op de verkeerde plaats hun bommen laten vallen maar over het beheer van een gevangenis. De Amerikaanse generaal Dunford wil het vetorecht houden over de vrijlating van gevangenen.

Karzai wil dat de gevangenis zo snel mogelijk aan de Afghaanse autoriteiten wordt overgedragen. En nog een oorzaak van de ruzie: Karzai gelooft dat de Amerikanen samenspannen met de Taliban om langer in Afghanistan te kunnen blijven. De Republikeinse senator Lindsey Graham had met ‘walging’ van Karzai’s uitspraken kennisgenomen. De relaties zijn volgens diplomatieke kringen nog nooit zo slecht geweest, meldt de New York Times.

Deze ruzie raakt ook Nederland. We nemen nu zeven jaar deel aan de oorlog in en opbouw van Afghanistan. Het is in 2006 begonnen in Uruzgan, met 1400 militairen die daar opereerden onder de formule Development Diplomacy Defense. Dat klinkt in overeenstemming met onze bedoelingen uiterst positief. We hebben er wegen aangelegd, scholen gebouwd. In 2010 had een meerderheid van het parlement er genoeg van en we vertrokken. In 2011 gingen 540 militairen naar Kunduz, niet om te vechten – dat was uitdrukkelijk niet de bedoeling – maar om Afghaanse agenten op te leiden. Tegen het midden van dit jaar zal ook deze missie afgelopen zijn. Alleen de vier F16’s blijven nog.

Van het begin af zijn de Nederlandse missies uiteindelijk uitvoerders van de Amerikaanse strategie en tactiek geweest. Ongetwijfeld zullen onze militairen daar veel nuttig werk hebben gedaan, maar daarmee is de laatste vraag niet beantwoord. Wat is uiteindelijk de zin van de westelijke aanwezigheid voor het onderontwikkelde, door volstrekt andere zeden en gewoonten beheerste islamitische volk? Eerst is het de Britten niet gelukt er een moderne natie van te maken, daarna hebben de Russen er hun nederlaag geleden, en nu is het Westen bezig zijn ambities steeds verder te beperken. Volgens de jongste plannen zullen de Amerikanen na een aanwezigheid van dertien jaar in 2014 definitief vertrekken. Met achterlating van wat? In ieder geval geen redelijk georganiseerde natie.

Deze week is het tien jaar geleden dat de aanval op Irak begon. President Bush en zijn neoconservatieve entourage dachten dat ze met bombardementen op het Tora Bora-gebergte Osama bin Laden hadden verslagen en nu was het de beurt aan Saddam Hoessein die op zijn manier de vernietiging van het Westen op zijn programma had. Op 1 mei 2003 verklaarde Bush de oorlog voor gewonnen. Saddam werd gearresteerd en opgehangen en daarna is de oorlog pas goed begonnen. Nederland heeft er in el-Muttanah nog een beetje aan meegedaan, met de ‘dutch approach’, een voorloper van onze benadering in Kunduz. Na een reeks wijzigingen in de strategie die allemaal veelbelovend zijn begonnen, hadden de Amerikanen er genoeg van. Ze vertrokken, met achterlating van een failed state, waar nog regelmatig gelovigen van godsdienstige sekten elkaar bij tientallen opblazen.

Intussen is Syrië bezig zichzelf in een bloedige burgeroorlog als staat op te heffen. Er zijn wel allerlei plannen om de opstandelingen te steunen, maar dan is de vraag: welke fractie? Voor onze geheime diensten het weten zijn we bezig de jihadisten te bewapenen. Deze moordpartij, waarvan we de ontwikkeling dagelijks op de televisie volgen, is door het Westen praktisch in quarantaine gezet. Toen de opstand in Libië zich begon te ontwikkelen heeft het Westen zich eerst zorgvuldig afzijdig gehouden en daarna, toen het nagenoeg zeker was dat de rebellen zouden winnen, zich tot luchtsteun bepaald. In Egypte wordt de toestand met de dag verwarder, maar aan deze kant van de wereld is er geen politicus of militair die overweegt in te grijpen.

Twaalfenhalf jaar na de verwoesting van de Twin Towers is de strategie van het Westen principieel veranderd. We zijn tot het inzicht gekomen dat ouderwetse fronten met aan weerskanten van de linies tienduizenden soldaten niet meer bestaan. Geweldige bombardementen, oprukkende tankcolonnes, die oude methoden werken niet meer. De vijand plaatst bermbommen, blaast zichzelf op, probeert vliegtuigen te kapen, pleegt sluipmoorden. Daaruit hebben we onze consequenties getrokken. We zijn eraan gewend geraakt dat luchthavens tot frontgebied zijn geworden, waar iedere passagier als een poten­tiële vijand wordt behandeld. En verder hebben we in de loop van deze eeuw de cyberwar gekregen.

Bovendien is onze publieke opinie in de loop van de nieuwe oorlog veranderd. De grote meerderheid van de kiezers wil geen gigantische kapitalen meer investeren in de opbouw van naties waar een deel van de bevolking vervuld is van weerzin tegen de vreemdelingen en een minderheid van militanten probeert de hulpvaardigen te vermoorden. Ik denk dat een groeiende meerderheid in Nederland wil dat onze soldaten zo vlug mogelijk uit Afghanistan vertrekken, omdat onze aanwezigheid daar vruchteloos is.