inleiding

Jazz it up

‘See if you can spot this one.’ Eric Clapton kan precies drie keer zijn snaren aanslaan, voordat iemand achter in de zaal het nummer herkent en begint te juichen, nog voordat de lampen rond het podium gedempt zijn. Verscheidene mensen beginnen te joelen.

Clapton lacht naar een van zijn mede­muzikanten, trekt zijn wenkbrauwen hoog op. Sneller gespot dan verwacht blijkbaar.

Het zijn de eerste noten van Layla, het nummer dat Clapton schreef toen hij nog Derek was (van Derek the Dominos), lang haar had, zwierige, langgerekte noten speelde op zijn elektrische gitaar en verliefd was op de vrouw van zijn beste vriend (George Harrison). Dat waren de vroege jaren zeventig, toen rock-’n-roll nog niet zo gecommercialiseerd was, toen bands hun drank, drugs en vrouwen nog gemakkelijk deelden: Harrison was te gast toen Clapton zijn vrouw uiteindelijk trouwde. Even goede vrienden.

Maar de verstopte, akoestische Layla heeft geen zwierige gitaarsolo’s. Clapton speelt het op een jazzy, ontspannen manier. Zijn haar is goed gecoiffeerd, zijn baard getrimd. Hij draagt een mooi blauw pak en bruine schoenen. Als Derek schreeuwde hij het nummer nog, nu spreekt hij de songtekst bijna. Alleen als je hem tussen de nummers door hoort praten en zijn platte Engelse accent hoort, weet je dat je niet naar een bank­directeur zit te kijken.

Layla was, samen met Tears in Heaven, het toonaangevende nummer van zijn Unplugged-_album dat uit dit optreden volgde. Het prominente popmuziekblad _Q Magazine nam het album in 2000 op in hun Beste 100 albums ooit gemaakt, Clapton mocht dat jaar drie Grammy’s in ontvangst nemen.

Het album was een daverend succes met meer dan tien miljoen verkochte exemplaren in de Verenigde Staten alleen al, en zette de toon voor unplugged-albums van tal van andere bands. Clapton had zelf een verklaring voor het succes: na de overgeproduceerde albums van de jaren tachtig zocht het publiek iets wat echt was, iets wat niet in een studio was bepaald. Artiesten die op het podium afweken van wat ze op papier hadden staan, lieten zien wat ze ter plekke waard waren met alleen hun instrument in hun hand.

Nog afgezien van de vraag of Claptons ontmantelde akoestische nummers niet net zo hard ingestudeerd waren, werpt het een interessante vraag op: of muzikanten, kunstenaars, schrijvers, wat je wilt, niet het meest puur tot hun recht komen als ze afwijken van wat er afgesproken is, als ze improviseren en ter plekke hun vak uitoefenen. Wordt muziek niet een stuk interessanter, zoals Stefano Bollani verderop in deze bijlage suggereert, wanneer je zoals de legen­darische Gershwin niet alle noten in een werk uitschrijft, maar deze op het laatste moment al spelende improviseert? Jazz it up: het is het thema van de vijfde aflevering van de aaa-serie van het kco van dit seizoen.


AAA Festival

Het AAA Festival is een samenwerking van het Koninklijk Concertgebouworkest met andere Amsterdamse instellingen rond eigentijdse kunst en muziek. AAA wil verrassende bruggen slaan tussen eigentijdse muziek en andere kunstdisciplines, tussen kunstenaars, publiek en de actualiteit in het maatschappelijk debat. Zes keer per jaar worden concerten gegeven rond een bepaald thema. Elke AAA bestaat uit een concert door het Koninklijk Concertgebouw­orkest, concerten en/of films op diverse locaties, een lezing in SPUI25, een vrijdagmiddagprogramma met beeldende kunst, muziek en debat en een afsluitende Late Night.


De Brakke Grond, deBuren, De Groene Amsterdammer, De IJ-Salon, Entrée, EYE, Frascati, Het Concertgebouw, Holland Festival, Koninklijk ­Concertgebouworkest, NIMK, Muziekgebouw aan ‘t IJ, SPUI25, Stadsschouwburg, Stedelijk Museum


Jazz it up

Het woord jazz (of jass) kwam aan het begin van de twintigste eeuw in gebruik. De oorsprong is duister, maar het is in ieder geval van de straat en werd gebruikt om opruiende, opgepepte en sexy muziek van Afro-Amerikaanse oorsprong mee aan te duiden. The New Orleans Time Picayune schreef in 1918 dat ‘deze bijzondere vorm van muzikale kwaadaardigheid’ zijn oorsprong in die stad had. Al snel werd jazz in Europa populair en vervaagde de negatieve bijklank. ‘Jazz’ werd door de American Dialect Society uitgeroepen tot het ‘woord van de twintigste eeuw’.

Het Concertgebouw staat deze maand in het teken van de roaring twenties; het Koninklijk Concertgebouworkest gaat met jazzpianist Stefano Bollani op zoek naar de vroege vrijage tussen jazz en de concertzaal bij George Gershwin en naar de weerklank daarvan in de moderne Amerikaanse orkestmuziek. Met zijn ‘experiment in modern music’ Rhapsody in Blue maakte George Gershwin in 1924 als eerste componist in Amerika een succesvolle verbinding tussen jazz en ‘serieuze’ orkestmuziek. Het gevolg was een opdracht voor een ‘klassiek’ pianoconcert voor de New York Symphony. Ook tegenwoordig blijft de jazz invloed uitoefenen. In 1995 ontstond John Adams’ Lollapalooza (genoemd naar een term met een aan jazz verwante betekenis) als verjaardagsgeschenk voor Simon Rattle. Iets later schreef John Harbison de opera The Great Gatsby, naar de befaamde roman van F. Scott Fitzgerald uit 1925.


aaafestival.nl

Het AAA Festival wordt vanaf seizoen 2012-2013 mede mogelijk gemaakt door Stichting Ammodo en de Stichting Donateurs Koninklijk ­Concertgebouworkest.