JdeV Consumeert…

… Altijd meer kunst en cultuur dan hij raad mee weet. Tv, film, kunst, theater, van alles. Op deze plek doet hij verslag van waar in De Groene geen plek voor is.

Twee keer werd ik ineens geconfronteerd met hem: Rijkman Groenink.

Allereerst omdat Coen Verbraak voor zijn interview met de oud-ABN Amro-topman in Kijken in de ziel: Topondernemers de Sonja Barend Award 2013 won voor beste tv-interview. De jury was vooral gecharmeerd van de manier waarop Verbraak zijn gesprekspartner uit de tent lokte, en daarna ‘glansrijk overeind’ bleef toen deze in woede ontstak.

Kort gezegd: Kijken in de ziel is een prachtige serie, maar de Sonja Barend Award was onterecht. Het gesprek begon met een feitelijke onjuistheid van Verbraaks kant: hij suggereerde dat Groenink een gouden handdruk had gehad van zoveel miljoen (dat had hij niet: hij had zijn aandelenpakket dat hij tijdens zijn jarenlange dienstverband had opgebouwd alleen gecasht toen hij opstapte). Toen Groenink daar heftig op reageerde, kwam Verbraak niet echt ‘glansrijk’ terug, maar reageerde hij met de journalistieke dooddoener: ‘Ik zie dat het u emotioneert.’

Het tweede moment was iets eerder, toen er ineens overal posters hingen van de verfilming van Jeroen Smits bestseller over ABN Amro’s ondergang, De prooi, met Pierre Bokma in de rol van Groenink.

Klopt niet, zei een redacteur van mijn uitgeverij, dezelfde als van Smit. Groenink droeg altijd een krijtstreep, double breasted. In die wereld was een krijtstreep een statussymbool, en double breasted al helemaal. Was alleen weggelegd voor het hoogste echelon. Op de promotieposter droeg hij een ‘gewoon’ blauw pak.

Mijn redacteur schudde nog eens met zijn middenscheiding. ‘Klopt niet!’

Afgelopen weekend was dan eindelijk de eerste uitzending te zien. Na een aflevering mag je nog geen kritiek uiten (sommige tv-critici in de Verenigde Staten zeggen, aangezien series soms vier, vijf, zes seizoenen nodig hebben om hun verhaal af te ronden, dat je zelfs na één seizoen nog geen kritiek mag uiten), maar wat meteen opvalt is dat scenaristen durven af te wijken van Smits boek. De serie begint niet spectaculair met het jachtongeluk waarbij Groenink zichzelf in zijn rechterarm schoot (zoals Smit begint), maar bij de zoektocht naar een nieuwe voorzitter van de raad van bestuur van ABN. Tal van personages komen in korte scènes voorbij, er wordt gesproken, geroddeld, Groenink komt aanvankelijk meer tot leven door wat de anderen over hem zeggen dan door wat je hem zelf ziet doen.

Bokma draagt als Groenink geen double breasted jasje. Hij is ook ouder dan Groenink was (of tenminste: Groenink zag er altijd al ongelooflijk jong uit voor zijn leeftijd), zwaarder, praat rustiger dan je op basis van Smits boek zou denken. Het is nog even wennen.

Maar de wereld die om hem heen wordt opgeroepen oogt doorleefd. Mooie locaties, sterke acteurs. Maar belangrijker: korte scènes, niet te uitleggerig. De prooi neemt zijn kijker heel serieus. Belooft heel veel.

Mijn lievelingsmoment vooralsnog: na achtenhalve minuut krijgt een van de kandidaten voor het voorzitterschap van de raad van bestuur, Rijnhard van Tets (Reinout Bussemakers), op de golfbaan te horen dat er nog een kandidaat is. Het kwartje valt. Zijn reactie, traag uitgesproken, in de woorden van iemand wiens verbazing zo groot is dat hij een andere taal nodig heeft om zich uit te drukken:

You gotta be kidding.’

Op een of andere manier klopt dat zo goed.