De Oscars

JdeV Consumeert…

… Altijd meer kunst en cultuur dan hij raad mee weet. Tv, film, kunst, theater, van alles. Op deze plek doet hij verslag van waar in De Groene geen plek voor is. Deze week: zijn Oscarfavorieten.

Medium blue jasmine cate blanchette

Tot mijn grote blijdschap ontdekte ik vorige week ineens dat Library of America net een bundel essays over film heeft uitgegeven van Pauline Kael, The Age of Movies. Meteen besteld, meteen de hele zondag in zitten lezen. Kael (1919-2001) gold vanaf de late jaren zestig als zo’n beetje de belangrijkste filmcriticus in de Verenigde Staten – ze maakte de gouden tijd van ‘New Hollywood’ op de eerste rang mee, het anderhalve decennium vanaf pak ’m beet 1967 tot 1987, waarin jonge regisseurs als Coppola en Scorsese de vrije hand kregen van de studio’s en de films maakten die nu als baanbrekende klassiekers worden gezien. Haar kritieken in bladen als The New Republic en The New Yorker vormden het debat over hoe die films gezien werden. Het is altijd inspirerend om te lezen hoe er over kunst werd geschreven op het moment dat die kunst werd gemaakt en de canoniserende werking van tijd nog niet zijn werk heeft gedaan.

De essays zijn lekker lang en scherp, haar voorkeuren (The Godfather, Bonnie & Clyde) worden even kritisch benaderd als haar afkeuren (A Clockwork Orange, West Side Story). Natuurlijk kun je over haar verhandelingen over de thematiek van de films discussiëren, maar wat ze heel goed doet is beschrijven hoe de acteurs acteren. En eigenlijk is dat een eye-opener. Bij De Groene hebben we vaak het idee dat de film van de regisseur is – hij is de maker, hij beslist hoe het verhaal wordt verteld, hoe in beeld gebracht, hoe zijn acteurs acteren. We staan meer stil bij het onderwerp van de film, of het thema, en hoe de regisseur daarmee speelt. Maar Kael beschrijft heel invoelend de gravitas waarmee de acteurs en actrices hun stempel op de film drukken, welke emoties worden opgeroepen door de aanblik van een gezicht.

Anyway, aankomende zondag worden de Oscars uitgereikt in Los Angeles en dus zit ik nu de hele tijd na te denken welke acteurs ze zouden moeten winnen.

Beste vrouwelijke bijrol : als je de term ‘supporting actress’ heel letterlijk zou nemen, zou Sally Hawkins het gouden beeldje mogen krijgen: door haar rol als humane, onzekere, genereuze zus van de verbitterde, neurotische Jasmine in Blue Jasmine, maakt ze zich gedienstig aan Cate Blanchett (zie onder) die daardoor extra fel wordt. Een explosievere rol vond ik Jennifer Lawrence als hyper passief-agressieve bedrogen & bedriegende huisvrouw van de oplichter Christian Bale in American Hustle. Als een slang draait ze rondjes om zichzelf en schiet dan ineens naar voren in woede.

Beste mannelijke bijrol : de kans is klein dat Jonah Hill hem wint, voor zijn rol als beursfraudeur in Scorsese’s The Wolf of Wall Street. De andere genomineerden hebben zwaardere, meer gewichtige rollen, serieuzere onderwerpen, et cetera. Maar wat mij betreft máákt Hill The Wolf of Wall Street. Hij is het centrum van de humor van de film. Als corpulent klein mannetje, met een veel te grote bril, een veel te braaf kapsel en veel te witte neptanden is hij het vleesgeworden exces waar de film over gaat. Zijn aanwezigheid tussen de hoeren, de coke, de bergen cash, is zo ongerijmd en het genot dat hij uitstraalt zo ongeremd, dat alles in zijn doen en laten de thematiek van de film onderstreept. Het is een groteske rol – alle angst en humor en uitgelatenheid staan uitvergroot op zijn gezicht. Zijn timing is perfect, de terughoudendheid waarmee hij punchlines bezorgt maakt de grappen alleen maar grappiger. Ik denk niet dat ik in de afgelopen maanden bij een film zo hard heb gelachen als bij de scène waarin Hill aan DiCaprio vertelt dat hij met zijn eigen nichtje is getrouwd, en wat hij met zijn kinderen zou doen mochten ze gehandicapt zijn (naar het bos brengen, uit de auto gooien en zeggen ‘Je bent vrij!’).

Trailer van The Wolf of Wall Street

Beste actrice : opeens dacht ik: ‘Je zult toch niet zien dat Cate Blanchett niets wint voor haar rol in Blue Jasmine omdat Woody Allens kindermisbruik-aanklacht weer opspeelt hè?’ Gelukkig won Blanchett wel al de Bafta, dus misschien valt het mee (al noemde ze heel diplomatiek Allen niet in haar dankwoord). Haar rol als rijkeluisvrouw die na een neurotische inzinking bij haar working class stiefzus intrekt is een eye-opener, gewoon al omdat Jasmine een volledig andere rol is dan ze tot nog toe speelde in haar carrière. Haar gezicht is permanent verzenuwd, maar soms laat ze iets van liefde er doorheen komen, een glimlach, een oogopslag, waardoor je weer ziet wie de mens achter dit wrak moet zijn geweest. Blanchett laat je de hele film gissen, of je haar nu zielig moet vinden of afschrikwekkend.

Trailer van Blue Jasmine

Beste acteur : het grappige is dat als ik lees hoe Pauline Kael over puur en alleen de aanwezigheid van acteurs kan schrijven ik precies weet wat ik altijd mis bij Leonardo DiCaprio. In al zijn films. Hij is een en al acteren en nul gravitas, alsof hij niets uit zichzelf meeneemt naar zijn rol. Dus de Oscar moet gaan naar Matthew McConaughy, voor zijn rol als met aids besmette macho-rodeorijder in Dallas Buyers Club. In elke film (en in het redelijk geniale True Detective) is McConaughy een en al gravitas, al koos hij tot voor kort vaak de meer triviale, simplistische rollen. Pas de laatste paar jaar verraste hij met karakterrollen. Voor Dallas Buyers Club viel hij tig kilo af, maar door het vermagerde lichaam heen straalt de vitaliteit, de wilskracht, de energie. Op zijn gezicht lees je de wanhoop die aan de poort klopt maar niet wordt toegelaten. Hij is zo mager als een hazewindhond, maar loopt erbij als een buldog.

Trailer van Dallas Buyers Club

We leven in het ‘McConaughy Moment’, schreven Amerikaanse critici al (de New Yorker sprak van een ‘McConaissance’). Kroon dat moment maar met een Oscar, vind ik.


Beeld: Cate Blanchett als Jasmine in Blue Jasmine (Sony Pictures Classics).