JdeV Consumeert

… altijd meer kunst en cultuur dan hij raad mee weet. Tv, film, kunst, theater, van alles. Op deze plek doet hij verslag van waar in De Groene geen ruimte voor is. Deze week: Zomergasten met David van Reybrouck.

Medium schermafbeelding 202014 08 26 20om 2010.37.15

Van tevoren was de rolverdeling heel duidelijk: er was het Jonge Talent (Jim Taihuttu), het Oude Zwaargewicht (Reinbert de Leeuw), de Populaire Vrouw (Saskia Noort), de Schrijver (David Van Reybrouck), de Komiek (Freek de Jonge), en de Wat Onbekende Wetenschapper (Ionica Smeets). Iedereen presteerde naar behoren in wat misschien een van de meest geslaagde seizoenen van Zomergasten in jaren was. Sterker nog, de gasten presteerden misschien beter dan verwacht, waarbij de minst bekende (Ionica Smeets) de meeste kijkers trok, Reinbert de Leeuw niet zozeer kennis etaleerde als wel een aanstekelijk enthousiasme toonde, en waar waarschijnlijk de meest intellectuele gast van het stel, David Van Reybrouck, de meeste indruk maakte met zijn persoonlijke verhalen.

Van Reybrouck verloor vijf vrienden op wintersport, toen een stuntende Amerikaanse straaljagerpiloot de kabelbaan doorkliefde waarmee zijn vrienden op dat moment op weg naar de top van de berg waren. Het leidde tot een rechtszaak waarbij de piloot een paar honderd jaar gevangenisstraf boven het hoofd hing.

Het had Van Reybrouck twee dingen geleerd: hoe het is om iemand wakker te moeten bellen met de mededeling dat zijn of haar zoon is overleden (‘Wat je dan hoort… Alsof je de romp van een schip hoort openscheuren’), en dat de waarheid nooit het best boven tafel komt als de strafmaat zo gedecideerd is. Hij liet een fragment zien van de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie, waarbij een groep blanke mannen van middelbare leeftijd ten overstaan van de natie opbiechtten hoe ze een groepje jonge zwarte buurt-organisatoren hadden vermoord. De weduwen keken toe. Door hun biecht werden de mannen niet vervolgd (zo werkte nu eenmaal de waarheidscommissie die de apartheid moest afronden). Volgens Van Reybrouck had dit ervoor gezorgd dat er geen burgeroorlog was uitgebroken.

Gelooft Van Reybrouck hier echt in, of wil hij het geloven?

Hier had Wilfried de Jong misschien door moeten vragen: werken die waarheidscommissies wel echt? Want volgens alle berichten is Zuid-Afrika een land dat permanent dreigt uit elkaar te vallen. Gelooft Van Reybrouck hier echt in, of wil hij het geloven?

Want Van Reybrouck wil geloven in de Waarheid, in de Grote Schoonheid, zoveel werd wel duidelijk. Beide woorden vielen die avond een paar keer. Je kon merken dat Van Reybrouck ze met hoofdletters zou schrijven. Veel van zijn momenten gingen over de Grote Schoonheid en de mensen die er monomaan naar zoeken – fragmenten over schilder Sam Dillemans, de Friese dichter Tsjêbbe Hettinga, over een al lang vergeten Italiaanse bergbeklimmer. En zelfs een kort fragment uit de prachtfilm La grande bellezza.

Hoe triviaal die Grote Schoonheid eruit kon zien illustreerde hij aan twee heerlijke fragmenten. De aftiteling van de Hongkongse film In the Mood for love, witte tekens op een rood beeld, en beelden van wolken uit een werk van Marion Hänsel. ‘Je ziet de wolken of je ziet ze niet, je bent er ontvankelijk voor of niet. Dat maakt je milder.’Waarmee Van Reybrouck zoiets leek te willen zeggen als: mijn schoonheid hoeft de jouwe niet te zijn, en omgekeerd. We zullen voor onszelf moeten zoeken.

Van Reybrouck praatte veel en graag, zei de avond in de geest van Beckett op te vatten (‘I’ve never been on a road to somewehere. I’ve just been on a road’) wat je niet helemaal geloofde. Dat was net even te stoertjes. Hij was goed voorbereid, wist waar hij het over had, had duidelijk bij elk fragment een verhaal bedacht. Wilfried doorbrak zijn solowerk nauwelijks.

Dat is exemplarisch voor de Wilfried van het seizoen 2014. Geen van de gesprekken had zoiets als een aanvaring, een moment waarop hij de confrontatie aanging. Het zat er een beetje in toen hij te privé werd over Reinbert de Leeuws liefdesleven, maar verder niet. Zoals hij het verschillende keren tegen zijn gasten formuleerde ‘Dit is jouw tv-avond.’ Hij nam dus de rol van aangever op zich, cijferde zichzelf weg, probeerde niet te scoren – wat eigenlijk wel eens fijn is: een interviewer op tv die meer geïnteresseerd is in de antwoorden dan in zijn eigen vragen (Kockelmann, Jinek en anderen mogen daar nog eens over nadenken). Ik hoop maar dat Wilfried er volgend jaar weer bij is. En dat hij dan dat mooie mosgroene jasje weer aantrekt.