JdeV Consumeert…

… altijd meer kunst en cultuur dan hij raad mee weet. Tv, film, kunst, theater, van alles. Op deze plek doet hij verslag van waar in De Groene geen ruimte voor is. Deze week: Gone Girl.

Medium gonegirl

Over muziek gesproken. Vorige week schreef ik op deze plek over de achtergrondmuziek in de nieuwe Nederlandse dramaserie Hollands Hoop, een klein smetje op een verder veelbelovend blazoen. De muziek onderstreepte namelijk wat je als kijker toch al voelde, het voegde niets toe, en daardoor maakte het sommige scènes vetter dan zou moeten.

Vergelijk dat eens met de nieuwe thriller van David Fincher, Gone Girl, die vorige week in een wolk van sterren in première ging. De muziek is van Trent Reznor en Atticus Ross, die al een Oscar voor Best Original Score wonnen voor hun werk in Finchers The Social Network (2010). Je wordt je pas bewust van hun ‘score’ als de film een tijdje onderweg is: Nick Dunne komt thuis en ziet dat een glazen tafeltje kapotgeslagen is, er zit een spettertje bloed op een keukenkastje. De kat is buitengesloten, zijn vrouw is spoorloos. De politie wordt ingeschakeld, de stad loopt uit om zijn vrouw te zoeken, de media duiken er bovenop, wijzen massaal Dunne aan (Ben Affleck) als potentiële vrouwenmoordenaar, zeker wanneer blijkt dat hij een affaire met een studente had. Zijn vrouw, Amy (Rosamund Pike), wordt heilig verklaard, haar ouders schreven ooit al populaire kinderboeken over haar. Fragmenten van het dagboek van Amy doorbreken het verhaal: hoe zij en Nick elkaar ontmoeten op een hip feestje in New York, hoe ze elkaar voor het eerst kussen naast een bakkerij waar net suiker wordt ingeladen, hoe hij haar heerlijk cute en bijdehand ten huwelijk vraagt.

Tijdens deze flashbackmomenten valt de muziek op. De momenten zijn mierzoet, romantische overkill, maar de muziek is omineus, geladen, niet alleen alsof de herinneringen te mooi zijn om waar te zijn, maar alsof in hun ontbloemende liefde al het latere drama verscholen zit. Het maakt Gone Girl een nog engere film dan hij al was.

Over de film dan. Gone Girl duurt twee uur en twintig minuten maar die tijd schoot voorbij. Ik zag hem overdag bij Bijlmer ArenA en na afloop had ik alleen maar zin om de meubelboulevard op te lopen en een nieuwe keuken te kopen zodat ik mijn handen kon wassen – want ergens tijdens de gruwelijke ontknoping van de film kreeg ik het idee dat er vast wel bloed onder mijn nagels zou zitten. (Voor de volledigheid: toen ik bij Bijlmer ArenA Lars von Triers Nymphomaniac had gezien, had ik ook zin om een nieuwe keuken te kopen, om mijn hoofd in een gasoven te stoppen – wat een ellende.) Het succes van de film zit ’m in de geloofwaardigheid van de acteurs. Ben Affleck op de eerste plaats. Met z’n kaak. Met z’n kuiltje in z’n kin. Met z’n haar. Met z’n net even te makkelijke glimlach. Met z’n net iets te soepele all American charme. Natuurlijk denken de media dat hij het gedaan heeft, in alles oogt hij als de man die overal mee wegkomt, die nooit nergens echt hard voor lijkt te werken. De duivel heeft vast een hagelwitte glimlach. I have held the hand of the devil/ it was warm in the night.

Maar de film behoort toe aan de vrouwen. Het zijn vrouwen die de plot in beweging zetten, beslissingen nemen, actie ondernemen, for better or worse. In het permanente debat over film en tv waarin ondernemende vrouwen ondervertegenwoordigd zijn, is Gone Girl een ronduit feministische film. Dus behoort de film toe aan Kim Dickens, die in de zwierige HBO-serie Treme een getalenteerde chef-kok speelde in post-Katrina New Orleans, en hier de slimste detective van Missouri speelt. Als Dunne voor het eerst nog nietsvermoedend zijn verhaal doet in een leeg huis hangt zij al meteen gele post-its op bij plekken die aanwijzingen kunnen zijn.

De film behoort aan Carrie Coon, die ik eerder dit jaar ontdekte in het formidabele WTF!-moment-op-WTF!-moment-stapelende HBO-serie The Leftovers. Ze speelt de tweelingzus van Dunne en is in feite het morele centrum van de film, ze leeft met haar broer mee, en scheldt ’m verrot als ze zijn buitenhuwelijkse vriendinnetje ontdekt. Aan het einde van de film is zij het die het kind van de rekening is, op een bepaalde manier. Zij is de enige die alle leugens die over en weer gaan uiteindelijk niet lijkt te kunnen accepteren.

En natuurlijk aan Rosamund Pike, die tot nu toe vooral bekend was als eye candy, als Bond-girl, als de mooie vriendin van de held. In Gone Girl is ze net even te blond, net even te slank. In haar perfecte gezicht zit opeens iets verdachts, iets bestudeerd gecontroleerds, alsof ze met haar schoonheid iets camoufleert. Camouflage is misschien wel het sleutelwoord van de film, mensen die zich net even anders voordoen dan ze zijn, verstoppen wat ze werkelijk willen. Of zoals zij het tegen haar man zegt: je was nooit zo gelukkig als toen je je beter voordeed dan je was om mij te versieren. Je bent jezelf weer gaan haten toen je terugviel in wie je werkelijk was.

Dat is de gekke boodschap dan van Gone Girl: leugens laten ons vreselijke dingen doen, maar in die leugens kunnen we ook ons betere zelf vinden, slimmer, blijer, vrijgeviger dan we werkelijk zijn.