In de Bijlmer zijn vaders een zeldzame aanwezigheid

‘Je bent niet zwak, brada’

De organisatie Vitamine V stimuleert Surinaamse en Antilliaanse mannen te praten over het vaderschap. Maar dan moeten ze tijdens de rondetafelgesprekken wel komen opdagen. ‘Kinderen die de betrokkenheid van hun vader missen, zijn verdrietig, moeilijk.’

Er zijn maar vier vaders komen opdagen. Nelfrid, een Dominicaan; Raoul, een jonge vader; Hugo, vader en opa; Eric, een stille, verlegen man. Ze zitten op een dinsdagavond om half acht in een klaslokaaltje van de Holendrechtschool in Amsterdam Zuidoost. Hun komst is op uitnodiging van Vitamine V (met de V van Vader), een organisatie die de betrokkenheid van zwarte vaders bij hun kinderen probeert te vergroten. Een van de twee stichters van Vitamine V, de psychomotorisch therapeut Waldy Neijhorst (62), neemt een paar kaarten met discussiepunten door en werpt af en toe een blik op zijn horloge – misschien dat er alsnog wat verlate vaders binnenkomen. Achter in het lokaal zit schooldirectrice Lucia Te Vrede, helemaal alleen tussen circa twintig lege stoelen die ze eerder die dag opstelde. Bij de ingang van het lokaal staat een tafeltje met snacks en frisdrank.

Het initiatief tot Vitamine V werd in 2009 genomen door Neijhorst en de muzikant Orville Breeveld (34). Een onevenredig hoog aantal Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse kinderen groeit op zonder een vader in de buurt, met alle psychosociale problemen voor de kinderen van dien. (Respectievelijk 45, 37 en 9 procent van de Antilliaanse, Surinaamse en autochtone Nederlandse kinderen onder de zestien leeft in een eenoudergezin met een moeder aan het hoofd. Bron: cbs 2010). Breeveld ziet zelfs een direct verband tussen de ontbrekende vader en de schietincidenten die de Bijlmer van tijd tot tijd teisteren. Meer betrokkenheid van de vaders bij hun kinderen is volgens Breevelds en Neijhorsts redenering de oplossing voor dit geweld. Vitamine V probeert die betrokkenheid te stimuleren door rondetafelgesprekken te houden in scholen en buurthuizen. Het idee is simpel: laat zwarte vaders in discussie gaan over de mooie en moeilijke kanten van het vaderschap; hopelijk raken ze door de gesprekken zo begeesterd dat ze later in hun omgeving het evangelie van het betrokken vaderschap gaan prediken.

‘Ik had op meer vaders gerekend’, zegt Te Vrede. ‘Er hebben zich in totaal zestien opgegeven.’ Neijhorst sluit de deur van het lokaal. Er heerst stilte, ongemak. Neijhorst richt zijn wijsvinger op jonge vader Raoul en vraagt met een trage, slepende stem hoeveel kinderen hij heeft.

‘Waar ik van weet?’ antwoordt Raoul grijnzend.

Iedereen ontspant.

‘Hoeveel kinderen heb jij’, vraagt Neijhorst aan de verlegen Eric.

‘Ik heb een stiefkind. En ik heb twee kinderen buiten’, antwoordt Eric. Twee kinderen buiten – twee kinderen bij andere vrouwen. ‘Elke maand maak ik zeventig euro naar ze over. En ik neem ze vaak mee op vakantie. Naar Florida, Spanje, of Turkije.’

Nice, man’, zegt Neijhorst. ‘Mooi verhaal.’ Hij richt zich tot de rest van de groep: ‘Geld zorgt ervoor dat we verbaal minder snel de diepte in gaan. Dat moet je weten, dat moet je opvallen. Vaak hebben wij dat zelf meegekregen vanuit huis. We kopiëren het gedrag van onze vaders.’

En daarmee heeft Neijhorst meteen het belangrijkste gespreksonderwerp van de avond te pakken: hoe is hun vaderschap gevormd door hun eigen vader? Neijhorst geeft een voorzet door onverbloemd over zijn vader te praten, een autoritaire figuur die alleen met een strenge aanpak vader dacht te kunnen zijn. ‘Mijn vader zei altijd: “Even if the boss is wrong, the boss is still right”’, zegt Neijhorst. Hij bezwoer dat hij een totaal andere vader zou worden, maar de praktijk bleek weerbarstiger. Onbewust had hij gedragspatronen van zijn vader overgenomen, zoals het ontlopen van huishoudelijke verantwoordelijkheden door vaak tot laat weg te blijven van zijn gezin. ‘Wat ik hiermee wil zeggen is dat je je er bewust van moet zijn dat je altijd handelingen van je vader herhaalt. Maar nu je dit weet, kun je ze niet meer voortzetten, want je bent je er bewust van.’

Raoul knikt. Hij wil kwijt dat hij het moeilijk vindt om over het vaderschap te praten omdat hij als Surinaamse man zo makkelijk gestigmatiseerd wordt. Hij heeft vijf kinderen, bij verschillende vrouwen. Het eerste wat mensen zullen denken als hij over zijn kinderen vertelt, is: daar heb je weer zo’n sranan waka man, een Surinaamse vrouwenverslinder. Maar heeft hij een ander levenspad kunnen bewandelen, gezien zijn achtergrond? Raouls vader heeft net als de vader van Neijhorst volgens een Engelse slogan geleefd: ‘I’ve got too much love inside of me to keep one woman satisfied.’ Die instelling heeft Raoul onbewust altijd met zich meegedragen.

Voor diepere, historische oorzaken van de moeizame gezinsstructuren binnen Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse gemeenschappen heeft Neijhorst geen geduld. Komt het inderdaad door de slavernij, waarbij zwarte mensen als handelswaar en productiemiddel werden beschouwd en duurzame familieverbanden onmogelijk waren? Laat de wetenschappers zich daar maar het hoofd over breken. Neijhorst wil niet telkens omkijken en zich blindstaren op het verleden terwijl de huidige problemen voortwoekeren. ‘Het is misschien wel goed om te weten wat de historische oorzaken zijn, maar mijn ervaring is dat mensen zich daar te veel aan kunnen gaan vastklampen. Het gaat om het nu. Wat ga je doen om nu die goede vader te zijn?’

Neijhorst steekt een kaart in de lucht waarop een hoofdletter V is afgebeeld. Onder aan de V staat ‘kind’, boven het linkerpootje staat ‘vader’, boven het rechter ‘moeder’. Vader, moeder, en kind – ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je bent pas een vader als je een goede verstandhouding hebt met zowel de moeder als het kind. ‘Ook als je niet met de moeder van je kind woont, moet je zorgen dat je relatie met haar goed is’, zegt Neijhorst. ‘Ook dan kun je een aanwezige vader zijn voor je kind. Raoul, hoe is de relatie met de moeders van je kinderen?’

‘Die is nu beter’, antwoordt Raoul. ‘Eerst was het vreselijk. Ik heb een dochtertje in Suriname dat ik meer dan een half jaar niet heb gesproken omdat ik ruzie met haar moeder had. Maar we hebben alles uitgepraat. Ik heb nu een goede relatie met de moeder, en af en toe bel ik met mijn dochter en stuur haar pakketjes.’

Achter in het lokaal fluistert schooldirectrice Te Vrede dat ze het een mooi verhaal vindt. Alleen vader en opa Hugo wil nog een kritische kanttekening plaatsen. Is het niet zo dat een keurige relatie snel gezapig en voorspelbaar wordt? Waar blijft de spanning? Eric, die naast Hugo zit, probeert een glimlach te onderdrukken.

Nelfrid wil weten waarom het voor hen, zwarte mannen uit Zuid-Amerika en de Cariben, zo moeilijk is om over vaderschap te praten. Omdat ze zo zijn gesocialiseerd, legt Neijhorst hem uit. De machocultuur waarin ze zijn opgegroeid biedt geen ruimte voor zulke openhartigheid. En ze missen de aansprekende voorbeelden die hun de vreugden en moeilijkheden van het vaderschap bijbrengen.

‘Hoe is jouw relatie met je kinderen?’ vraagt Neijhorst aan Nilfred.

‘Die is erg goed’, zegt Nilfred. ‘Ze krijgen veel ruimte. Dat is belangrijk, want dan kunnen ze zich uiten en weet ik wat er in hen omgaat.’

‘Maar je moet ook grenzen stellen’, zegt Raoul en hij geeft als voorbeeld hoe hij zijn zoon verbood een te duur computerspelletje te kopen.

‘Horen jullie dat?’ zegt Neijhorst. ‘Wat hij doet is grenzen stellen. Dat is heel belangrijk in het vaderschap. Zo bereid je een kind voor op de buitenwereld die hem ook constant grenzen gaat stellen.’

Neijhorst kijkt de klas rond. Het is kwart voor negen. Een ongestructureerde avond krijgt een onverwachte afronding als Neijhorst iedereen langs gaat en vraagt wat ze van het gesprek vonden. Iedereen is positief. Ze zijn blij dat ze andere vaders hebben kunnen ontmoeten om over zoiets intiems als het vaderschap te kunnen praten. Alleen jammer van de geringe opkomst.

‘Als je het tof vond’, zegt Neijhorst, ‘vertel het dan door. Aan je broer, neef. Je buurman, je collega. Vertel ze over Vitamine V en breng ze de volgende keer mee.’

Te Vrede toont een paar dagen later in haar kantoor een lijst met de zestien vaders die hadden beloofd dat ze het rondetafelgesprek zouden bijwonen. Ze heeft geen idee waarom driekwart van hen verstek heeft laten gaan. Frustrerend vindt ze het wel. Op ouderavonden bestaat de opkomst voor meer dan 75 procent uit moeders. Vaders zijn een zeldzame aanwezigheid op de Holendrechtschool. Op het moment van het gesprek zijn vier moeders in de hal bezig om kerstversieringen op te hangen. ‘Als een kind de betrokkenheid van zijn vader mist, en hij heeft er problemen mee, dan merken wij die problemen ook op school. Ze zijn verdrietig, moeilijk. Je merkt een bepaald gemis bij kinderen. Het zou hun prestaties en zelfbeeld ten goede komen als hun vaders wat meer aanwezig waren.’

Ze kan slechts hopen op verbetering. Hoewel de avond van Vitamine V matig bezocht werd, bood die ook een sprankje hoop. Te Vrede print een tekstje uit dat in de laatste nieuwsbrief van de Holendrechtschool zal verschijnen. De woorden zijn van de Dominicaanse vader Nilfred: ‘(…) Ondanks de magere opkomst van de vaders, kunnen wij nog steeds over een succesvolle avond spreken. Jammer dat velen van u er niet bij waren. Verschillende vaders hebben hun ideeën gegeven over opvoeden en we hebben elkaar bemoedigd in de taak als vader. Vaders, het is de moeite waard en in het belang van onze kinderen om bij de volgende bijeenkomst te zijn. Jullie worden hierover nog geïnformeerd.’

Het volgende rondetafelgesprek van Vitamine V vindt een week later plaats in een klaslokaal van basisschool De Blauwe Lijn, ook in Amsterdam Zuidoost. Deze keer zijn er vijf vaders aanwezig. Terwijl er vijftig werden verwacht. Henk, vader en opa; Michael, een twintiger; Tyler, een Antilliaan; Jerry, een grafisch ontwerper; Walter, een stille eenling die ver bij de andere vaders vandaan zit. Ook op deze avond is iemand uit de directie van de school aanwezig: adjunct-directrice Glenda Acton. Gespreksleider is weer Waldy Neijhorst. Hij heeft geen kaarten met discussiepunten bij zich. De hoofdletter V die de lotsverbondenheid tussen vader, moeder en kind moet verbeelden, tekent hij op een blaadje dat hij uit een schrift scheurt.

Neijhorst wijst naar Michael, de jonge vader: ‘Hoe voelt het om vader te zijn?’

‘Het voelt goed’, zegt Michael. ‘Maar het is ook een van de moeilijkste dingen die er zijn, want het vergt veel ontwikkeling van jezelf. Je moet een stukje visie meegeven.’

Net als de vorige keer brengt Neijhorst ook hier het gesprek snel op hun eigen vader, het voorbeeld waar ze het bewust of onbewust mee moeten doen. Neijhorst gaat de groep weer voor door ontboezemingen te doen over zijn moeilijke vader. Zelfs de grap ‘Even if the boss is wrong, the boss is still right’ wordt herhaald. Deze keer voegt hij eraan toe dat zijn vader weliswaar fysiek altijd aanwezig is geweest, maar emotioneel nooit. Hij is zoals zovelen zonder een zorgzame vaderfiguur opgegroeid.

Ook voor Henk, vader en opa, heeft het ontbreken van een vader zich in zijn leven gewroken. Hij zegt dat hij wat hij nu gaat vertellen, nooit met anderen besproken heeft. Henk heeft vaak het gevoel gehad dat hij een zwakke vader is geweest. Dat komt, zo zegt hij, omdat hij door zijn grootouders is opgevoed. Hij heeft zich nooit een duidelijk idee kunnen vormen van wat het vaderschap precies inhoudt. Toen hij zelf vader werd, bij twee verschillende vrouwen, zag hij hoe andere vaders streng in de opvoeding waren. Henk was meer van het sussen, van het compromis, met kinderen en vrouwen. ‘Maakt mij dat in vergelijking met hen een zwakke vader?’ vraagt Henk.

‘Jij bent niet zwak, brada’, antwoordt Neijhorst, ‘omdat je je kwetsbaar hebt getoond. Heel veel mannen durven dat niet.’ Tyler herkent zich in het verhaal van Henk. Hij is evenmin opgegroeid met een vader in de buurt; zijn opvoeding lag in handen van zijn grootouders. Als gevolg daarvan werd hij ook altijd gekweld door de vraag of hij het vaderschap vervult zoals de maatschappij dat van hem verlangt. Neijhorst probeert Tyler en Henk uit de put te praten met een retorisch trucje: ‘De vader die er niet was, was er in principe wel, want het voorbeeld dat hij stelde, hebben jullie niet opgevolgd.’

Neijhorst richt zich nu tot alle vaders. Hij laat een lange stilte vallen voordat hij zegt dat ze best boos op hun vader mogen zijn, ze mogen hem best kwalijk nemen dat hij er niet was of niet het goede voorbeeld gaf. Onderdruk die gevoelens niet. Ga ermee aan de slag, erken ze. En probeer te herkennen welke patronen je hebt overgenomen. Alle vaders knikken instemmend, behalve Walter, die met zijn gedachten elders lijkt. ‘Vaderschap gaat niet om kwantiteit, mannen’, zegt Neijhorst. ‘Het gaat er niet om dat je hier en daar kinderen hebt. Vaderschap gaat om kwaliteit. Opvoeden, verzorgen.’

Aan de uitleg van de hoofdletter V komt Neijhorst niet meer toe. Hij eindigt met een metafoor. Zwarte vaders dragen een rugtas. Een heel zware, knellende rugtas. Daarin zitten de herinneringen aan hun onbekwame of afwezige vader. Die vader heeft ze nooit leren communiceren, hij heeft ze nooit geleerd om zichzelf kwetsbaar en gevoelig te tonen, hij heeft ze niet op de wereld voorbereid. Als ze zich bewust zijn van die last, kunnen ze die herinneringen een voor een uit hun rugtas gooien. Net zo lang totdat die rugtas niet meer knelt en ze makkelijker kunnen lopen.

‘Vond je het een leuke avond?’ vraagt Neijhorst aan Walter. ‘Jazeker’, antwoordt Walter. ‘Het is erg herkenbaar allemaal.’

Voor Neijhorst de avond kan afsluiten, schiet adjunct-directrice Glenda Acton naar voren om het woord te nemen. De tranen schieten in haar ogen als ze zegt dat dit de eerste keer in haar carrière is dat ze zo veel vaders bij elkaar in een klaslokaal ziet. Ze vertelt hoe ze een paar weken terug de klassen langs ging en de kinderen vroeg om hun vader te wijzen op dit rondetafelgesprek. De kinderen deden hartverscheurende uitspraken als: ‘Ik ken mijn vader niet’, ‘Ik zie mijn vader nooit’, ‘Mijn vader is in het buitenland’. Ze krijgt de verdrietige gezichtsuitdrukkingen van de kinderen maar niet uit haar hoofd. ‘Ik zou die vaders zo graag willen vertellen wat hun afwezigheid voor hun kinderen betekent. Het grijpt mij erg aan, zoals jullie merken. Natuurlijk weet ik ook wel dat de gezinssituaties van deze kinderen niet optimaal zijn. Maar als vader gaat het erom dat je er bent voor je kind, ongeacht waar je woont, je moet er zijn. Daarom ben ik zo blij dat jullie zijn komen opdagen. Jullie zijn vaders waar ik trots op kan zijn.’

Neijhorst bedankt de vaders voor hun aanwezigheid. Hij prijst ze om hun openhartigheid en zendt ze heen om het betrokken vaderschap te propageren bij de vaders die vandaag niet aanwezig waren, hun broers, neven, hun buurman, collega’s. ‘Vaderschap is een vitamine, mannen. Het is gezond voor je, voor jou en je kind.’