Popmuziek - Eefje de Visser en Aafke Romeijn

Je geld of je leven

In de inmiddels soms wat vermoeiende categorie ‘Singer-songwriters Die Van Een Klassiek Nummer Een Ingetogen Versie Spelen En Er Zo Al Dan Niet Met Een Ironische Twist Een Droevig Nummer Van Maken’ was Aafke Romeijns versie van Huilend naar de club vorig jaar een verademing. Omdat het origineel namelijk, zoals vrijwel alles bij De Jeugd van Tegenwoordig, al bol stond van de ironische toonzetting, en Romeijn dat er knap uit filterde en zo het verdriet overhield.

In het openingsnummer van haar album Je doet je best maar formuleert ze helder en aanstekelijk aan de hand van vermakelijk geformuleerde paradoxen: ‘Ik hou best van discussies/ Maar alleen als ik ze win’. En ‘Vraag je: je geld of je leven/ Dan zeg ik: allebei’. Nog fraaier zijn haar mooie beschrijvingen in het dromerige liefdesliedje Park Transwijk, tot en met de sanseveria’s op de vensterbank en de melk in de koelkast. Lelijk letterlijk is dan weer de tv-kritiek in Afstandsbediening, een nummer in de rijke traditie van Springsteens 57 Channels (And Nothin’ On) en Black Flags TV Party, maar dan zonder door te bijten. Het is een uitzondering, want veel vaker raken de zinnen van Romeijn (tot voor kort ook docente, inmiddels fulltime muzikante en publiciste) wél. Zeker in Hulp is onderweg, een nummer met een dijk van een refrein, waar het opeens ook rockt, door die gitaar. Die muzikale aanpak is een beduidend andere dan op vorig werk: ze heeft een tamelijk consequente keuze voor elektronica gemaakt, met in nummers als 15% hoorbare Daft Punk-invloeden, en soms een hang naar disco.

Ook Eefje de Visser maakt meer dan ooit die keuze voor elektronica op haar derde album. De tien nummers (De Visser heeft haar liefde voor korte titels van nummers doorgetrokken tot het uiterste: ze bevatten nu nog maar één woord) zijn dermate stijlvast vormgegeven dat Nachtlicht zich gevoelsmatig als een concept-album laat beluisteren. Het is een album waar je onmiddellijk in verdrinkt, door dat rijke, gelaagde, donker getoonzette geluid, waarin niet alleen de nummers in elkaar overlopen (slotnummer Wel kan zo direct beginnen, omdat de voorganger zo mooi doormeandert), de verschillende beats, baslijnen en melodielijnen, de zinnen die vooral associatief verbonden zijn, maar waarin ook woord en muziek in elkaar overlopen. Het is niet dat Eefje de Vissers teksten worden overtroefd door de muziek, het is niet dat ze de moeite van het beluisteren niet waard zijn, maar het is dat bij haar ook de woorden muziek lijken te woorden. Bijzonder, omdat een van de kenmerken van zingen in je eigen taal nu juist is dat de woorden rechtstreekser lijken binnen te komen, zeker wanneer ze tamelijk direct zijn geformuleerd. Mocht Eefje de Visser deze zomer op de popfestivals staan, dan hopelijk in een tent – een die geen daglicht binnenlaat.

Aafke Romeijn, Je doet je best maar (V2); Eefje de Visser, Nachtlicht (Eefjes Platenmaatschappijtje). Eefje de Visser speelt 9 maart in de Melkweg in Amsterdam