De rechtspraak als exportproduct

‘Je hebt geen idee voor wiens karretje je wordt gespannen’

Jaarlijks buigen Nederlandse rechters zich over vele zaken die niets met Nederland te maken hebben en waarin bijvoorbeeld dubieuze partijen uit Rusland of Moldavië tegenover elkaar staan. De BV Nederland vaart er wel bij, maar de kosten voor de samenleving zijn hoog.

‘Wie bent u?’ vraagt de rechter van het Amsterdamse gerechtshof aan de man in zwarte joggingbroek en sweater met zwarte pet, gouden ketting en een rugzakje, die tegenover hem gaat zitten. ‘My English bad, no translate. Do speak Russia and Ukrainia’, begint hij. Uit een meegebracht document blijkt dat hij, de Oekraïner Viktor Litevshuk, sinds enkele weken bestuurder is van Orsford Limited. Dat is een bedrijf op de Britse Maagdeneilanden dat gedaagd is voor het Amsterdamse hof, maar Viktor heeft geen advocaat en ook geen tolk.

De zaak is aangespannen door Sergej Molozhavy, een Rus in spijkerbroek en op gympen die in Moskou woont ‘maar fiscaal gezien op Cyprus’. Hij heeft een conflict met Orsford over een schuld van tien miljoen euro die niets met Nederland te maken heeft. Molozhavy exploiteert een aantal appartementencomplexen in Moskou, maar dat doet hij via het Nederlandse bedrijf North East Partners BV. Dat staat bij een Amsterdams flexkantoor ingeschreven omdat dat ‘fiscaal gezien comfortabeler’ is.

Door dit brievenbusbedrijf moet de Amsterdamse rechter zich vandaag verdiepen in een onontwarbaar conflict. ‘Ik heb nog nooit zo’n chaotische zitting gezien’, zegt de persvoorlichter, die er vanwege onze belangstelling bij is komen zitten. Behalve de Oekraïner en de Rus heeft zich ook de advocaat van een Russisch bedrijf gemeld dat de nieuwe eigenaar zegt te zijn van de schuld van tien miljoen. Om dat laatste te bewijzen, wordt een stuk papier overhandigd. ‘Ik kan nog net lezen dat er 24 december 2019 staat, en “Note of assignment of right to claim the debt”’, zegt de rechter daarover. ‘Verder zie ik niks.’

Het Russische bedrijf overhandigt ook nog een kopie van een vergeeld bonnetje van een Russisch postkantoor. De rechters kijken er glazig naar; het stuk is in het Cyrillisch geschreven, het enige wat de rechter kan lezen is het poststempel. ‘Dit is gek, u beweert dat het stuk in 2019 is verstuurd, maar het poststempel dateert uit 2018’, zegt een van de rechters. En het leencontract is naar Russisch recht. ‘Hoe zit dat volgens u, in Russisch recht?’ vraagt hij aan een van de advocaten. Die stamelt. ‘Niemand hier is expert in Russisch recht, in Utrecht en Leiden wordt dat niet onderwezen.’

Zaken als deze zijn voor de Nederlandse rechtbanken geen uitzondering. Jaarlijks worden in ons land duizend tot tweeduizend zaken gevoerd die vrijwel niets met Nederland te maken hebben, tussen bedrijven die hier voornamelijk zitten om belasting te ontwijken of hun al dan niet gestolen bezit veilig te stellen, zo blijkt uit onderzoek van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor radioprogramma Argos en De Groene Amsterdammer. Buitenlandse conflicten komen hier voor de rechter door de duizenden brievenbusbedrijven die hier gevestigd zijn. Iedereen met een in Nederland geregistreerde bv kan hier een rechtszaak beginnen of zelf voor de rechter worden gesleept, ook als het conflict niets met Nederland te maken heeft. Nederland heeft een van de meest open rechtsstelsels ter wereld, waarin rechters dit soort zaken vrijwel nooit mogen weigeren. Maar dat begint te knellen.

Alleen al afgelopen jaar moesten Nederlandse rechters zich buigen over Russische beslagleggingen op bedrijven op de Krim, een conflict tussen twee Russen die twisten over het eigendom van een schilderij van een sovjetschilder, en een zaak tussen een Kazachs staatsbedrijf en het grootste olie- en gasbedrijf van Moldavië.

De Rotterdamse rechtbank bestudeert een zakelijk conflict van Rinat Achmetov, zoon van een mijnbouwer die de rijkste man van Oekraïne werd. De rechtbank Amsterdam houdt zich bezig met een zaak tussen de Oekraïense staatsenergiemaatschappij en het Russische Gazprom en met de affaire van Carlos Ghosn en Nissan, de oud-bestuurder van het Japanse autobedrijf die zijn ontslag in Nederland aanvecht. Het Amsterdamse gerechtshof werkt aan een uitspraak in een echtscheidingsconflict binnen de familie Zoebitski, een van de rijkste families van Rusland, waar onenigheid is ontstaan over de verdeling van een erfenis van honderden miljoenen die in een Nederlands brievenbusbedrijf staat gestald.

Rechters noemen het ‘een groot compliment voor de Nederlandse rechtspraak’ dat bedrijven van heinde en verre komen om hier te procederen. Advocatenkantoren varen er wel bij. Vooraanstaande kantoren als Pels Rijcken en Stibbe incasseerden grote bedragen van oligarchen die verdacht worden van corruptie. En in tegenstelling tot banken en trustkantoren hoeven advocaten volgens hun beroepsorganisatie niet te controleren of dit geld wel eerlijk is verdiend.

De kosten voor de Nederlandse samenleving zijn hoog. De meeste internationale bedrijven die hier procederen dragen nauwelijks belasting af, maar kosten de Nederlandse staat volgens een conservatieve schatting jaarlijks 33 tot 66 miljoen euro. Dat is bijna een tot twee keer het gehele begrotingstekort van de rechtspraak, inclusief alle rechtbanken en hoven. De griffierechten van maximaal vierduizend euro zijn een schijntje vergeleken met de werkelijke kosten. En terwijl rechters zuchten onder enorme werkdruk, burgers maanden moeten wachten om hun echtscheiding op de rol te krijgen, rechtbanken dit jaar bijna 23.000 strafzaken moeten uitstellen wegens capaciteitsgebrek en gepensioneerde rechters worden teruggeroepen om achterstanden weg te werken, wil het kabinet juist méér internationale zaken naar Nederland halen.

Nu het kabinet door Europese druk wat moet dimmen met fiscale trucs om buitenlandse bedrijven te lokken, is het aan de rechtspraak om buitenlandse investeerders aan te trekken. Onze rechters zijn een ‘selling point’, zei Herman van der Meer, waarnemend president van het hof Amsterdam, afgelopen januari op Radio 1. Nu de Brexit een feit is, wil Nederland met het Verenigd Koninkrijk gaan concurreren om buitenlandse rechtszaken.

Een flink deel van deze zaken voor de Nederlandse rechter speelt zich af in landen uit de voormalige Sovjet-Unie, omdat oligarchen uit die landen veel van hun vermogen in Nederland hebben gestald. Maar dat roept de vraag op of Nederlandse rechters moeten worden ingezet om conflicten op te lossen tussen Oost-Europese oligarchen die soms nauwelijks van de maffia te onderscheiden zijn. En hoe velt de Nederlandse rechter een oordeel over conflicten die zich duizenden kilometers verderop afspelen, in landen waar documenten vervalst, rechters omgekocht en getuigen omgelegd worden?

‘Twee beslissingen van een Amsterdamse rechtbank hebben bevestigd dat de aantijgingen tegen mij ongegrond zijn’, schreef Vladimir Plahotniuc drie jaar geleden op zijn Facebook-pagina. Plahotniuc was jarenlang leider van de Moldavische Democratische Partij en werd gezien als de machtigste man van het land: volgens de nieuwssite moldova.org en nieuwsplatform OpenDemocracy had hij controle over vrijwel elke overheidsorganisatie.

Inmiddels wordt hij verdacht van betrokkenheid bij ‘de roof van de eeuw’, een gigantische fraudezaak waarbij een miljard euro – een tiende van het bruto binnenlands product – werd gestolen uit de staatskas. Vorig jaar ontvluchtte hij na een machtswissel zijn thuisland. Kort daarna vaardigde Moldavië een internationaal arrestatiebevel tegen hem uit en sinds begin dit jaar is hij persona non grata in de Verenigde Staten vanwege beschuldigingen van grootschalige corruptie en ondermijning van de rechtsstaat.

Maar anders dan Plahotniuc zijn Facebook-vrienden wil doen geloven, oordeelde de Nederlandse rechtbank helemaal niet over de vraag of hij zich schuldig had gemaakt aan corruptie. Het was zelfs geen strafzaak, maar een civiele zaak die was aangespannen door Victor en Viorel Topa (geen familie), twee oud-zakenpartners die zeggen te zijn opgelicht door Plahotniuc.

De twee mannen hadden samen met Plahotniuc aandelen in Victoriabank, de grootste bank van Moldavië. Maar ze kregen ruzie en beweren nu dat Plahotniuc hun aandelen gestolen heeft. Volgens Mihail Gofman, voormalig medewerker van de Moldavische anticorruptieautoriteit die de ‘roof van de eeuw’ aan het licht bracht, is het een zaak van ‘crimineel tegen crimineel’. Plahotniuc wil niet reageren op de verwijten en de twee Topa’s zeggen slachtoffers te zijn en geen criminelen. ‘Nederland moet deze affaire niet in een civiele rechtszaak behandelen’, zegt Gofman. ‘De zaak gaat over een wirwar van financiële relaties die de Nederlandse rechter niet kan overzien. Dit is iets voor strafrechtelijke autoriteiten. Als Nederlandse rechters de zaak oppakken dragen ze bij aan het legaliseren van corrupte activiteiten.’ Maar Nederlandse rechters hebben niets te kiezen. De Moldaviër had zijn aandelen in de Victoriabank namelijk onderbracht in een brievenbusbedrijf in een flexkantoor in Diemen-Zuid. In tegenstelling tot Britse en Amerikaanse rechtbanken mag de Nederlandse rechtbank sinds een wetswijziging van rond de eeuwwisseling dit soort zaken niet meer weigeren, ook niet wanneer een buitenlandse rechter veel geschikter zou zijn om het geding te beoordelen. Experts waarschuwden voor forum shopping, maar het kabinet vond het faciliteren van bedrijven destijds al zwaarder wegen.

De meeste internationale bedrijven die hier procederen, dragen nauwelijks belasting af, maar kosten de Nederlandse staat jaarlijks 33 tot 66 miljoen euro

Overigens is zelfs een brievenbus geen vereiste om hier te procederen. Bedrijven zijn vrij om te kiezen waar zij hun geschillen uitvechten. Ze kunnen ook in een contract afspreken om bij conflicten naar de Nederlandse rechter te gaan. Daarnaast krijgt de Nederlandse rechter regelmatig zaken op zijn bordje die aanvankelijk zijn behandeld door het arbitragehof in Den Haag, een private geschillenbeslechter. Wanneer partijen er bij zo’n privaat hof niet uitkomen, gaan ook die geschillen alsnog naar de Nederlandse rechter. Zo gebeurde het dat de Nederlandse rechter zich moest uitspreken over een legendarische schadevergoeding van vijftig miljard voor Yukos, een Russisch oliebedrijf dat door de Russische staat werd onteigend.

Dat bedrijven uit de voormalige Sovjet-Unie uitwijken naar de Nederlandse rechter is niet gek, zegt Sergej Guriev, een Russische econoom en voormalig adviseur van Vladimir Poetin die naar Parijs vluchtte en daar nu hoogleraar is aan Instituts d’Études Politiques. ‘We vertrouwen de Russische rechters niet, dus het is goed dat Russische ondernemers toegang hebben tot echte, eerlijke rechters, dat is goed voor de Russische economie.’

Goed voor de Nederlandse rechtspraak is het echter niet. ‘We lijken door onze hoeven te gaan zakken’, zegt Anja van Holten, raadsheer van het gerechtshof in Arnhem, eind 2018 namens een groep rechters bij Nieuwsuur. ‘Het gaat niet goed, we maken ons zorgen, en daarom trekken we aan de bel, omdat het heel belangrijk is dat die rechtspraak overeind blijft en er over tien jaar ook nog goede rechtspraak bestaat.’

Rechtbanken kampen met miljoenentekorten en moeten naar verwachting de komende jaren nog verder bezuinigen. Er is te weinig personeel waardoor rechters wekelijks gemiddeld anderhalf tot twee dagen overwerken. ‘Als we zo doorgaan, gaan we naar een collectieve burn-out’, zei Nathalie van Waterschoot, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, twee jaar geleden in Nieuwsuur.

Terwijl verdachten en slachtoffers meer dan een jaar moeten wachten op een uitspraak in een strafzaak, moeten diezelfde rechtbanken dagelijks naar schatting vier tot acht uitspraken doen in zaken die niets met Nederland te maken hebben (zie kader). Dit soort zaken kost gemiddeld meer tijd, vertellen rechters en advocaten ons, omdat rechters door moeilijke contracten, buitenlandse wetten en vonnissen moeten ploegen. Vanwege de grote financiële belangen trekken partijen alles uit de kast om te winnen. ‘De grotere internationale handelsgeschillen leggen thans een last op de gerechten’, schreef de Raad voor de Rechtspraak in 2015. ‘Voor relatief lage griffierechten moet veel menskracht worden ingezet.’ Dat blijkt bijvoorbeeld uit het conflict tussen de Russische staat en de eigenaren van het olie- en gasbedrijf Yukos. De zaak kwam in 2005 voor het eerst voor de Nederlandse rechter en sindsdien zijn er 94 uitspraken gedaan en hebben maar liefst 95 afzonderlijke rechters zich over de kwestie moeten buigen.

Buitenlandse partijen betalen in grote zaken maximaal vierduizend euro aan griffierecht, terwijl de werkelijke kosten minstens een factor acht hoger liggen. Dat is een conservatieve schatting: in dit soort zaken komt het geregeld voor dat er honderden bewijsstukken of kratten vol dossiermappen worden aangedragen. Een rechter vertelde dat hij met één zaak anderhalf jaar lang wekelijks ‘vele uren’ bezig was en dat een van de vijf juridisch medewerkers van zijn afdeling er in die periode de helft van al zijn tijd aan besteedde. Zo zorgen complexe internationale zaken ervoor dat de rechtbanken minder tijd hebben voor reguliere zaken.

Wat rechters hiervan vinden is onduidelijk. We verzochten meerdere rechters om een interview, maar slechts twee gingen op die uitnodiging in en wilden enkel anoniem praten. Een interview met de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak over het ‘juridisch vestigingsklimaat’ werd afgezegd. Van de rechtbank Rotterdam mochten we schriftelijke vragen stellen aan een van hun rechters, maar de persvoorlichting stuurde die vragen vervolgens onbeantwoord terug, omdat de rechtbank ’niet wil bijdragen aan een beeldvorming dat dit soort zaken ingewikkeld of onwenselijk zijn. Als wij zouden zeggen dat dit soort zaken duurder zijn of meer werk kosten, dan zou dat de onpartijdigheid van de rechtbank niet ten goede komen.’

Terug naar de Moldavische zaak. Want nadat Plahotniuc op Facebook zijn overwinning viert gaan Victor en Viorel Topa in beroep. Zij leggen het Amsterdamse hof een stapel oud ruitjespapier voor die uit een grootboek lijken te zijn gescheurd. In krullerige handgeschreven letters staan daarop de zaken die in 2010 bij de Moldavische rechtbank dienden. Onder aan een van de bladzijden is een regel met Tipp-Ex uitgewist, daaronder staat er in de kantlijn een zaak bij gekrabbeld: Victoria Asigurari, over de aandelen in de Victoriabank.

Plahotniuc zegt dat de Moldavische rechter meermaals heeft beslist dat de aandelen niet van de twee Topa’s zijn. Die twee beweren juist dat de vonnissen vals zijn en onderdeel van een georkestreerde roofactie van Plahotniuc. Dat de zaak er in de kantlijn tussen is gemoffeld, is volgens hen een aanwijzing, evenals het feit dat op één na alle vonnissen op dezelfde dag zijn uitgesproken, en bovendien steeds door dezelfde rechters. De Topa’s beweren dat de Moldavische rechters onder druk zijn gezet om in het voordeel van Plahotniuc te beslissen. Ze winnen het hoger beroep, het hof concludeert dat de Moldavische vonnissen onbetrouwbaar zijn. Maar hoe kan het dat de rechtbank Plahotniuc aanvankelijk wel gelijk gaf, terwijl toen al bekend was dat hij grote invloed op Moldavische rechters uitoefende? En is het tegenbewijs van de twee mannen wel te vertrouwen? ‘Het is een mijnenveld’, zegt een rechter die regelmatig buitenlandse vonnissen heeft beoordeeld. Nederlandse rechters mogen vonnissen uit landen als Rusland of Moldavië slechts accepteren als het proces eerlijk is geweest, maar ‘soms kom je er gewoon niet achter of een vonnis eerlijk tot stand is gekomen. Je hebt geen idee voor wiens karretje je wordt gespannen.’

Terwijl Nederlandse rechters tot de meest onafhankelijke ter wereld behoren, is het in Moldavië en Rusland met die onafhankelijkheid slecht gesteld. Moldavische rechters worden beïnvloed en omgekocht, Russische rechters staan onder sterke invloed van de Russische overheid. Sinds de grondwetswijzigingen die Poetin begin dit jaar in iets meer dan een week doorvoerde, is de rechterlijke macht ondergeschikt aan die van de president. Hoge rechters zullen in de toekomst kunnen worden ontslagen op verzoek van de president. Daarmee is het met de scheiding der machten gedaan, menen Russische juristen. ‘Het is duidelijk’, zegt advocaat en voormalig Russisch rechter Roman Bevzenko. ‘De rechterlijke onafhankelijkheid verdwijnt, want het wordt simpelweg riskant voor rechters om een besluit te nemen dat tegen de wetgevende en uitvoerende macht in gaat.’

Toch moet je met zeer sterke bewijzen komen om te voorkomen dat een Nederlandse rechter zo’n Russisch of Moldavisch vonnis accepteert. ‘Het vertrouwen van de Nederlandse rechter in de buitenlandse rechter is groot’, schrijft Mathijs ten Wolde, hoogleraar privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, in een rapport voor het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum.

Zo speelde er in 2016 in de rechtbank Amsterdam een zaak van een van de rijkste mensen van Rusland, Nikolaj Maximov, waarin zijn tegenpartij een Russisch vonnis inbracht dat volgens Maximov oneerlijk tot stand was gekomen. Hoewel de Nederlandse rechter zei ‘pessimistisch’ te zijn over de Russische rechtsorde en vaststelde dat er procedurele regels waren geschonden, nam hij het vonnis toch over. Om het te laten afkeuren had Maximov met sterkere bewijzen moeten komen.Maar het is hartstikke moeilijk aan te tonen dat een Russische uitspraak oneerlijk is, zegt Anders Åslund, adjunct-professor bij het Centrum voor Euraziatische, Russische en Oost-Europese Studies aan de Universiteit van Georgetown en onderzoeker bij de Amerikaanse denktank Atlantic Council. ‘Ten eerste controleert de Russische staat alle documentatie. En daarnaast is het gevaarlijk om je uit te spreken tegen de autoriteiten. Als je in het geweer komt, zelfs op een volledig legale manier, gebeurt het regelmatig dat de Russische staat een fictieve strafzaak tegen je begint.’ Åslund, die voor de denktank een rapport schreef over Russische beïnvloeding van de Amerikaanse rechterlijke macht, vindt het dan ook ‘ontoelaatbaar’ dat Nederlandse rechters Russische vonnissen accepteren.

Hoogleraar Ten Wolde vindt dat de Nederlandse rechter strenger zou moeten toetsen ‘wanneer het buitenlandse proces is omgeven door een zweem van corruptie’. Toch gebeurt het tegenovergestelde: afgelopen zomer sprak een grote groep landen, waaronder de Europese lidstaten, Rusland, Moldavië en Azerbeidzjan af om buitenlandse civiele vonnissen voortaan nog gemakkelijker over te nemen. Als de afspraken worden doorgevoerd mag de Nederlandse rechter nog minder controleren of een buitenlands vonnis wel eerlijk tot stand is gekomen.

‘Niemand mag geld aannemen waarvan hij weet of had kunnen weten dat dit uit illegale bron komt. Dat geldt ook voor advocaten’, zegt het Openbaar Ministerie

‘De Nederlandse rechter is net een kind. Dan krijgt hij een papiertje en denkt: oeh, bewijs’, zegt Molozhavy, de Rus met spijkerbroek en gympen die wegens een conflict met zijn oud-zakenpartner voor de Nederlandse rechter staat. Natuurlijk is Molozhavy niet objectief, hij heeft tien miljoen te verliezen. Maar hij heeft wel een punt.

De rechter mag in civiele zaken enkel afgaan op informatie die de partijen aandragen, zelf onderzoek doen mag niet. Enkele jaren geleden werd een rechter nog op de vingers getikt omdat hij via Google wat feitelijke gegevens over een zaak had verzameld. Dat mag niet, oordeelde de Hoge Raad, de uitspraak werd vernietigd.

Een rechter die vermoedt met een vals document te maken te hebben mag dit dus niet onderzoeken zolang de partijen er niets over zeggen. Hij móet ervan uitgaan dat het echt is. En als een van de partijen beweert dat een stuk vals is, moet die met sterke bewijzen komen. Maar hoe bewijs je dat een officieel ogend document vals is? ‘Welcome to my world. Hoe bewijs je dat God niet bestaat?’ zegt Molozhavy’s advocaat David Jan Bergkotte.

Dit probleem is mogelijk nog groter wanneer de Russische staat hier een zaak aanspant. De afgelopen jaren heeft de Nederlandse rechter zich verschillende keren moeten uitspreken in conflicten waarbij Rusland bezittingen van oligarchen terug in staatshanden wilde krijgen. Zo vonniste de Hoge Raad afgelopen januari in een zaak over de wodkamerken Stolichnaya en Moskovskaya. Deze waren in de jaren negentig in handen gekomen van de oligarch Yuri Shefler, maar nadat Poetin aan de macht kwam deed hij er alles aan om de wodka terug te krijgen. Hij vaardigde decreten uit voor ‘hernationalisatie’, honderden politieagenten deden een gewapende inval, en Rusland deed een internationaal arrestatiebevel uitgaan tegen Shefler. Uiteindelijk stapte de Russische staat naar de rechtbank in Rotterdam en moesten Nederlandse rechters de chaotische privatisering van het Russische staatsbedrijf beoordelen.

Anders Åslund vindt het onverantwoord om dit soort zaken in westerse rechtbanken toe te laten. ‘Rusland is een autoritaire kleptocratie geworden, georganiseerde misdadigers hebben de staat overgenomen. Zij gebruiken het staatsapparaat om bedrijven te onteigenen. Westerse rechters kunnen niet overzien waar ze in betrokken worden.’

Zelfs voor het begrip van buitenlands recht is de rechter afhankelijk van experts. Zo moest de Nederlandse rechter in de wodkazaak varen op experts om te beoordelen welk recht van toepassing was tijdens de val van de Sovjet-Unie. Maar, zegt Bas Berghuis, advocaat bij Simmons & Simmons, je kunt voor alles een expert vinden, een die zegt dat er geen mens op de maan is geweest of dat er op 9/11 geen vliegtuig in het wtc is gevlogen.’ ‘Een expert mag niet liegen, maar maakt wel een selectie’, zegt advocaat Joris Boddaert. Rechters moeten er maar chocola van zien te maken. Hoe minder kennis ze hebben over het onderwerp, hoe afhankelijker ze zijn van een expert, maar hoe moeilijker het wordt om te beoordelen wat die expert zegt. Daardoor is het in de praktijk soms niet de rechter, maar de deskundige die de beslissing neemt, schrijft hoogleraar Ruth de Bock in haar proefschrift over dit onderwerp. De deskundige kan ‘een juiste beslissing eerder verder weg dan dichterbij brengen’.

Zo begeeft de Nederlandse rechter zich op drijfzand: hij moet stukken beoordelen en inschatten of ze echt zijn, en informatie van deskundigen wegen terwijl zij of hij zelf weinig kennis heeft over het onderwerp. De rechter klampt zich noodgedwongen vast aan de weinige feiten die wél als een paal boven water staan. Kleine formaliteiten of details worden de ankerpunten waar de zaak om draait.

Het onderzoek

Hoeveel buitenlandse zaken precies voor de Nederlandse rechter komen is onduidelijk; de Raad voor de Rechtspraak administreert ze niet als zodanig. Wel blijkt uit cijfers van de raad dat er jaarlijks zo’n tweeduizend civiele handelszaken worden gevoerd waarbij een van de twee partijen een buitenlands bedrijf is. Of het bij deze conflicten overwegend gaat om rechtszaken tussen oligarchen of tussen bijvoorbeeld een Duitse en Nederlandse ondernemer, is op basis van de cijfers niet te zeggen. Conflicten tussen Nederlandse brievenbusbedrijven en tussen buitenlandse bestuurders worden in deze cijfers niet meegenomen.

We hebben met verschillende zoektermen vonnissen van buitenlandse handelszaken op rechtspraak.nl in kaart gebracht. Voor 2019 kwamen we op 45 vonnissen. Aangezien op rechtspraak.nl slechts 4,6 procent van alle vonnissen wordt gepubliceerd, kunnen we die 45 extrapoleren naar 978 zaken in 2019. Zo komen we op een schatting van duizend tot tweeduizend buitenlandse handelszaken per jaar. Voor berekening van de kosten zijn we uitgegaan van de tarieven van het Netherlands Commercial Court, omdat die tarieven volgens de Raad voor de Rechtspraak kostendekkend zijn.

‘Rechtspraak is natuurlijk iets wat de overheid moet verzorgen, maar je kunt het ook zien als een exportproduct’, zegt Richard de Haan, advocaat bij Allen & Overy. ‘En daar vaart de economie goed bij. Het is goed voor de advocatuur, voor mij en m’n kantoor, voor vertalers, hotels, restaurants, Schiphol en de luchtvaartmaatschappijen.’

Advocatenkantoren profiteren het meest van ruziënde oligarchen die hier komen procederen. Maar volgens hun beroepsvereniging hoeven zij niet te controleren of de miljoenen die zij ontvangen wel eerlijk zijn verdiend. ‘Daar hebben we geen regels voor’, zegt Evert-Jan Henrichs, die als deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten toezicht moet houden op de integriteit van advocaten. Feitelijk maakt een advocaat zich schuldig aan witwassen of heling als hij zwart geld aanneemt. ‘Maar in strafzaken hebben we afgesproken dat advocaten in uitzonderlijke gevallen zwart geld mogen aannemen, omdat iedereen recht heeft op een goede verdediging’, zegt Monique Brink, voorzitter van het landelijk dekenberaad. ‘Voor civiel recht hebben we het er nog nooit over gehad, daar zijn niet echt regels voor, maar ik kan me voorstellen dat dat hetzelfde werkt’, zegt de Amsterdamse deken. Het Openbaar Ministerie spreekt dit in een reactie ten stelligste tegen. ‘De uitzondering die de deken claimt is lang achterhaald en hanteren wij derhalve niet. Niemand mag geld aannemen waarvan hij weet of had kunnen weten dat dit uit illegale bron komt. Dat geldt ook voor advocaten, ongeacht welke werkzaamheden zij daarvoor verrichten.’ Terwijl vakverenigingen van bankiers en trustkantoren hun leden oproepen om uitgebreid onderzoek te doen om te voorkomen dat ze zwart geld ontvangen, vindt de Orde van Advocaten dat niet nodig. De orde zegt dat advocaten niet verplicht zijn om de oorsprong van het geld te onderzoeken. Volgens het Openbaar Ministerie is dat onwaar: ‘De wet geldt voor alle Nederlanders en advocaten.’

Gezien de clientèle van advocatenkantoren is duidelijkheid over antiwitwasregels onontbeerlijk. Want advocatenkantoor Van Doorne nam geld aan van de Moldavische partijleider Plahotniuc die verdacht wordt van roof en corruptie. Pels Rijcken en Van Doorne werken voor Isabel dos Santos, dochter van de oud-president van Angola. In Angola loopt een strafrechtelijk onderzoek naar Dos Santos wegens verduistering en er is beslag gelegd op ruim een miljard dollar van haar bezittingen. Een bedrijf van Beny Steinmetz, die in Roemenië is veroordeeld voor fraude en tegen wie in Zwitserland tot tien jaar gevangenisstraf is geëist wegens omkoping, procedeerde in Nederland en werd bijgestaan door Stibbe. Steinmetz stond in de Nederlandse rechtszaal tegenover een bedrijf van het ‘Kazachse Trio’, drie Kazachen die de spil waren in een grote corruptiezaak. Zij werden bijgestaan door Lemstra Van der Korst, een klein Amsterdams kantoor. De advocatenkantoren zeggen dat zij wegens hun geheimhoudingsplicht niet kunnen ingaan op vragen.

Ondanks alle bezwaren wil Nederland méér van dit soort zaken. Vorig jaar opende het Netherlands Commercial Court zijn deuren, een speciale rechtbank waar bedrijven tegen een hoger tarief van dertigduizend euro digitaal, snel en Engelstalig procederen. Deze rechtbank moet ‘een positieve bijdrage leveren aan de concurrentiekracht van de Nederlandse economie en aan de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsplaats’, aldus de Raad voor de Rechtspraak.

Rechters worden zo, na de Belastingdienst, de volgende overheidsdienst die zich moet gaan inzetten om internationale bedrijven aan te trekken. Rechtspraak voor hen die het kunnen betalen. Voor een paar duizend euro per zaak is onze rechtbank ‘open for business’.


De namen van de anonieme rechters zijn bij de redactie bekend. Deze publicatie kwam mede tot stand met steun van het Cornelis Goekoop Fonds, en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Met medewerking van Tim Staal

Correctie 27/03 – Victor en Viorel Topa werden in een eerdere versie van dit artikel per abuis als familieleden aangeduid. De tekst is op dit punt gewijzigd.