Het succes van de IJslandse revolutie

‘Je kunt IJsland niet met Griekenland vergelijken’

Na het instorten van de financiële sector in 2008 ging het IJslandse volk met potten en pannen de straat op om het aftreden van de regering te eisen. Bankiers kwamen voor de rechter en er kwam een nieuwe grondwet. Hoe staat het anno 2012?

Medium ijslandweb

‘In januari 2009 stond dit plein vol met mensen. Duizenden mensen. Ik stond voor dit beeld. Het beeld van onze nationale held Jón Sigurdsson. Hij bevocht de Denen, ik bevocht mijn landgenoten.’ Hördur Torfason is een trots man. Ooit was hij de eerste IJslander die openlijk uitkwam voor zijn homoseksuele geaardheid. Na doodsbedreigingen moest hij het land ontvluchten. Nu is hij het gezicht van de volksrevolutie die de machtige IJslandse elite op de knieën kreeg. Torfason recht zijn rug in de snijdende wind die inmiddels over het Austurvöllurplein in de hoofdstad Reykjavik raast. Net als toen, begin 2009, staat hij recht tegenover het in 1881 opgetrokken IJslandse parlementsgebouw, de Althingi. Na de ineenstorting van de IJslandse financiële sector in 2008 was Torfason de grote organisator van de burgerprotesten die de regering van de rechts-liberale premier Geir Haarde van de Onafhankelijkheidspartij uiteindelijk tot aftreden dwongen: ‘Maar tegenwoordig hou ik me op afstand. Mijn eisen zijn ingewilligd. De toenmalige regering is afgetreden en de top van de Centrale Bank is opgestapt. Er werden nieuwe verkiezingen gehouden en sinds mei 2009 hebben we een linkse regering. We leven in een democratie en nu is het tijd om de huidige politici de kans te geven hun werk te doen.’

Steingrímur Sigfússon is vice-premier en minister van Industrie en Innovatie sinds zijn Links-Groene partij, samen met de sociaal-democraten van huidig premier Jóhanna Sigurdardóttir, na de verkiezingen van mei 2009 de macht overnam. Hij heeft ondertussen een kleine dertig jaar politieke ervaring en wordt door velen gezien als de machtigste man van IJsland op dit moment. Na de potten-en-pannenrevolutie van 2009 zag hij zijn kans schoon om de traditionele hegemonie van de Blauwe Hand, zoals de toen al jaren onafgebroken regerende Onafhankelijkheidspartij in de wandelgangen genoemd werd, te doorbreken: ‘Ik leverde al jaren kritiek op het heersende liberale beleid. Maar nu konden we eindelijk écht aan de slag. Om dingen in perspectief te plaatsen moet je je de enorme schaal realiseren van hetgeen in IJsland heeft plaatsgevonden. We verloren binnen een paar dagen 85 procent van de bancaire sector. Een valutacrisis volgde. We kregen ook nog een sociale en politieke crisis cadeau. Onze taak toen we aan de macht kwamen, in eerste instantie als een minderheidskabinet van 1 februari tot 10 mei 2009, was om de economie te redden, een bankroet te voorkomen en IJsland uit de gevarenzone te trekken. En dat alles moest gebeuren onder druk van de enorme schuld die inmiddels was opgebouwd.’

Terwijl de puinhopen van wat ooit een bloeiende economie was nog rookten, werd de heropbouw van het land verbluffend krachtdadig uitgevoerd. De economie heeft zich sneller dan verwacht hersteld van de enorme klappen die ze te verwerken heeft gehad en de leningen die IJsland kreeg van het Internationaal Monetair Fonds (imf) worden vervroegd terugbetaald. Dat verleidde premier Sigurdardóttir zelfs tot de uitspraak dat IJsland een voorbeeld zou kunnen vormen voor andere crisislanden op het Europese vasteland. Sigfússon geeft echter toe dat de zaken niet zo simpel liggen: ‘Je kunt IJsland niet zomaar met Griekenland vergelijken. We hebben gelukkig genoeg natuurlijke bronnen waarmee we onze concurrentiepositie konden verbeteren na het devalueren van de kroon. De sectoren die min of meer instortten waren financiële sectoren. De bouwindustrie kreeg een zware klap aangezien die oververhit was. Andere economische sectoren waren in de jaren van hoogconjunctuur weggedrukt en hadden moeite om met de banken te concurreren. Voor bijvoorbeeld de hightech-industrie en de vis-industrie was het moeilijk om hoogopgeleide, talentvolle mensen te vinden omdat de banken veel meer konden betalen. Dat is nu natuurlijk wel anders. Er heeft een verschuiving plaatsgevonden van een financiële bubble economy naar de echte industrie. Dat is goed, want het zorgt voor de nodige diversificatie van de economie. Maar wij hebben dat economische wonder als regering niet bewerkstelligd, dat hebben de IJslanders zelf gedaan. Hetzelfde geldt voor het beschermen van de binnenlandse kredieten. De vorige regering introduceerde de noodwet die het mogelijk maakte om de gevallen banken te splitsen en zo het spaargeld van IJslanders wel te beschermen en buitenlandse investeringen niet. Dat was noodzakelijk om een totale meltdown te voorkomen. Maar de rest moesten wij doen. En er moet nog steeds veel gebeuren. IJsland is nog niet uit de crisis.’

In de jaren voorafgaand aan 2008 draaide de economie van het eiland op volle toeren. Met de in 2001 door de Onafhankelijkheidspartij geliberaliseerde financiële sector als aanjager. Door hoge rentes kon buitenlands kapitaal het land in gelokt worden, dat vervolgens weer als lening uitgezet werd bij consumenten. Banken leenden bij elkaar om risico’s op andere leningen af te dekken. Het was een dolgedraaide machinerie, zo vertelt voormalig protestleider Hördur Torfason: ‘In 2006 en 2007 werd het echt te gek. Ik vroeg mensen waarom ze in hemelsnaam kochten wat ze kochten, hoe ze aan dat geld kwamen voor dure kleren, tweede auto’s, zomerhuizen. Van de bank, was steevast het antwoord.’ Het gevolg was een piramidespel dat torenhoge winsten voor de banken, een almaar groeiende economie voor IJsland en een voor consumenten oneindig lijkende voorraad besteedbaar kapitaal opleverde, legt de in IJsland wonende Duitse ondernemer Alexander Schwarz uit: ‘Het was volkomen belachelijk. In een doodgewone boekwinkel in het centrum hebben ze nog steeds de duurste krukken van de Duitse meubelfabrikant Vitra staan. Dat zijn krukken van vijfhonderd euro per stuk. In een boekwinkel!’

Wie in 2012 door de straten van Reykjavik loopt ziet niets meer terug wat doet herinneren aan een land dat vier jaar geleden aan de rand van de afgrond stond. Niets doet denken aan de razendsnelle ineenstorting van de drie grootste IJslandse spaarbanken, de paniek en protesten in de straten van Reykjavik en de val van de regering daaropvolgend. Róbert Bjarnason is directeur van de in 2009 opgerichte burgerrechtenorganisatie Citizens Foundation en kan zich de angst in het land gedurende de laatste maanden van 2008 nog goed herinneren: ‘Dit is een eiland. Mensen waren bang dat de schepen vanaf het vasteland met de noodzakelijke levensmiddelen niet meer hier naartoe zouden komen omdat onze munt niks meer waard was. Toen de banken in elkaar stortten ging mijn grootvader met een zwarte vuilniszak naar de bank en eiste al zijn geld op. Veel ouderen waren doodsbang. Dat duurde maar kort. Maar daarna kwam er een hoop woede los. Die woede was heel divers, vanuit zowel de linkse als de rechtse hoek. Mensen protesteerden drie maanden lang tot de regering in januari 2009 aftrad. Iedereen was boos over hoe dit had kunnen gebeuren.’

De roep om hervormingen was zo luid dat de IJslanders besloten om een compleet nieuwe grondwet op te stellen. Een grondwet die, verrassend genoeg, door de IJslandse burgers zelf is opgesteld en afgelopen oktober na een volksreferendum over de uiteindelijke tekst ter goedkeuring aan het parlement is voorgelegd. Drie comités van willekeurig gekozen IJslanders hebben twee jaar lang aan de grondwetsvoorstellen geschreven. Via Facebook heeft de bevolking van IJsland vervolgens haar goed- of afkeuring erover uitgesproken. Silja Bára Ómarsdóttir, als politiek wetenschapper verbonden aan de Universiteit van IJsland, schreef als lid van een van de grondwettelijke comités mee: ‘In oktober 2010 vond de Nationale Vergadering plaats. De voorstellen waar de Nationale Vergadering mee aankwam, werden de basis voor de wetsvoorstellen die door de grondwettelijke comités zijn uitgewerkt. We hebben het opstellen van de nieuwe grondwet zo transparant mogelijk gehouden. Het hele document ligt nu ter goedkeuring bij het parlement. Het grote verschil met de oude grondwet is dat het nieuwe document niet alleen op politieke en burgerrechten ingaat, maar ook economische en sociale rechten behandelt en daarbij bijvoorbeeld milieuproblematiek aankaart. Verder wordt in de nieuwe grondwet uiteengezet dat er een referendum onder de bevolking nodig is om lid te worden van internationale organisaties als de Europese Unie.’

Ondanks een economische chaos, een in eerste instantie terughoudend imf en harde Nederlandse en Britse veroordelingen van het linkse beleid is het staatsbudget van IJsland inmiddels op orde gebracht door fikse lastenverhogingen en door de introductie van een progressief belastingsysteem. IJsland heeft zijn verzorgingsstaat intact kunnen laten, de werkloosheid in kunnen perken en de binnenlandse consumptieve bestedingen redelijk op peil gehouden. Er is inmiddels een speciaal aanklager aangesteld om te onderzoeken of de bankiers crimineel hebben gehandeld of niet. En de economie groeit weer. Zelfs het imf is enthousiast over de wonderlijke economische heropstanding van de eilandstaat en voorziet dit jaar een groei van 2,4 procent. ‘IJslands volharding in de uitvoering van zijn programma, de beslissing om de verliezen van de banken op de schuldeisers af te wentelen in plaats van op de belastingbetaler en de bescherming van de sociale welvaartsstaat, die de werkloosheid onder controle hield, heeft het eiland op weg naar de redding gezet’, zo is te lezen in een in augustus gepubliceerd rapport.

Toch is er ook veel kritiek op de regering. De belastingverhogingen treffen vooral hogere inkomens en bedrijven en houden daarom buitenlandse investeringen in IJsland tegen, zegt Haraldur Birgisson van de IJslandse Kamer van Koophandel. Hij bladert door een powerpoint-presentatie: ‘Zie je die grafiek? We moeten meer economische groei genereren, anders kunnen we over een paar jaar onze schulden niet meer betalen. Ons handelstekort is op dit moment te groot. Na de crisis heeft de regering er alles aan gedaan om kapitaal in het land te houden, door verregaande _capital control-_maatregelen. Buitenlanders mogen wel investeren in IJsland, maar de winst mag IJsland vervolgens maar heel beperkt verlaten. Er is op dit moment naar schatting zeshonderd miljard kroon aan buitenlands geld opgesloten in IJsland. De opties hiervoor zijn heel beperkt, want je kunt je geld op een IJslandse rekening laten staan tegen heel lage rente of investeren in gunstigere staatsobligaties. De staat financiert zichzelf zo op een bijzonder lucratieve manier. Veel buitenlandse bedrijven die IJslandse kronen bezaten hebben in staatsobligaties geïnvesteerd. Dus veel van deze investeringen in IJsland zijn eigenlijk gedwongen, ze zijn niet gebaseerd op een analyse van de reële investeringsmogelijkheden.’

Een tweede probleem is volgens Birgisson dat de regering te ver is doorgeschoten in de nieuwe, progressieve belastingwetgeving en de afgelopen jaren te veel maatregelen heeft geïntroduceerd die het belastingsysteem onnodig compliceren: ‘Er zijn mensen binnen de IJslandse zakenwereld die ervan overtuigd zijn dat het hier niet meer draait om het aanpakken van de crisis, maar om een ideologisch project. Als je economie moet groeien, dan moet je de mensen die daadwerkelijk investeren niet al te erg belasten. Daarbij worden verschillende maatregelen, zoals de nieuwe belasting op rijkdom, die in eerste instantie tijdelijk zouden zijn, steeds verlengd. Veel mensen die geraakt worden door deze belasting, die vrij hoog is, hadden hier gezien de crisissituatie geen problemen mee. Toen de regering de noodmaatregelen met een paar jaar verlengde begon men toch wantrouwig te worden. Maar dat neemt niet weg dat de huidige regering uitstekend werk heeft verricht in het onderhandelen met het imf en het voorkomen van een faillissement van IJsland. Het probleem is dat we als land op dit moment geen plan voor de toekomst hebben. Daar leveren traditionele sectoren als de visserij en relatief nieuwe sectoren als toerisme simpelweg niet genoeg economische groei voor op.’

De door aardwarmte verwarmde spa Blue Lagoon is een van de grootste toeristentrekkers van IJsland. Hij ligt strategisch perfect, tussen de hoofdstad Reykjavik en de internationale luchthaven Keflavík. De spa zit zelfs tijdens de snel kouder wordende herfstmaanden nog vol met toeristen. Grimur Saemundsen speelt als ceo van de Blue Lagoon en als vice-voorzitter van de IJslandse Werkgeversassociatie een belangrijke rol in de IJslandse zakenwereld. Hij is tevreden over hoe de zaken gaan voor zijn Blue Lagoon: ‘Onze bezoekersaantallen lopen gestaag op. De toeristensector van IJsland is de laatste jaren gegroeid en haalt ondertussen meer dan twintig procent van alle buitenlandse kapitaal het land binnen. Ik begrijp dan ook niet wat meneer Birgisson bedoelt met zijn opmerking dat toerisme niet genoeg oplevert voor de economie. Maar waar hij wel degelijk gelijk in heeft is dat deze linkse regering de crisis misbruikt voor andere doelen dan alleen het bestrijden van de gevolgen van die crisis. Ik begrijp niet dat het bedrijfsleven moet boeten voor de fouten die de banken gemaakt hebben. Dit is geen pragmatische politiek meer, dit is ideologie.’

Zijn kritiek wordt breed gedeeld door vooraanstaande spelers binnen de IJslandse zakenwereld. Saemundsen: ‘Ik begrijp ook wel dat de verzorgingsstaat beschermd moest worden. Dat in de aanpak van een crisis als deze de lage inkomens en sociale voorzieningen ontzien moeten worden. Wie kan daar tegen zijn? Maar Sigfússon zit al langer in de politiek dan vandaag. Hij heeft de crisis misbruikt om de macht te grijpen.’

Zittend vice-premier Sigfússon moet lachen om de aantijgingen vanuit de zakenwereld aan het adres van zijn coalitieregering: ‘De Onafhankelijkheidspartij was heel blij dat wij degenen waren die hun puinhopen mochten opruimen. Maar om onze crisisaanpak een ideologisch project te noemen? Zij hebben de banken geprivatiseerd, zij gaven de banken uit handen aan individuele groepen, aan rijke families. Wou je beweren dat dat geen ideologie is? Zij hebben IJsland praktisch geruïneerd uit naam van dit neoliberale experiment. Als socialist en als groene politicus had ik maar beperkte ruimte voor ideologie. Ik moest een crisis oplossen, pragmatisch zijn. Ik was bijvoorbeeld nooit een fan van het imf. Maar ik heb gemerkt dat ze veel flexibeler kunnen zijn dan ik dacht. We introduceerden een belasting voor rijke families, we verhoogden de belasting op bedrijfswinsten en de belasting op tabak en alcohol. We hebben een boel gedaan. Om een lening te krijgen moet je zo’n imf laten zien dat je niet met de boeken gaat knoeien en de problemen zult aanpakken. De politieke rechterflank stelde dat we de economie om zeep zouden helpen. Daar bleken ze toch mooi ongelijk in te hebben.’

Het kan echter verkeren in de politiek, want ondanks de gunstige cijfers en de lovende woorden van het imf blijkt uit recente peilingen dat de Onafhankelijkheidspartij aan een opmars bezig is. De bezuinigingen raken volgens critici te veel mensen en de IJslandse media laten zich kritisch uit over het gevoerde beleid. En als links-progressief al na één regeringstermijn de macht weer uit handen moet geven, kan een terugkeer van de Blauwe Hand een bedreiging vormen voor de net nieuw geschreven grondwet van IJsland, waarschuwt Silja Bára Ómarsdóttir: ‘De huidige regering moet de grondwet goedkeuren. Maar vervolgens moet exact hetzelfde document ook door de nieuwe machthebbers goedgekeurd worden om effectief te worden.’

Betekent dit dat de potten-en-pannenrevolutie voor niets is geweest? ‘Nee’, zegt Róbert Bjarnason van burgerrechtenorganisatie Citizens Foundation stellig, ondanks zijn scepsis wat betreft de flexibiliteit van een eventuele nieuwe, rechts-liberalere regering: ‘De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat onze activiteiten meer steun krijgen uit de linkse hoek. Maar het nieuwe sociale contract had het doel om de verzorgingsstaat te beschermen en de zwaarste lasten op de sterkste schouders te leggen. Nou, die verzorgingsstaat is er nog gewoon en voor de middenklasse is de belasting uiteindelijk niet zo heel veel gestegen. Daarbij denk ik persoonlijk dat de macht zo dicht mogelijk bij de stemmers moet liggen. En daar hebben we goede stappen in gezet met nieuwe vormen van participatie en directere besluitvormingsroutes. Er is nu op politiek niveau een ideologische strijd gaande over de richting van IJsland in de toekomst. Maar het voornaamste gevolg van de crisis en de revolutie is eigenlijk dat mensen weer met politiek bezig zijn. Politici en bedrijven komen nu echt niet meer weg met dingen waar eerder niemand in IJsland zich voor interesseerde.’

Het begrip revolutie moet je volgens Bjarnason dan ook relativeren. Net als de hernieuwde opmars van de Onafhankelijkheidspartij die het land volgens haar linkse critici juist in de crisis heeft gestort: ‘Sommige mensen blijven nu eenmaal conservatief denken, anderen progressief. Weet je, sommige mensen wilden na de crash een directe democratie invoeren en alle partijpolitiek afschaffen. Ik persoonlijk werd daar een beetje bang van. Dan moet iedereen stemmen over alles, hoe krijg je dat voor elkaar? Daarbij, als je geld hebt, kun je zo’n systeem makkelijk corrumperen. We zien wel wat de toekomst brengt, maar politici hebben we gewoon nodig. Of ze nu links of rechts zijn. Belangrijkste is dat het IJslandse volk zich nu eindelijk weer oprecht bekommert om politiek en samenleving.’


Foto: DANIEL ROSENTHAL / Laif / HH
Bijschrift: Moderne geothermische centrale in Hellisheidi. IJslands goedkope energie trekt energie-intensieve industrieën zoals de aluminium-industrie