Verarmd uranium als wapen

«Je kunt net zo goed een atoombom gooien»

Volgens de Navo is er geen verband tussen verarmd uranium en leukemie bij de Joegoslavië-veteranen. Wetenschappelijk onderzoek toont echter het tegendeel aan. Intussen dreigt het uranium de Navo te splijten.

Het was waarachtig een wonder, en het gebeurde tijdens de Golfoorlog, ergens in de Iraakse woestijn. Tijdens de snelle opmars van een Amerikaanse tankdivisie bleef een M1A1-«Abrams»-tank steken in het zand. De divisie besloot de tank en de bemanning achter te laten omwille van het door generaal Schwarzkopf verordonneerde blitz-effect dat hen heiliger was dan hun makkers. De Iraki’s roken hun kans. Terwijl de rest van de Amerikanen verder stoomde richting Bagdad, werd de eenzaam achtergebleven Abrams omsingeld door drie Iraakse t-72’s van Russische makelij. De t-72-tanks vuurden, maar alle granaten ketsten af op de bepantsering van de Abrams. Toen was de beurt aan de Abrams, die niet meer voor- of achteruit kon. Met slechts één granaat werd een van de t-72’s opgeblazen; de explosie was zo heftig dat de geschutskoepel van de romp werd gescheiden. De Irakezen sloegen op de vlucht. Tevergeefs. De tweede t-72werd geraakt in zijn achterste, waarop motor en brandstof explodeerden. De derde tank verborg zich achter een zandheuvel. De Abrams vuurde er dwars doorheen, en zo vloog ook de laatste Irakese belager met man en muis in de lucht.
Het geheime wapen: verarmd uranium. Zowel in de bepantsering van de Abrams als in de kop van zijn 120mm-granaten. Wegens het hoge soortelijk gewicht is verarmd uranium zeer in trek bij ontwerpers van wapentuig. Het is haast ondoordringbaar en het raast door het zwaarste pantserstaal. De 120mm-granaten van de Amerikaanse M1A1 zijn voorzien van een uraniumpenetrator: een staaf in de kop, omhuld met een dun laagje metaal. De inslag van een uraniumgranaat veroorzaakt een immense hitte. «Binnenin de tank is het een douche van brandend uranium. Wie erin zit komt er niet meer levend uit», zegt een Amerikaanse wapenexpert. Door de hitte komen bovendien de brandstofvoorraden en de munitie tot ontbranding. Op internet circuleert een afgrijselijke foto van een «ge-uraniseerde» t-72. Links onderin het kleine gat waardoor de granaat binnendrong. Uit de geschutskoepel steekt het bovenlichaam van de tankcommandant, zijn armen rusten op de bepantsering. Alsof hij even een luchtje schept. Alleen: hij is volledig zwartgeblakerd. Zijn uniform is verpulverd, in zijn zwarte gezicht zijn alleen nog zijn tanden wit. Levend verbrand. «Hoog-kinetische penetratie», heet dat in Navo-jargon.
Dat is niet het enige verontrustende aan verarmd uranium. In Europa is grote beroering ontstaan nu jonge Joegoslavië-veteranen sterven aan leukemie. In Italië, waar eind december de onrust begon, zijn zeven militairen overleden, in België vijf, in Spanje vier en in Nederland twee. Drie soldaten zouden leukemieverschijnselen vertonen, een heeft lymfeklierkanker. De officieuze cijfers zijn veel hoger. In België worden 22 sterfgevallen geweten aan verarmd uranium, in Spanje negen. De angst heerst dat het licht radioactieve verarmd uranium de oorzaak zou zijn van die sterfgevallen. Ook klachten als chronische vermoeidheid, ademhalingsproblemen, haaruitval en concentratiestoornissen worden toegeschreven aan wat het Balkan-syndroom is gaan heten.
Verarmd uranium is een afvalproduct en dus lekker goedkoop. Het enige militaire alternatief is een koper-wolfraamlegering, en die is zeker tien keer duurder. Voor nucleair gebruik wordt natuurlijk uranium, dat overal ter wereld in de aardkorst voorkomt, verrijkt met het isotoop U235. Wat overblijft is verarmd uranium, voornamelijk bestaand uit U238, dat zestig procent minder radioactief is dan de natuurlijke variant. De radioactiviteit die het uitzendt, bestaat voor het grootste deel uit alfastraling, die niet door de huid heen kan dringen, en verder uit bètastraling, die tegengehouden kan worden met een dun laagje metaal. De zeer doordringbare gammastraling is bij U238 relatief ongevaarlijk. Althans: zolang het uranium buiten het menselijk lichaam blijft. Het gevaar schuilt ’m in wat verarmd uranium juist zo succesvol maakt in het militaire bedrijf: zijn zelfontbranding bij inslag. Daardoor ontstaat heel fijn stof (uraniumoxide) dat via ademhaling of wonden makkelijk het lichaam kan binnendringen. Inwendig heeft de radioactiviteit een verwoestende werking. Bovendien is uranium, ook de verarmde variant, een giftig metaal. Wie de rook inademt, raakt zowel vergiftigd als radioactief besmet.

De Navo claimt dat officiële, dat wil zeggen: door het Amerikaanse en het Britse ministerie van Defensie geëntameerde onderzoeken nooit een wetenschappelijk verband hebben aangetoond tussen verarmd uranium en leukemie. Mark Laity, de eeuwig glimlachende Navo-woordvoerder, verscheen onlangs op CNN om eens en voor altijd duidelijk te maken dat verarmd uranium geen gevaar oplevert voor de gezondheid van wie dan ook. «Er is geen enkel risico. Het wordt gebruikt in het ziekenhuis! Voor x-rays! Je moet 250 uur continu het binnenste van een granaat vasthouden wil je iets merken. Het komt in grote hoeveelheden in de natuur voor. You’re breathing it now! I’m breathing it now!»
De Navo raakt echter steeds dieper verzeild in een zelfgelegd mijnenveld. Op 16 juli 1999 stuurde de Navo een document aan alle landen met militairen en hulpverleners in Kosovo waarin werd gewezen op het «mogelijk toxische gevaar» van verarmd uranium. Pas op 7 februari 2000 meldde lord Robertson, secretaris-generaal van de Navo, aan VN-baas Kofi Annan dat er inderdaad gebruik was gemaakt van DU-munitie. Met de brief werd een kaartje verzonden van plaatsen waar de a-10-«tankbusters» met hun radioactieve munitie in actie waren gekomen. Beide zijn in handen van deze krant. Pas een maand later werd het gebruik van verarmd uranium in brede kring bekend.
In de brief van lord Robertson aan Annan wordt gewag gemaakt van verarmd uranium als «a non-critical by-product of the uranium refining process». Dat is in tegenspraak met de waarschuwing voor het toxische gevaar op 16 juli. Dat Annan himself moest bedelen om informatie bij Robertson toont dat het VN-team voor onderzoek naar radioactieve straling en milieuschade in Kosovo weinig medewerking van de Navo ondervond. Inmiddels hebben de VN-onderzoekers tussentijds gerapporteerd. Er is verhoogde straling gemeten en de commissie roept op tot voorzichtigheid rond plekken waar verarmd uranium is gevonden.
Ook werd duidelijk dat de Britse regering al in 1991 op de hoogte was van de gevaren. Tijdens de Golfoorlog kregen Britse soldaten —het Verenigd Koninkrijk voert eveneens ura nium munitie — veiligheidsinstructies uitgereikt. De Amerikanen wisten zelfs al voor de Golfoorlog dat verarmd uranium schadelijk was, maar hielden dat voor zich. Ook voor de eigen troepen.
Met haar halsstarrige ontkenningen van een mogelijk verband tussen leukemie en verarmd uranium slaat de Navo opnieuw de plank mis. Het verband tussen dodelijke kankervormen en radioactieve straling wordt door de wetenschap onderschreven. En er zijn studies voorhanden die dramatische conclusies trekken uit een inwendige besmetting met verarmd uranium.
Na de Golfoorlog bleken ongeveer 50.000 van de meer dan 700.000 Britse, Canadese en Amerikaanse veteranen ziek. Hun klachten liepen uiteen. Chronische vermoeidheid, verlammingsverschijnselen, zware en constante hoofdpijn, geheugenverlies, virusziekten, haaruitval, diarree, incontinentie en depressiviteit: het Golfsyndroom, nauwelijks onder één noemer te vatten. Over sterfgevallen doen wilde geruchten de ronde. Sommige schattingen gaan zelfs uit van 16.000 doden, maar de ministeries doen daarover geen uitspraken. Jarenlang hielden de regeringen zich doof voor de klachten van hun oud-soldaten. Eind 1996 werd eindelijk begonnen met onderzoek. Als een van de mogelijke oorzaken (naast gifgas, rook van brandende oliebronnen en verkeerde vaccins) werd het gebruik van uraniumhoudende munitie genoemd. Honderden, misschien zelfs duizenden soldaten verkeerden zonder adembescherming in de rook van kapotgeschoten voertuigen; een compagnie moest voertuigen schoonmaken die later besmet bleken; dertig soldaten overleefden een beschieting door eigen troepen en ademden niet alleen uranium oxide, maar hebben tot op de dag van vandaag uraniumsplinters in hun vlees. Onderzoekers van de ministeries van Defensie konden geen zuiver wetenschappelijk verband vinden tussen uranium en de klachten. Wel zagen ze dat verarmd uranium in het lichaam van ratten leidde tot tumor achtige gezwellen die de voorbode zouden kunnen zijn van kanker; dat uraniumdeeltjes in het lichaam oplosten en zich via de longen een weg baanden naar de ingewanden om uit te komen in de nieren en de botten en soms zelfs de hersenen, en dat ze via de placenta werden doorgesluisd naar het nageslacht. De onrustbarende bevindingen werden niet wetenschappelijk erkend.

In 1999 werd de Canadese chemicus prof. dr. Hari Sharma, emeritus hoogleraar aan de universiteit van Waterloo (Ontario) benaderd door het Military Toxics Project, een actiegroep, om onderzoek te doen naar urinemonsters van een aantal zieke Amerikaanse, Britse en Canadese veteranen. Wat hij aantrof, schokte hem zo dat hij besloot ook Irakezen te onderzoeken. De urine monsters smokkelde hij het land uit. Sharma ontwikkelde een ingenieuze methode om verarmd uranium in urine aan te tonen — iets waar de defensieonderzoekers grote moeite mee hadden. «Ze hebben niets gepresteerd. Ik ben daar nog steeds verbaasd over», zegt hij vanuit Waterloo. Hij vond tot honderd maal hogere waarden U238 dan normaal. «Je kunt een pond verarmd uranium in je zak dragen zonder veel last te hebben. Maar in je lichaam richt het enorme schade aan. Deze mensen waren acht jaar geleden aan uranium blootgesteld; sinds die tijd plasten ze dag in dag uit deeltjes uit. En toch vond ik die vernietigende waarden.»
De halveringstijd van uranium is 4,4 miljard jaar. De biologische halveringstijd (de tijd die verstrijkt totdat orgaanweefsel niet meer beschadigd raakt) moest volgens de Amerikaanse defen sie onderzoekers gesteld worden op vijfhonderd dagen. Onmogelijk, zo bleek uit Sharma’s resultaten. Aan de hand van sectie op het lichaam van iemand die vele jaren lang in een militair-nucleaire fabriek had gewerkt, kon hij bepalen dat de biologische halveringstijd minstens tien jaar was. «Uiteindelijk kwam ik tot een kans van tien procent dat iemand die flink blootgesteld is aan verarmd uranium sterft aan een vorm van kanker. Waarschijnlijk leukemie of lymfeklierkanker.»
Met de Irakese monsters bleek het nog erger gesteld. In Bagdad heersten geen verhoogde waarden, maar in Basra wel. Hoger dan bij de veteranen. «Ik begreep hoe dat kwam toen collega’s in Koeweit me meldden dat ze tot drie jaar na de oorlog een verhoogde uraniumconcentratie in de atmosfeer hadden gemeten. Dat betekent dat uraniumstof veel langer blijft hangen en zich veel verder verspreidt dan we dachten.» Zijn risicoanalyse voor Basra kwam schrikbarend overeen met de werkelijkheid. Sharma voorspelde dat van de 800.000 inwoners meer dan 20.000 zouden sterven. De laatste keer dat hij de stad bezocht, was het aantal kankergevallen vervijfvoudigd. «Ik zag de statistieken: het is een epidemie.»
Sharma stuurde zijn rapport aan alle regeringsleiders van de Navo-staten, vergezeld van een brief waarin hij stelt dat op grond van zijn bevindingen tussen de 20.000 en 100.000 Golfoorlog-veteranen een fatale vorm van kanker zullen krijgen. Sharma: «Je kunt eigenlijk net zo goed een atoombom gooien. Dan sterven 30.000 mensen in een keer. Nu moet een veelvoud daarvan langdurig lijden voordat ze doodgaan. DU-wapens zijn een schending van de mensenrechten en moeten uit het Navo-arsenaal verwijderd worden.»
De conclusies van Sharma’s onderzoek worden uiteraard van staatswege bestreden. «Maar niemand heeft de resultaten nog wetenschappelijk onderuit kunnen halen», zegt hij. Onlangs kreeg hij bezoek van een groep onafhankelijke wetenschappers. Die twijfelen aan de betrouwbaarheid van zijn methode, maar willen die verbeteren en er dan mee verder werken. Het is de vraag of Sharma daar zelf aan zal meedoen. Hij wil wel, maar het wordt hem onmogelijk gemaakt. Op 15 juli vorig jaar, toen hij net begonnen was met een nieuw onderzoek, kwamen drie medewerkers van de universiteit zijn laboratorium binnenstormen. Er werd beslag gelegd op alle apparatuur. «Ze hebben zelfs bij me thuis rond geneusd. Ik heb nooit een steekhoudende verklaring gekregen. Misschien was het die brief die ik heb rondgestuurd. Of moet het gevaar van verarmd uranium verborgen blijven?» Sharma is van plan de zaak uit te vechten voor de rechter. «Ik wil verder met het onderzoek.»

Intussen dreigt het uranium de Navo te splijten. In Italië is de kwestie uitgemond in een politieke rel. De Italianen staan op de achterste benen en eisen tekst en uitleg van de Amerikanen. Ook de Belgen willen verhaal halen. EU-voorzitter Romano Prodi heeft geëist dat munitie met verarmd uranium verdwijnt uit de wapenarsenalen als ze ook maar het geringste risico oplevert voor de militairen. Deze week zullen drie vergaderingen op hoog niveau plaatsvinden over de kwestie. Het zouden weleens de scherpste uit het bestaan van de Navo kunnen zijn. En dat terwijl het best zou kunnen meevallen met de uraniumbesmetting van de Joegoslavië-veteranen. Hun angsten vindt Sharma begrijpelijk, maar er moeten niet te snel conclusies worden getrokken. Sharma: «Er is veel minder uranium afgeworpen dan tijdens de Golfoorlog en de troepen hebben niet in de uraniumrook gestaan. Bovendien is de Navo aardig om de tuin geleid en hebben de a-10’s vooral geschoten op kartonnen dummy’s. Dan hoeft een granaat niet door bepantsering heen en komt er veel minder uraniumoxide vrij.»
Maar de Joegoslavië-gangers hebben zeker risico gelopen. Uit documenten die het Nederlandse ministerie van Defensie aan De Groene Amsterdammer beschikbaar heeft gesteld, blijkt weliswaar dat Nederlandse militairen vroegtijdig redelijk op de hoogte werden gesteld van de risico’s, maar bij het aantreffen van «harde doelen» die besmet kunnen zijn, moet slechts binnen een straal van twintig meter beschermende kleding en mondbescherming worden gedragen, aldus de instructies. Volgens Sharma kan uraniumoxide zich echter over veel grotere afstanden verplaatsen. Bij een testsite in de VS werd op 42 kilometer van de explosie nog uraniumstof aangetroffen.

De Navo-top heeft veel vragen te beantwoorden. Wat zijn de werkelijke gevaren van verarmd uranium? Waarom heeft de Navo zo lang ontkend dat aan DU risico’s verbonden waren? Waarom hebben de instructies zo lang op zich laten wachten? En, niet de minste vraag: waarom heeft de Navo pas een maand na het binnentrekken van de eerste troepen (12 juni 1999) gewaarschuwd voor slechts de giftigheid van verarmd uranium? Juist in die eerste maand was de concentratie uraniumoxide het hoogst en dus het risico het grootst.
Defensie-staatssecretaris Van Hoof bewandelt intussen de Nederlandse weg. Hij confronteert niet, maar pleit voor onderzoek naar de schadelijke effecten van verarmd uranium. Internationaal en uitgevoerd door een onafhankelijke instantie. Hari Sharma doet het graag.