Mens versus dier: De vleermuis

‘Je kunt niet beschermen waarvan je niet weet waar het zit’

‘Er zitten hier heel veel vleermuizen’, verzekert een voorbijgangster René Janssen van Stichting Ecologisch Vleermuis Onderzoek Nederland (Sevon). Janssen onderzoekt in het Limburgse Melick energieneutrale woningen die gerenoveerd zijn volgens de nom-keur (Nul Op de Meter). De paar nom-woningen in de straat zijn gemakkelijk herkenbaar, dankzij een extra gevel zonder gleuven of kieren en een extra dak zonder schoorsteen of dakpannen, maar met glinsterende zonnepanelen. ‘Isoleren is natuurlijk belangrijk’, zegt Janssen, ‘maar door een huis zo in te pakken worden vleermuizenkolonies opgesloten of raken ze hun woonruimte kwijt. Nergens zit meer een invliegopening.’

De nom-woningen in deze wijk vormen een pilot van de ‘Deal Stroomversnelling’, waarbij ‘ten minste’ 111.000 woningen op deze manier worden aangepakt. Dieren als mussen, gierzwaluwen, steenmarters en vleermuizen worden tijdens een nom-renovatie verwijderd, waarvoor volgens de Wet natuurbescherming bij ieder project apart ontheffing moet worden aangevraagd. Om dat te voorkomen ontwikkelde Stroomversnelling (inmiddels een vereniging) de ‘Gedragscode Natuurinclusief Renoveren’. Het volgen van de code stelt bouwers verder vrij van dit papierwerk. ‘Europees beschermde diersoorten worden vogelvrij verklaard’, vindt Janssen echter.

Hij wijst omhoog, naar wat je bij een normaal huis de dakgoot zou noemen, hier een witte ijzeren balk met aan de onderkant drie gaatjes. Waarschijnlijk de ingangen van een huismussen- en gierzwaluwkast; vervangende woonruimte voor dieren krijgt veel nadruk in de gedragscode. Maar vleermuiskasten blijken hier afwezig. Bovendien werken vleermuiskasten volgens Janssen niet voor twee van de drie meest voorkomende gebouwbewonende soorten: de laatvlieger en de meervleermuis, en ‘daar gaat het al niet goed mee in Nederland’. Bovendien leveren de in de gedragscode opgenomen onderzoeksmethoden ook nog eens geen betrouwbare vleermuisdata op. ‘Je kunt niet beschermen waarvan je niet weet waar het zit. En toch keurt de minister zo’n onduidelijke gedragscode goed.’

Op 6 september komt de zaak van Sevon tegen de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) voor. Eis: de goedkeuring voor de gedragscode moet van tafel. Want ‘renoveren moet zo gedaan worden dat vleermuizen de bescherming krijgen die ze volgens Europees recht verdienen’, vindt Janssen.

De nom-huizen in Melick contrasteren sterk met de andere huizen: ze steken uit, bestaan grotendeels uit metaal en ook qua kleuren (zwart, geel, rood, paars, poepbruin) wijken ze af van de bakstenen jaren-zestighuizen in de rest van de straat. Maar het opvallendste verschil: waar de niet-gerenoveerde huizen het middelpunt vormen van zwermen kwetterende gier- en huiszwaluwen en huismussen, heerst rond de NOM-huizen een doodse stilte. Zouden vleermuizen er dan wél willen wonen?