‘je maakt het nooit in amerika’

Gesprek met de schrijver van Los Boys. Vertaald door Peter Abelsen, uitgeverij Prometheus, 190 blz., 329,90
SOMS BEDONDERT de herinnering aan een verhaal even het geheugen. Bij lezing van een boek reconstrueert het brein het verhaal als een film. Je herinnert je de gezichten van de hoofdrolspelers, de huizen en de straten waarin ze woonden, hun manier van bewegen, hun mond alsof je die in de bioscoop hebt gezien. Jaren of soms al weken later belandt je in een situatie die doet denken aan het verhaal en in je hoofd zoek je koortsachtig naar de beelden op het witte doek. Waar zag je de film ook al weer en met wie?

De verhalenbundel Los Boys van de Amerikaan Junot Diaz (27) roept zo'n ‘als een film’-ervaring op. Op veertienjarige leeftijd kreeg deze inwoner van de Dominicaanse Republiek een enkele reis richting het beloofde land Amerika en in zijn verhalen vertelt hij van een klein brutaal wijsneusje (wiens eerste schoolopstel de titel My Father, the Torturer droeg) dat eerst opgroeit op het Caribisch eiland en later in New York, in de onderste regionen van de samenleving. Het zijn geen overgevoelige knaapjes noch stoere macho’s die de lezer krijgt voorgschoteld, maar herkenbaar vertwijfelde jongelingen die experimenteren met stoere gedachten en de plotselinge lust naar meer dan alleen de moederliefde.
Een paar maanden geleden verscheen van zijn stadgenote Saphire ook al een boek over het donkere Newyorkse gettovolk. In haar in slang geschreven Push doet een zielige, HIV-geïnfecteerde, zwarte tienermoeder haar treurige relaas. Maar Saphire had een zwakke plek. Ze was een onderwijzeres die schreef over wat haar leerlingen meemaken. Junot Diaz (27) heeft meer street-credibility en dat maakt hem hot. Zijn verhalen laten zien dat een zwarte immigrant uit het getto ook maar een gewoon mens is, met gevoelens en zo. Zijn droge, poëtische schrijfstijl nodigt eerder uit tot een vergelijking met John Steinbeck dan met het taalgebruik dat we kennen uit de gangstaraps.
Maar, zo verzekert de schrijver, hij is wel degelijk heel erg cool. 'Ik ben veel harder dan mijn hoofdpersoon’, zegt Diaz, 'ik ben een bruut, veel extremer dan de ik-figuur. Ik weet hoe je moet vechten, hoe je bokst of met een pistool schiet. Dat leer je op straat, man. Yeah, het was behoorlijk wild.’
Hoewel. Junot Diaz blijkt al heel lang in een deel van Brooklyn te wonen waar de verschillende bevolkingsgroepen, gemeten naar Newyorkse maatstaven, in grote harmonie samenleven. En de eerste plek waar hij zijn op straat verworven kennis in de praktijk bracht, was Cornell, een van de zes belangrijkste Amerikaanse universiteiten. Hij studeerde er af in de postkoloniale geschiedenis.
Diaz: 'Het leven is hard en ik denk dat mensen heel snel hard worden. Maar als je een boek leest, is de hoofdpersoon vaak heel gevoelig en angstig. Zo'n figuur wou ik niet. Ik wilde een jochie dat gehard wordt, dat leert dat je niet zomaar aardig kan doen zonder met je te laten sollen. En toch mocht hij ook wel wat voelen. Het moest een portret worden van zo'n jongen waar je op straat verschrikt voor wegduikt, maar die opeens heel menselijk blijkt te zijn, net als jij en ik.’
Junot Diaz is moe. Geestelijk uitgeput. Dit is het laatste interview van zijn promotietour. En hij heeft een probleem. Hij geeft toe dat het een beetje melodramatisch klinkt maar de jonge schrijver voelt zich van zijn vrijheid berooft. Diaz: ’ Ik ben al een maand op tournee. Wat een gedoe. Vóór mijn succes was ik vrij, nu niet meer. Eerst was ik gewoon iemand die schreef, maar nu moet ik een schrijver zijn. En ik ben me ervan bewust dat ik gewoon geluk heb gehad, ik verkocht een verhaal aan een tijdschrift en de redacteur was zo enthousiast dat ze het gerucht over een nieuwe sensatie verspreidde. De hype in de Verenigde Staten en Engeland is nu zo groot dat de druk enorm is geworden. Het maakt me meer behoedzaam en gesloten.’
GEROUTINEERD draait Diaz vervolgens zijn verhaal af over de verhoudingen tussen de verschillende kleuren van de Verenigde Staten. Diaz: 'Klasse speelt een grote rol in de rassenscheiding. Als we nou eens gewoon eerlijk waren en toegaven dat er een grote groep machtige witte blanken bestaat naast een hele hoop arme zwarten, dan konden we vanaf dat punt vertrekken om er iets beters van te maken. Laten we praten over de dingen die echt aan de hand zijn en niet zoals veel blanken roepen: “Jij bent arm en dat is je eigen fout.”
We zien niet eens dezelfde werelden. Ik denk dat er in de geschiedenis maar een paar momenten zijn waarop alle mensen de wereld even op dezelfde manier zien. De dag van het Rodney King-incident was zo'n moment. Wat een aantal mensen in feite deed schrikken, was dat ze voor de eerste keer de èchte wereld zagen. Onze wereld, waarin blanke agenten zonder aanleiding onschuldige zwarte mannen afranselen. Dàt is onze wereld, zo is het elke dag. Die ene bril waar we even allemaal tegelijk door keken, bracht ons samen.
Ik ben een optimist. Mensen leren. Steeds vaker gaan ze de dialoog aan. Zelf ben ik actief in diverse organisaties die iets voor de latino-gemeenschap proberen te doen. Ik ga elk jaar terug naar de Dominicaanse Republiek en doe er alles wat de gemeenschap me vraagt te doen. Maar als schrijver probeer ik mezelf geen taak toe te bedelen. Missies zijn slecht, ik probeer mijn hart te volgen. Mijn boek is bedoeld als een realistisch, historisch document over de strijd. Ik wou er niet over liegen. Ik had mijn kleine broertje nooit meer kunnen aankijken als ik hem een happy end had voorgelogen. In mijn boek gaat erom dat de strijd nú plaatsvindt.’
DIAZ LIGT niet wakker van het schrikbeeld van de blanke, goed opgeleide vrouw die zijn boek koopt om eens een echt authentiek verhaal uit zo'n vreselijk getto te lezen.
Diaz: 'De meeste mensen kopen een boek niet om de inhoud. Of niemand leest je, of plotseling voelen mensen de behoefte je te lezen vanwege een of andere stupide reden. Een hype kun je niet controleren. Maar wat je wel kan controleren is het moment dat iemand de eerste bladzijde begint te lezen. Praat je ze daar naar de mond, dan wordt je een native informer, een van de inboorlingen zoals je die in oude films over Afrika ziet, die als tolk fungeert tussen de blanken en de inlanders.
Ik heb dit boek niet als een gids voor blanken geschreven. Ik schreef dit boek als literatuur. Op elke bladzijde heb ik als schrijver met literatuur geworsteld. Je kunt echter niet voorkomen dat mensen je boek kopen omdat ze zich schuldig voelen of denken: “Leuk, exotisch!” Maar als ze in de Verenigde Staten mijn boek hebben gelezen, denken ze: “Jezus Christus, dit boek is helemaal niet exotisch.”
Ik heb universele ervaringen beschreven. We worden verliefd, gaan uit elkaar, we zijn arm of rijk. We hebben zo veel gemeen. Dat is wat werkelijk belangrijk is. In Engeland kwam er een blanke vakbondsman van rond de vijftig op me af. Hij had zijn gereedschap nog in zijn zakken zitten. Hij schudde me de hand en zei: “Ik hou van dit boek, het herinnerde me aan mijn eigen jeugd.” Die man was wit!’
Hoe is Diaz aan zijn aparte, droge taalgebruik gekomen? Enthousiast veert de jonge schrijver op en vergeet dat het punt nadert waarop hij een vliegtuig gaat missen.
Diaz: 'Binnen een paar maanden nadat we in New York waren aangekomen, kon ik Engels lezen, maar het duurde twee volle jaren voor ik een fatsoenlijke zin kon uitspreken. Ik was me er te zeer van bewust dat ik een taal aan het verwerven was. Ik onthield elk woord dat ik leerde en waar ik het voor het eerst hoorde. Dat is beangstigend. Het veranderde mijn relatie met taal in de zin dat ik woorden heel lang ging afwegen voor ik ze durfde te gebruiken. Maar daarmee is wel mijn passie voor de taal ontstaan.’
Is hij zelf een geslaagd voorbeeld van een immigrant die de Amerikaanse droom leeft?
'Nee man! De Amerikaanse droom is niets meer dan een overlevingsmiddel. Want je maakt het nooit, je arriveert nooit in dit land. Elke minuut kan je status weer oplossen als er een nieuw iemand opstaat. En toch lopen we allemaal met die droom in ons hoofd. We can’t get the song out of our heads.’