Intersectionaliteit: denken op het kruispunt

‘Je moet de onderdrukking blootleggen’

Ras, geslacht, seksualiteit, klasse: waar we op het ene front tot de bevoorrechten horen, zijn we op het andere achtergesteld. Ook in het ‘tolerante’ Nederland moeten we aan de slag met ongelijkheid.

Medium opening 20intersectionaliteit2

‘In mijn jeugd had ik al wel door dat er iets niet klopte. Iedereen heeft dat door, denk ik’, zegt Arzu Aslan, docent. ‘Ik ben opgegroeid als moslima, in een Koerdisch-Turks gezin. En dan zie je op een gegeven moment dat er bijvoorbeeld verschillen zijn tussen hoe mannen worden behandeld en hoe vrouwen worden behandeld. Van mij werd verwacht dat ik hielp als er visite was. Dat ik bijvoorbeeld de thee inschonk. En de jongetjes, die waren aan het rondrennen, speelgoedautootjes uit elkaar aan het trekken.’

Ook buitenshuis waren er verschillen. ‘Dat er letterlijk op de kleuterschool in de zandbak werd gezongen Turkie Turkie is niet dom, Turkie Turkie luier om. Dus je begrijpt dat er iets vreemds aan de hand is, in de verhoudingen tussen mensen. Maar kom je de juiste mensen tegen, hoor je de juiste dingen, lees je de juiste analyses, om de verbanden te kunnen zien? Leer je om die ervaringen om te zetten in systeemkritiek?’

Tasniem Anwar richtte samen met anderen studentenorganisatie Amsterdam United op. ‘In het begin was het heel lastig om me uit te spreken, omdat ik dacht dat ik de enige was die zich niet altijd thuis voelde op de universiteit of die zich ongemakkelijk voelde als bepaalde opmerkingen werden gemaakt. Ik wist niet hoe ik het moest verwoorden.’

Steeds vaker komen die woorden en analyses uit het Amerikaanse debat. De rijke traditie van Black Studies en zwarte instituten in de Verenigde Staten heeft ideeën voortgebracht die nu in Nederland doordringen. Ogenschijnlijk toevallige, losse ervaringen – van kinderen in de zandbak tot ongemak op de universiteit – worden deel van een groter verhaal.

‘Mijn inzichten kwamen toch wel vaak via Amerikaanse literatuur’, zegt Anwar. ‘Ik heb het gevoel dat het discours in Amerika zich veel beter leent voor dit soort discussies dan in Nederland. Intersectionality, white supremacy, queer – het zijn allemaal Engelse termen. Er gebeuren heel veel slechte dingen in Amerika, maar ze hebben wel woorden om het te benoemen. In Nederland zijn die woorden er gewoon niet.’

‘Bij sommige teksten dacht ik echt: waar was je al die tijd, godverdomme?’ zegt Aslan. ‘Je kunt echt thuiskomen in boeken.’

Een van de belangrijkste Amerikaanse denkers van dit moment is professor Kimberlé Crenshaw. Ze is de officieuze huisfilosoof van Black Lives Matter en de inspiratie van activisten wereldwijd. Om te begrijpen waarom Crenshaw zo belangrijk is geworden moeten we terug naar een zaak uit 1976: DeGraffenreid v. General Motors. Dat jaar klaagden Emma DeGraffenreid en vier andere zwarte vrouwen het oer-Amerikaanse autobedrijf aan omdat het geen zwarte vrouwen in dienst nam. Het was meer dan een decennium na het tekenen van de historische Civil Rights Act, die discriminatie op basis van ‘ras, kleur, religie, geslacht of nationaliteit’ verbood. En toch: na een lange rechtszaak stelde een gerechtshof DeGraffenreid en de andere vrouwen in het ongelijk. Er was geen seksisme, zei de rechter, want er werkten witte vrouwen bij General Motors. En racisme was er ook niet, want er werkten ook zwarte mannen.

DeGraffenreid v. General Motors ging de geschiedenis in als een voorbeeld van kortzichtig diversiteitsdenken. Maar hoe moest het dan wel? In 1989 muntte de toen piepjonge academica Kimberlé Crenshaw de term intersectionality, ook wel vertaald als kruispuntdenken, als antwoord. Bouwend op een intellectuele traditie van zwart feminisme en critical race studies beargumenteerde Crenshaw dat verschillende ‘assen van identiteit’, zoals ras, gender, seksualiteit en klasse, niet los van elkaar kunnen worden gezien.

Waar diversiteit vaak gaat over hokjes aanvinken, gaat intersectionaliteit over het complexe samenspel van de verschillende identiteiten die we allemaal in ons hebben. Om mezelf als voorbeeld te nemen: ik ben een vrouw, ik ben wit en ik heb een universitaire graad. Dat alles en nog veel meer maakt uit wanneer ik een politiebureau, een sollicitatiegesprek of gewoon een supermarkt in loop. Intersectioneel feminisme gaat over dat samenspel van identiteiten en macht.

Tasniem Anwar haalt een uitspraak aan van Mari Matsuda, een hoogleraar recht die voortbouwt op Crenshaws ideeën. ‘Je moet je altijd de andere vraag stellen: I see the racism in this, but do I see the sexism? I see the sexism, but do I see the homophobia? Dat vond ik heel sterk. Ik denk dat de Black Lives Matter-beweging daar heel erg in voor loopt.’ De leiders van Black Lives Matter hebben bijvoorbeeld ook aandacht gevraagd voor mensen met autisme, transgendervrouwen en moslims binnen Afro-Amerikaanse gemeenschappen.

Het was niet altijd vanzelfsprekend dat Amerikaanse theorieën over intersectionaliteit of kruispuntdenken zouden aanslaan in Nederland. In 2001 introduceerden Gloria Wekker, Maayke Botman en Nancy Jouwe de term in hun boek Caleidoscopische visies, over de zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwenbeweging in Nederland. Het was er de tijd niet naar. ‘Het was een heel gure politieke periode, het begin van dit millennium’, zegt Nancy Jouwe. ‘Diversiteit werd het raam uit gegooid, laat staan dat er ruimte was voor intersectionaliteit.’

Bovendien is het volgens haar lastig om in Nederland een fel debat te hebben over systematische ongelijkheid: ‘Ik denk dat we in Nederland een groot probleem hebben met nadenken over verschil. Er heerst het dominante idee dat we allemaal gelijk zijn. Alsof het platte land symbolisch ook doorwerkt in ons denken.’

Mitchell Esajas is de oprichter van New Urban Collective, deels netwerk en deels activistische organisatie. Hij zegt iets vergelijkbaars: ‘We moeten in Nederland afstappen van wat Gloria Wekker white innocence noemt: het idee dat we het in Nederland wel goed voor elkaar hebben als open, tolerant landje en dat de Ander maar dankbaar moet zijn dat hij hier überhaupt mag blijven.’

De woorden die om allerlei redenen ontbraken in Nederland kwamen via Amerika toch bij jonge, maatschappelijk betrokken mensen terecht. Via sociale media kun je de demonstraties van Black Lives Matter live volgen; spraakmakende denkers twitteren hun gedachtegoed rechtstreeks de wereld in. ‘Enerzijds zijn de dingen daar erger en explicieter: het racisme is explicieter, de discriminatie is explicieter, de segregatie is erger. Het is daar veel tastbaarder’, zegt Berna Keskindemir, jurist en activist. ‘Dat extreme maakt het makkelijker te bespreken. In activistische kringen, moet ik erbij zeggen, want er zijn natuurlijk zat Amerikanen die geen benul hebben.’

‘Het idee van een tolerant, multicultureel land en ook het wegmoffelen van het slavernijverleden hebben dat discours lange tijd geen kans gegeven’, zegt Anwar. ‘De laatste jaren zie je mensen opstaan en zeggen: nu is het genoeg geweest.’

‘In Nederland heerst het idee dat we allemaal gelijk zijn. Alsof het platte land doorwerkt in ons denken’

Wat betekent intersectioneel feminisme dan in Nederland? Nancy Jouwe geeft een voorbeeld van een zaak die haast een Nederlandse DeGraffenreid v. General Motors is. In 2013 sprak een rechter zich uit over een zaak aangespannen door de Turks-Nederlandse Ezra Coskun. Aan een aanrijding door een motor had ze ernstig hersenletsel overgehouden. Ze zou nooit kunnen werken. De verzekeraar beargumenteerde dat ze ‘als vrouw in Nederland en gegeven haar culturele achtergrond’ toch nooit veel uren zou hebben gemaakt. De rechter stelde verzekeraar Reaal in het gelijk. De schadevergoeding was maar 70.000 euro, in plaats van de voorgestelde 550.000 euro. Dat is discriminatie, oordeelde het College voor de Rechten van de Mens later.

Was Coskun een hoger opgeleide witte man geweest, dan was de schadevergoeding waarschijnlijk een stuk royaler uitgevallen. Jouwe: ‘In de uitspraak van de rechter speelden gender, klasse, disability en ras en cultuur allemaal mee. Alleen met een intersectionele analyse kan de uitspraak volledig worden begrepen.’ Dat is ‘het systeem’ waar activisten het over hebben: alle vormen van systematische ongelijkheid die in elkaar grijpen en niet los van elkaar kunnen worden gezien.

Het gaat er niet over dat alle witte mensen racisten zijn, of alle mannen fout. ‘Wanneer ik het heb over witte mannen, dan heb ik het eigenlijk over een systeem’, zegt Keskindemir. ‘Ik denk echt niet dat alle witte mannen in hun kantoor op de Zuidas zitten te denken: hoe zal ik vandaag eens gaan discrimineren? Ik denk dat de meesten geen idee hebben, want voor hen zijn bepaalde dingen altijd makkelijk gegaan.’

Tasniem Anwar schreef haar scriptie over intersectionaliteit, specifiek over islamitische carrièrevrouwen met een biculturele achtergrond – vrouwen zoals zijzelf. ‘Ik weet nog dat ik mijn scriptievoorstel aan het schrijven was in de Openbare Bibliotheek. Ik ging naar de wc, en toen ik naar buiten kwam probeerden twee meisjes me geld te geven. “Mevrouw, heeft u wisselgeld?” Omdat ze dachten dat ik de wc-juffrouw was. Ik schoot een beetje uit mijn slof en vroeg: “Waarom vraag je dat aan mij?” Een van de meisjes zei: “Sorry, ik dacht dat je hier hoorde.”’

Intersectionaliteit helpt bloot te leggen hoe systemen van gender, klasse en etniciteit opspelen in zulke interacties. ‘Het is niet alleen een strijd tegen racisme’, zegt Anwar, ‘want het systeem is veel complexer dan dat. De strijd die je moet voeren moet vanzelfsprekend intersectioneel zijn, wil je dat hele systeem ontmantelen.’

Medium 2 20intersectionaliteit1

Veel jonge activisten gebruiken kruispuntdenken om bondgenootschappen te vormen. ‘Toen ik wat meer in het netwerk van activisten kwam’, vertelt Anwar, ‘besefte ik ook steeds meer wat voor privileges ik heb. Ik ben heteroseksueel, cisgender (het tegenovergestelde van transgender – sh), mentaal en fysiek gezond. Ik vind het heel belangrijk om je te realiseren dat je die privileges hebt en om ze te erkennen. Daarin helpt intersectionaliteit.’

‘Neem de Zwarte-Pietdiscussie’, zegt Berna Keskindemir. ‘Toen die net op gang kwam sprak ik me daarover uit tegenover een groep Turks-Nederlandse vrienden. Die zeiden: “Dat is toch niet jouw probleem? Je bent toch geen Surinamer? Je bent toch niet donker?” Maar het is één systeem: Zwarte Piet is een uiting van hetzelfde systeem dat mij benadeelt.’ Ze denkt even na. ‘Dat betekent niet dat ik het woord voor ze moet voeren, maar gewoon moet vragen: wat kan ik doen? Ik kan me inlezen en ik kan me in mijn eigen kringen inzetten.’

Mitchell Esajas van New Urban Collective kwam voor het eerst met intersectionaliteit in aanraking toen mensen de anti-Zwarte-Pietbeweging bekritiseerden omdat de mannen altijd het woord zouden voeren. ‘Mijn eerste reactie was: mensen lopen moeilijk te doen. Mijn eigen male fragility kwam wel een beetje opspelen.’ Hij lacht. ‘Door discussies met bepaalde mensen ben ik wel gaan inzien dat ik bepaalde privileges heb. Ik kan aan de ontvangende kant van onderdrukking zitten, maar ook aan de uitvoerende kant.’

Maar Amerikaanse termen zijn helemaal niet van toepassing op Nederland, luidt de kritiek. ‘Alsof we proberen fenomenen te importeren’, zegt docent Arzu Aslan. ‘Dat is niet waar. In Nederland hebben we een impliciete cultuur. We gebruiken die Amerikaanse termen omdat we er in het Nederlands niet altijd de woorden voor hebben, maar die fenomenen des te meer bestaan.’ Kritiek op het gebruik van Engelse termen is al te vaak een excuus om niet in te hoeven gaan op reële ervaringen.

En bovendien, debatten over racisme en ongelijkheid zijn altijd internationaal geweest. Mitchell Esajas vertelt over Otto Huiswoud, die in de jaren 1910 vanuit Suriname in New York terechtkwam en daar het eerste zwarte lid van de Communistische Partij werd. Hij debatteerde met historische kopstukken van over de hele wereld. ‘Er zijn altijd invloeden van buiten geweest. Zeker als we het hebben over zwarte intellectuelen, die zijn altijd onderdeel geweest van een mondiaal netwerk.’ Later werd Huiswoud in Nederland, onder andere als directeur van de Vereniging Ons Suriname, actief in de antikoloniale strijd. De Vereniging heeft nog altijd een rijk archief van brieven en telegrammen die hij kreeg van wereldberoemde figuren als dichter Langston Hughes.

Toch is het Amerikaanse jargon misschien te belangrijk geworden. Soms lijkt het ten onrechte alsof de VS een monopolie hebben op systeemkritiek. Aslan: ‘We zijn in Nederland en in Europa erg bezig met activisme vanuit Amerika, maar dat Amerikaanse discours is volgens mij maar een deel van het verhaal. Ongelijke machtsverhoudingen, dat is een mondiaal probleem. Overal ter wereld hebben mensen daar analyses van gemaakt met andere woorden. De analyse van bijvoorbeeld een Egyptische feminist is niet minder waard alleen omdat die niet in het Engels is.’

Bovendien, benadrukt Nancy Jouwe, heeft Nederland eigen geschiedenissen om op te bouwen. Intersectionaliteit was al een praktijk voor het een term was. De beweging van zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen (de zmv-vrouwen) was intersectioneel voordat het woord überhaupt bestond. ‘Ik vind het te simpel om te zeggen dat we Amerikaanse dingen kopiëren. Dan doe je onrecht aan de eigen ontwikkelingen die zich hier hebben afgespeeld. Ze zijn misschien in de ogen van nu minder sexy of werden minder goed verkocht, maar ze waren er wel degelijk. Ik denk dat de zwarte feministen van de jaren tachtig ook helemaal niet bezig waren met zichzelf verkopen als individu. Dat was eigenlijk not done, want het ging om het collectief.’ Toch mag die geschiedenis niet vergeten worden. ‘Inspiratie kan ook verblinden. Vaak vergeten we daardoor wat onze eigen historische ontwikkeling is geweest.’

‘Mijn moeder’, vertelt Arzu Aslan, ‘was gewoon een feminist. Ze zat bij een Turks-Koerdische vrouwenclub. Die deed belangrijk werk. Mijn moeder heeft bijvoorbeeld op wat latere leeftijd haar rijbewijs gehaald. Bedenk je eens hoeveel vrijheid het je geeft als je niet meer aan je man hoeft te vragen of hij je ergens heen wil rijden. En hoe intimiderend het kan zijn voor sommige mannen dat een vrouw hen bestuurt, letterlijk. Het lijkt nu alsof intersectioneel feminisme opleeft, en dat is ook zo, maar toen ik opgroeide had je ze al, de migrantenfeministen.’

We moeten hard aan de slag, zeggen haast alle geïnterviewden onafhankelijk van elkaar, om een eigen taal te blijven ontwikkelen en lessen te trekken uit eigen geschiedenissen. De ambitie van de nieuwe generatie is eindeloos. Anwar: ‘We moeten aankaarten dat gebouwen niet toegankelijk zijn als je in een rolstoel zit. We moeten aankaarten dat er heel problematische dingen worden onderwezen in ons curriculum. Dat er zelden iemand voor de klas staat met een andere culturele achtergrond.’

Naar aanleiding van Trump en Brexit gaan er stemmen op binnen ‘links’ om zich voorlopig te concentreren op economische kwesties in plaats van ‘identiteitspolitiek’ en antiracisme. Zo’n suggestie is tegen het zere been. En bovendien: intersectionaliteit is niet meer te stoppen. Aslan: ‘Je moet de onderdrukking blootleggen, zodat iedereen het kan zien, in z’n nakie. We moeten het erkennen. En dan kunnen we verder.’